welkom
Parochie H. Drie-eenheid

Panopticum

Welkom
Waar staan we voor
Actueel
Pastoresteam
3 Kerken
Nicolaaskerk
Panopticum
Bouwmeesters
Interieur
Noodhelpers
Kerkhof
Gedenkteken
Labyrint
Tekening van Tepe
Tabor Nieuwegein
Catechese
Diaconie
Pastoraat
Liturgie
Sacramenten
Omgeving
Familieberichten
Reageren..
Login webmail

 
 Google Custom Search

Het panopticum van Van Heukelum

Op 13 september 2008, tijdens het open monumentenweekend, hield dr. Ton H.M. van Schaik in de Nicolaaskerk een inleiding bij het boek Waarheid, Goedheid, Schoonheid, dat hij samen met Marcha van Damme schreef in opdracht van Landschap Erfgoed Utrecht.

Er is geen betere manier om het boek Waarheid, Goedheid, Schoonheid bij u in te leiden dan door u iets te vertellen over het gebouw waarin we bij elkaar zijn. Het is immers het prototype van alle architectuur die u in dat boek beschreven vindt.

Mgr. Gerard van Heukelum

Toen de bouwpastoor van deze wonderlijke kerk, Mgr. Gerard van Heukelum, een oud man geworden was in 1906, bewees hij ons de dienst zijn bedoelingen met de inrichting gedetailleerd op papier te zetten. Zijn uitleg is die van een bij uitstek deskundige

Mgr. Gerard van HeukelumAls oprichter van het Aartsbisschoppelijk Museum en als deken van het St. Bernulphusgilde had hij decennia lang met strakke hand leiding gegeven aan het kerkenbouwprogramma in het Utrechtse. Hij deed dat onder het motto: terug naar onze middeleeuwse echt nationale kunst, en met Alfred Tepe als zijn favoriete architect. Hij is er, voor zover we weten, nooit toe gekomen een allesomvattend handboek voor een neogotische kerk volgens zijn beginselen te schrijven. Maar zijn gids van de Nicolaaskerk in Jutphaas, waarin hij systematisch alle onderdelen langsloopt en alle door hem gemaakte keuzes toelicht, komt dicht in de buurt van zo'n handboek. Aan die inrichting was dertig jaar gewerkt, Van Heukelum was er drukker mee geweest dan met de zielzorg in zijn parochie, maar daarvoor had hij per slot van rekening een kapelaan.

Friedrich Wilhelm Mengelberg

Ter gelegenheid van de wijding van deze kerk op 11 mei 1875, verscheen er een artikel in De Tijd, geschreven door dr. Herman Schaepman, waarin deze gezaghebbende auteur het gebouw prees als een wonder van ordelijkheid, harmonie en aantrekkelijke eenvoud. Met die eenvoud had hij toen nog gelijk, en met die orde en harmonie zou hij het steeds meer krijgen. Dat was vooral het werk van Friedrich Wilhelm Mengelberg, de Altmeister, zoals Van Heukelum hem noemde, die de inrichting van deze kerk helemaal voor zijn rekening heeft genomen.

De heilige linie

Maar laat ons eens horen wat de oude pastoor zelf over zijn kerk te vertellen heeft.
De symboliek van het geheel, zo legt hij ons uit, steunt op het centrale idee van de heilige linie. Het zal u zijn opgevallen dat de kerk is gebouwd met de koorpartij (in plaats van de ingangspartij) aan de oude straatweg Utrecht - Vreeswijk.
Het koor ligt zodoende aan de oostkant. Voor Van Heukelum en zijn school was dit essentieel: de betekenis van het gebouw als geheel en van elk onderdeel afzonderlijk berustte op deze oriëntering, deze gerichtheid op de Oriënt, het oosten. De oostkant gold als de kant van het nieuwe Jeruzalem, als de kant van de dageraad het meest treffende symbool van Christus. de zon der gerechtigheid. Vanuit het oosten kregen ook de andere windrichtingen hun betekenis: Het westen, Occidens, werd in verband gebracht met het werkwoord occidere/doden, en was zodoende de windrichting van de dood. Het noorden (rechts) werd vervolgens de goede kant, de evangeliekant. de plaats aan Christus' rechterhand. De zuidkant was de ongunstige kant, de epistelkant. Op de viering snijden elkaar de lange balk en de dwarsbalk van het in de kruisvorm getekende kerkgebouw. Het kruis is immers het teken van de verlossing, die zich van daaruit uitstrekt over de vier windrichtingen.

Alles is beredeneerd

Bij de situering van elk onderdeel werd met dit grondschema rekening gehouden, want niets is hier toeval, alles is overdacht en beredeneerd. Zo lag in de torenhal, in het verre westen, een labyrint, symbool van de zoektocht naar de waarheid die Christus is en die maar langs één weg te bereiken is. De biechtstoel stond in de noordkant, omdat de "goede moordenaar", degene die van Christus de belofte kreeg dat hij nog dezelfde dag met hem zou zijn in het paradijs, rechts van de Heer was opgehangen. Aan de goede kant dus.

Heidenen en joden

De sibillen uit Phrygië en TiburOok gekoppeld aan de noord-zuid symboliek is de situering van voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament. Het heidendom (dat zijn wij!) is verzinnebeeld in de noordkant, het Jodendom in de zuid vleugel, de ongunstige kant, wat iets zegt over het toenmalige anti-judaïsme in de kerk.
De vier zuilen waarop de viering rust verbeelden de vier evangelisten, en de vier grote profeten: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Ze zijn alle acht afgebeeld aan het plafond van de gewelfschilderingen in de viering. Aan de onderkant van de vieringbogen ten noorden en ten zuiden van de viering staan de twaalf zogenaamde “kleine profeten” en de twaalf Sibillen (heidense profetessen) waaronder de Perzische, de Libysche, de Delfinische enzovoort. Op de oostelijke boog staan de twaalf tekenen van de dierenriem, de gordel die het hele universum omspant, symbool van de twaalf apostelen, op wie de kerk gebouwd is. Op de westboog (weer de ongunstige kant) staan de twaalf zonen van de aartsvader Jacob, de naamgevers van de twaalf stammen van Israël.
Op de grens van het priesterkoor en de viering hangt het levensgrote zogenaamde triomfkruis, en daaronder de apostelbalk. Naast het kruis staan Maria en Johannes, Maria rechts van het kruis, Johannes links.

De altaarruimte

We betreden nu het presbyterium, de altaarruimte. De altaartombe zelf is van zandsteen. Van Heukelum wilde een hoofdaltaar met zijluiken, een zogenaamd retabelaltaar. Zo'n altaar had in de Middeleeuwen geen tabernakel, het kastje waarin de eucharistie wordt bewaard. Maar daarmee kwam de pastoor in botsing met het voorschrift van het concilie van Trente (1545-1563) dat het tabernakel op het hoofdaltaar moest staan. Van Heukelum bedacht de zijns inziens gelukkige oplossing dat het tabernakel werd opgenomen in het geheel van de geschilderde altaarluiken, er onderdeel van werd. Dat had niets meer te maken met de Middeleeuwen, hoewel Van Heukelum het wel als zodanig in zijn opstel aan de man brengt.

De afbeelding van de verheerlijking op de berg Tabor in het retabelaltaarOp dat retabel zijn vier cruciale episoden uit het evangelie afgebeeld, die Jezus openbaren als de Christus, de Gezalfde des Heren. Het zijn v.l.n.r.: de doop in de Jordaan, het gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jacob, de verheerlijking op de berg Tabor en tenslotte de opwekking van Lazarus. Twaalf flankerende beeldjes stellen bijbelse schrijvers en kerkvaders voor, allemaal veel te klein om vanuit de kerk te herkennen.
Naast de Samaritaanse en de Tabor staan telkens twee evangelisten, daaronder vier bustes van profeten uit het Oude Testament en naast de expositietroon in het midden staan de vier grote kerkvaders van het Westen: Hiëronymus, Ambrosius, Augustinus en Gregorius de Grote. Op het middenstuk staat de figuur van de verheerlijkte Christus, met daarnaast opnieuw Maria en Johannes.

Biblia pauperum

Het catechetisch programma gaat verder in de ramen boven het hoogaltaar, werk van Heinrich Geuer. Ook daarin zijn vijf taferelen uit de evangelies weergegeven. Het zijn v.l.n.r. de boodschap van de engel aan Maria, de aanbidding van de wijzen (de "drie koningen"),
in het midden uiteraard het Laatste Avondmaal, in het vierde venster de verschijning van de Verrezene aan de twaalf, inclusief de "ongelovige Thomas", en tenslotte het Pinkstergebeuren, de nederdaling van de Heilige Geest. Alles bij elkaar het exposé van de middeleeuwse Biblia pauperum, de bijbel van de armen, die het verhaal vertelt aan mensen die niet kunnen lezen. Het geloof was voor de middeleeuwers niet alleen “uit het gehoor”, maar ook uit het gezicht.

De vrouwenkant

Aan de noordkant, we zeiden het al, is het Maria-altaar geplaatst. Maria staat immers rechts van het kruis, en de Mariakant is daardoor ook de vrouwenkant van het schip geworden en nog heel lang gebleven. Twee Bijbelse vrouwen, Betseba en Ester staan in het grote Mariaraam onderin afgebeeld, bij wijze van voorafbeelding van haar die in het hoofdgedeelte staat: de Moeder Gods. Een muurschildering geeft hier de boom van Jesse weer (Jesse is de vader van koning David) en zijn nageslacht vormt de stamboom van Jezus volgens de profetie van Jesaja. De verbinding van de noordelijke zijbeuk met het kruispand geeft een reeks vrouwelijke figuren uit het Oude Testament: de drie aartsmoeders Sara, Rebecca en Rachel, Maria, de zuster van Aaron, Betseba, de vrouw van Uria, Abigail, die Davids bed warm hield op zijn oude dag, vervolgens Naomi, Ruth, de kuise Susanna, Debora, Ester, Judith, Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper, en Anna, de moeder van Maria.

De mannenkant

Op de zuidboog staat een gelijk aantal oudtestamentische mannen op medaillons: Abel, Noach, Abraham, Isaac en Jacob, diens zoon Josef (de onderkoning van Egypte), Samson, David, Salomo, Zacharias, Joachim en Simeon. Met de laatste twee zijn we al in het Nieuwe testament aangeland. Op de muurvelden aan weerszijden van de spitsbogen is hetzelfde model toegepast, deze keer met vaderlandse heiligen: aan de zuidzijde allemaal mannen (te beginnen met Bonifatius), aan de noordkant vrouwen, te beginnen met Amalberga van Susteren en eindigend met Cunera van Rhenen. U ziet het: de planning is helemaal doorgewerkt.

Doopkapel

Eigenlijk door- en doorgewerkt. Want, om u de waarheid te zeggen, Van Heukelum was wel een beetje een Prinzipienreiter en een archeoloog, artistiek dan. Hij diepte dingen op uit het verleden, en zette die dan in: ze moesten weer terugkomen, al waren ze allang verdwenen. Zo was er in de oude kerk een regel geweest dat doopleerlingen niet in de eigenlijke kerkruimte mochten komen. Die regel gold natuurlijk ook voor baby’s die nog niet gedoopt waren. Aan dat laatste werd nergens meer de hand gehouden.
Maar de doopkapel van Jutphaas kreeg een speciale ingang in het portaal, zodat de baby's daarlangs de doopvont konden bereiken. Dat was oude wijn in nieuwe zakken.

Middeleeuwse stukken

Overigens: het kerkinterieur bevatte ook enkele écht middeleeuwse stukken, Bij voorbeeld de prachtig gesneden kast van het orgel, afkomstig uit de Heilige Stede van Amsterdam, en medebepalend voor heel de beschildering en inrichting van de kerk, het altaar van de veertien Noodhelpers (populaire heiligen, wier voorspraak werd ingeroepen bij bepaalde ziektes) - een altaar dat Van Heukelum bij een kunsthandelaar in Duitsland had gekocht - , en het laatmiddeleeuwse beeld van sint Rochus, de populaire pestheilige, die schuin tegenover de noodhelpers staat.

In zijn beschrijving, waaruit ik natuurlijk dankbaar heb geput, maakt de oude pastoor overigens geen enkel onderscheid tussen deze authentieke, middeleeuwse stukken en de rest van de inboedel. Een ander onderscheid was voor hem belangrijker: dat tussen verantwoorde en niet verantwoorde kunst. Een 15de-eeuwse orgelkast en een altaar van Mengelberg uit de 19de eeuw waren allebei verantwoorde kerkkunst. En daar ging het om.

Dieren

Dames en heren, u hebt nogal wat lijstjes en opsommingen gehoord. U vergeet ze, maar straks bij het rondkijken herinnert u zich er weer iets van. Wat u onthoudt is dat hier de kosmos, heel de Bijbel, het Oude en het Nieuwe Testament, de klassieke oudheid en de vaderlandse geschiedenis een plaats hebben gekregen. De kerk van Jutphaas is het panopticum van Van Heukelum. Maar het zal u verbazen: Van Heukelum (of Mengelberg?) heeft ook aan ons gedacht, aan de bezoekers van dit gebouw. Aan de platte onderkant van de spitsbogen in de middenbeuk zijn dieren afgebeeld als symbolen van de voornaamste leeftijden van de mensen, mannen en vrouwen gescheiden uiteraard, elke sekse aan de eigen kant. Voor de vrouwen zijn het allemaal vogels, voor de mannen viervoetige dieren.
 
Met deze vrolijke mens- en dierkundige menagerie sluit ik af, u daarna de gelegenheid gevend uw eigen categorie op te zoeken en er het uwe van te denken. Hier zijn ze. Eerst de vrouwen. Voor die van tien jaar is het een kuiken, voor die van twintig een duif, voor de dertigjarigen een ekster, voor die van veertig een pauw, van vijftig een hen, zestig een gans, van zeventig een gier, van tachtig een uil, negentig een vleermuis en tenslotte van honderd een ganzenkop. Nu de mannen, die er minstens evenveel van langs krijgen, De tienjarigen krijgen een kalf, de twintigjarigen een bok, de dertigers een stier, die van veertig een leeuw, van vijftig een vos, van zestig een wolf, van zeventig een hond, van tachtig een kater, van negentig een ezel en tenslotte die van honderd, die tevreden moeten zijn met een ossenkop.

U hebt nog een aantal dieren gemist, want er zijn er nog meer. Ik kan er nog vier aan u kwijt, afgebeeld in het priesterkoor rond het altaar. Ze verbeelden de vier elementen: aarde, lucht, water en vuur. De olifant staat voor de aarde, de adelaar representeert de lucht, de dolfijn het water en de salamander het vuur. Niets is aan de aandacht van de schepper van deze kerk ontsnapt.

Ik dank u voor uw aandacht.

Ton H.M. van Schaik


Verklaring van woorden:

Panopticum: hier letterlijk bedoeld als een plek waar alles (“pan”) te zien (“opticum”) is.

Viering: plaats in een kerk of kathedraal waar het schip en de dwarstransepten elkaar kruisen.

Epistelkant: de epistelzijde is de rechterkant van het koor. De evangeliezijde is de linkerkant. De brieven van de apostelen aan verscheidene christelijke gemeenschappen, opgenomen in het Nieuwe Testament, worden vaak epistels genoemd. In de mis heette vroeger de eerste lezing altijd “het epistel”.

Een retabel is een versierde opbouw, doorgaans aan de achterzijde van een Altaar geplaatst. De Latijnse naam retrotabulum betekent letterlijk: ‘keerzijdetafel’. Een retabel wordt ook wel een Altaarstuk genoemd.

De berg Tabor: Op grond van het apocriefe Hebreeënevangelie wordt de Berg Tabor in Galilea (Israel) gezien als de plaats van Jezus' verheerlijking (Matt. 17:1-9).
In 1999 kozen de parochianen van de gefuseerde Nicolaas- en Barbaraparochies de naam Tabor voor de nieuw gevormde parochie.

Meer weten?
Na de restauratie van de kerk in 1998 is het zeer leesbare boekje "Refrein van de toekomst" uitgegeven met een volledige beschrijving van de kerk. Dit boekje is nog steeds verkrijgbaar op de parochieadministratie.


Korte biografie Mgr. van Heukelum

Mgr. G.W. van Heukelum werd geboren in 1834. In 1859 ontving hij zijn priesterwijding. Hij begon zijn loopbaan als kapelaan van de St. Catharinakerk in Utrecht. Hij was oprichter van het Aartsbisschoppelijk Museum (thans onderdeel van het museum Catharijneconvent) waarvan hij jaren conservator was. In 1909 stichtte hij te Utrecht het St. Bernulphusgilde waarvan hij deken werd. Hij was van 1900 tot 1910 kanunnik van het Metropolitaan kapittel van het aartsbisdom Utrecht. Hij was pastoor in Jutphaas van 6 maart 1873 tot zijn overlijden op 30 juni 1910. Hij is begraven in een grafkelder bij de St.-Nicolaaskerk.

Boven de hooggelegen houten deur is een natuurstenen plaquette geplaatst met opschrift:
'Mgr. Gerardus Wilhelmus / van Heukelum / Pastoor der parochie van 6 mrt 1873 tot 30 juni 1910 / Stichter der St. Nicolaaskerk op Zwanenburg'.

De redactie

Copyright © 2011 R.-K. geloofsgemeenschap Tabor, Nieuwegein
Voor vragen betreffende de website verzoeken we u contact op te nemen met onze webmaster. Voor het laatst bijgewerkt op: 09.01.2012.

Wij hebben grote moeite gedaan om alle informatie op deze website te verifiëren. Desondanks zijn fouten niet uit te sluiten en daarom kunnen geen rechten worden ontleend aan de informatie op deze website.

** Teneinde spam in te vermijden hebben de vermelde e-mailadressen zodanig genoteerd dat ze voor spammers moeilijker te vinden zijn. Schrijft u in plaats van # het @-teken en voor (punt) gewoon .
In het e-mailadres komen geen spaties voor. We vragen u om begrip voor deze maatregelen.