Advent: een tijd van bezinning
Zondag 27 november begint de
adventstijd
en steken we in de kerk weer de eerste kaars van de adventskrans aan. We
bereiden ons voor op Kerstmis, op de geboorte van het kindje Jezus.
Terwijl het buiten steeds kouder en donkerder wordt, maken we het binnen
warm en gezellig en steken kaarsjes aan voor extra licht in de
duisternis. Het is een tijd voor bezinning. Door even afstand te nemen
van de drukte van alledag kunnen we ons voorbereiden op het
geboortefeest van Jezus.
De advent is ook bedoeld als een herinnering aan de opdracht om te leven
zoals Jezus het ons heeft voorgedaan.
Op dit gedeelte van onze website vindt u weer allerlei activiteiten waar u naar toe kunt
of aan deel kunt nemen en die een ondersteuning kunnen zijn bij de
voorbereiding op het kerstfeest. Dat kan ook via onze traditionele
adventskalender.
De traditie van de adventskalender
Voor kinderen zijn er in deze tijd volop adventskalenders te koop in de
winkel, meestal gevuld met chocolaatjes, voor iedere dag één.
Oorspronkelijk was de adventskalender bedoeld om kinderen te helpen de
tijd tot het kerstfeest door te komen en een idee te krijgen hoelang het
nog zou duren voor het Kerstmis was. De kalender begint traditioneel op
1 december en loopt door tot en met 24 december, kerstavond. Door middel
van deurtjes die elke dag geopend moeten worden is het de bedoeling dat
kinderen op weg gaan naar Kerstmis en iets meer te weten komen over de
betekenis van de geboorte van Jezus.
Waar komt deze traditie vandaan?
De eerste adventskalenders ontstonden in de 17e eeuw, met name in
Duitsland en andere Duitstalige gebieden. Je zag ze meer bij
protestanten dan bij katholieken. In sommige gelovige gezinnen was het
gebruik om in december iedere dag een afbeelding op de muur te hangen
die met kerst van doen had. Ook bestond het gebruik van de
streepjeskalender: er werden 24 krijtstrepen gezet op een deur, een
dakbalk, of op de muur. Kinderen mochten er dan iedere dag een uitvegen
tot het Kerstmis was.
In katholieke streken was het gebruikelijk om iedere dag in december een
strohalm in het lege
kribje te leggen, tot er op 24 december een mooi gevuld kribje voor het
kindje was.
Rond 1850 begon men echte adventskalenders te maken. Gerard Lang, zoon
van een dominee, liet in 1908 de eerste adventskalender drukken. Zo
wilde hij de herinneringen aan zijn kindertijd vasthouden. Zijn moeder
had in de tijd voor kerst altijd 24 koekjes gebakken en die op een
karton vastgemaakt. Iedere dag dichter bij Kerstmis was een koekje
minder.
Langzamerhand verspreidde de adventskalender zich over de hele wereld.
Na 1920 kwamen er kalenders met raampjes die opengeklapt konden worden.
Sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw is het allemaal veel
commerciëler geworden: chocoladefabrikanten zagen de adventskalender als
een gat in de markt. Was de kalender vroeger duidelijk gericht op de
komst van het kindje Jezus, tegenwoordig zie je ze in allerlei vormen
die vaak niets meer met de oorspronkelijke bedoeling te maken hebben.
Een zinvolle adventstijd toegewenst.
De redactie