Askruisje
'In zak en as zitten' is een gebruikelijke uitdrukking die een treurige
toestand betekent. Ze stamt uit een ver verleden, maar had toen een
godsdienstige betekenis.
In de eerste eeuwen van de kerk bestond er nog geen privé-biecht.
Christenen die zware zonden hadden bedreven en berouwvol waren, werden
opgenomen in de publieke boetestand. De boetelingen mochten en moesten
alleen aanwezig zijn bij de woorddienst van de eucharistieviering. Na
lange tijd boetedoening konden ze weer volledig deelnemen aan de
gemeenschap van de kerk.
De opname in de boetestand vond plaats aan het begin van de vastentijd.
Dan moesten ze ‘in zak en as’ voor de bisschop of priester in kerk
aanwezig zijn. De zak was een zwart harig kleed zonder mouwen, ook
boetekleed genoemd, en op hun hoofd werd as gestrooid. Dit was een teken
van berouw en boetvaardigheid. Deze symboliek is van bijbelse oorsprong.
De zondige bewoners van de stad Nineve kwamen tot inkeer, trokken
boeteklederen aan en de koning legde zijn statiegewaad af en ging op de
grond in het stof zitten (Jona, 9, 5-6).
Volgens Mattëus verweet Jezus de
steden van Galilea dat ze zijn boodschap niet hadden aanvaard, met de
woorden: 'Als in Tyrus en Sidon de machtige daden waren verricht die bij u
zijn gebeurd, zouden ze zich al lang in zak en as bekeerd hebben' (11,
21).
Toen de openbare boete in de Middeleeuwen door de privé-biecht werd
vervangen, is het symbool van de as op het hoofd zeer populair gebleven en
tot op heden blijven bestaan. Het werd een kruisje dat op de schedel of
het voorhoofd werd getekend. Paus Urbanus II schreef het in 1091 voor
iedereen voor. Het rituale van Florianus citeert in de 12e eeuw de
begeleidende woorden: ‘Bedenk wel dat gij stof zijt en tot stof zult
wederkeren.’ Deze gedachte aan de dood heeft met boetvaardigheid te maken.
De zondige mens zonder berouw en boete wacht immers bij zijn dood de
veroordeling door God. Een middeleeuws gebed van de aswijding zegt:
‘Almachtige God, zegen deze as die op onze hoofden wordt gestrooid zoals
bij de inwoners van Nineve. Geef dat wij vergiffenis van onze zonde mogen
verkrijgen en zodanig de vastentijd beginnen, dat we met een gezuiverde
geest de dag van Pasen tegemoet gaan en in de toekomst de eeuwige glorie
ontvangen.’
Zo is het askruisje gezien zijn oorsprong een symbool van berouw,
boetvaardigheid en voorbereiding op het paasfeest.
Toon Brekelmans, Kerkhistoricus,
Parochiebladenservice 2009 |