| |
Kerststallen worden weer neergezet
Binnenkort wordt in onze drie kerken de
kerststal weer neergezet. Vrijwilligersgroepen nemen jaarlijks deze taak
op zich. De redactie sprak met de kerststalgroep van de Nicolaaskerk. Deze groep bestaat uit 17 personen, variërend in leeftijd van 26
tot 80 jaar, waaronder ook kleinkinderen van leden van het eerste uur.
Een stukje geschiedenis
De kerststalgroep is de oudste werkgroep van de parochie en bestaat al
ruim 40 jaar. De groep is voortgekomen uit de toneelvereniging de
"Dorpsspelers". Van oorsprong was die toneelgroep weer een parochiegroep
van mensen die bij elkaar 'geraapt' waren om een kerststuk op te voeren.
Pastoor Jansen, die in 1957 in Jutphaas kwam, was de grote inspirator om
meer met de kerststal te gaan doen. Hij bouwde het ieder jaar iets uit.
In het begin waren er alleen Jozef en Maria met het kind, de os en een
ezelkop. Neogotische beelden die nog stammen uit de tijd van pastoor van
Heukelum, die medeoprichter was van het aartsbisschoppelijk museum en zo
wel eens wat wist te ritselen.
Pastoor Jansen heeft ook Jan Spronk, de decorman van de toneelgroep, er
bijgehaald. Samen hebben zij de beeldengroep van zijn oorspronkelijke
plaats in de zij-ingang gehaald en zijn bij het Maria-altaar begonnen
met wat grijze lappen die rotsen moesten verbeelden. De eerste
aankleding van de beelden gebeurde door Riet Kemp uit Vreeswijk.
Ook Henny van Dijk werd erbij betrokken; hij is de enige die nu nog van
de oorspronkelijke werkgroep is overgebleven.
Van lieverlee werden niet alleen de beelden maar ook de werkgroep
uitgebreid. Jan van Oostveen werd gevraagd om de ogen van de poppen wat
sprekender te maken.
Het opbouwen
In de tijd van pastoor Jansen duurde het opbouwen wel drie dagen en hij
zorgde dan ook altijd voor erwtensoep en kroketten. Hij maakte er een
feest van! Soms, als het 's avonds laat werd, was er ook een borreltje
en een sigaar.
Nu wordt de klus in één zaterdagochtend geklaard. De heren bouwen en de
dames strijken en kleden de beelden aan. Soms moet er wel eens wat
gerepareerd worden, dat gebeurt dan van tevoren. Iedereen weet wat hij
doen moet, dat loopt eigenlijk vanzelf. Wel maken we de opstelling van
de stal elk jaar wat anders.
De beelden
In de loop der jaren zijn er nieuwe figuren bijgekomen, zoals de oude
herder die schijnt te lijken op de opa van Piet Daalhuizen. Het volk
bestaat uit een boerin en een jongetje. De boerin was vroeger een
Utrechtse dame, maar is later door Co Delpeut omgebouwd tot een
eenvoudige boerenvrouw. Er kwamen ook een kameeldrijver en een herder
met fluit bij, en schaapjes.
De kameel groeide steeds: door de jaren heen kreeg hij meer poten. De
ezel en de os zijn maar half, de ezel kijkt toe vanachter een deur. Het
kindje Jezus heeft geen beentjes, daarom ligt het altijd in doeken. Er
is ook nog een stenen kindje van vroeger.
Van de oorspronkelijke kleding is alleen de mantel van Maria nog over en
de mantel van de knielende koning met het wierookvat. De rest van de
kleding is opgevreten door de motten. De beelden hebben nu voor de
tweede keer nieuwe kleding gekregen.
De engel, die eerst geen vleugels had, is door Miny Weerdesteijn
voorzien van vleugels en een nieuw gewaad dat is gemaakt van een oude
trouwjurk. Sommige kleding is gemaakt van oude kazuifels (wat eigenlijk
niet had gemogen).
Het aankleden van de beelden is best lastig want alles zit vast. De
voeten zitten op een plank vastgetimmerd, dus je kunt niet gewoon een
broek aantrekken. Mouwen zitten ook los, dat gaat vast met drukkertjes.
Na Driekoningen worden de beelden weer uitgekleed en de kleding wordt
opgeborgen in dozen tussen mottenpapier tot de volgende Kerst.
Ineke Brouwer en Paul Nieuwenhuis
Lees het
hele interview.
|
|