De nieuwe dag
Op de eerste dag van de week gaat Maria Magdalena
vroeg in de morgen - het is nog donker - naar het graf en ziet de steen van het
graf weggenomen. Zij maakt daarom haast en gaat naar Simon Petrus en de leerling
van wie Jezus hield. (Johannes 20.1-2a)
Het wonder van de morgen; de eerste schemering; langzaam tekenen de dingen
zich weer af, de bomen, de dieren in de wei, de huizen. Soms bij een hele vroege
wandeling onderga je dat zo: als het wonder van de eerste dag; de zachte glans
waarin de dingen verschijnen. Je beseft dan iets van wat het betekent: de dag
van de schepping.
Toen Maria Magdalena op die eerste dag van de week op weg ging naar Jezus’
graf, zal ze het niet zo ervaren hebben. Het was ook nog donker; maar nog veel
meer: haar ziel staat er niet naar. Er is zoveel verbijstering over wat is
gebeurd; zo’n intens verdriet, zo’n duistere stemming. Voor haar bestaat op dat
moment alleen de leegte, het gemis.
Maar bij haar terugkeer is het anders. De grote steen voor het graf is
weggenomen. Wat dat te betekenen heeft is nog onduidelijk en het geeft ook
verwarring. Maar toch begint er in haar iets te schemeren. En het lijkt alsof in
het prille licht van de nieuwe morgen de dingen zijn veranderd; alsof ze een
nieuwe gestalte hebben gekregen. En het verdriet begint te verzachten; de tranen
voelen warmer. Zo gaat ze naar Petrus.
De tere gloed van de nieuwe hoop draagt ze aan hem over en op de leerling van
wie Jezus hield. Het vermoeden daagt van een ongelooflijke doorbraak van de
nieuwe schepping. Steeds helderder komt dat naar voren.
In het lege graf blijkt alles perfect in orde: de zwachtels keurig opgerold;
de zweetdoek op een aparte plaats gelegd. Als om aan te geven: de heerschappij
van de dood is voorbij.
Dat hoofdstuk van de geschiedenis is afgehandeld. Het vermoeden groeit aan tot
geloof, het verdriet slaat om in vreugde. Na alle pijn, ontgoocheling, wanhoop
en doffe berusting, is er ineens weer ruimte om te ademen.
De Paasdag zal nog nieuwe verrassingen brengen: het verschijnen van de
verrezen Heer en het gesprek met Hem. Maar in die vroege morgen, bij het gloren
van de eerste dag van de week, de dag van de schepping is het licht al
binnengestroomd in hun ziel; de beslissende wending heeft in hen al plaats
gevonden.
Ook voor ons?
Ook na Jezus’ verrijzenis blijft het ritme van de dag en nacht, van licht en
donker. Er gebeuren nog steeds dingen die ons kunnen verbijsteren, terneerslaan.
Jezus’ verrijzenis biedt ons geen garantie dat we nooit meer overvallen worden
door lusteloosheid, dat er geen ontreddering meer zal zijn of mateloos verdriet.
Maar het geloof in de verrezen Heer voorkomt dat het licht in ons volledig
dooft, dat we helemaal in het aarde-duister tasten.
Door dat geloof blijft op de achtergrond de lichtbron aanwezig; de
overtuiging dat eenmaal het verdriet voorbij zal zijn. En zelf als er nu voor
ons alle reden is tot bitterheid, dan nog biedt het geloof in de Verrezene een
houvast, om niet te vervallen tot cynisme. Wat dit geloof richt onze blik op de
toekomst: dat alle tranen zullen zijn weggewist; dat alle leed geleden zal zijn.
De toekomst, waarin het verdriet zal verkeren in vreugde, de nacht in de nieuwe
dag.
Zalig Pasen.
Pastor Wim Heuver
|