welkom
Parochie H. Drie-eenheid

Tekening van Tepe

Welkom
Waar staan we voor
Actueel
Pastoresteam
3 Kerken
Nicolaaskerk
Panopticum
Bouwmeesters
Interieur
Noodhelpers
Kerkhof
Gedenkteken
Labyrint
Tekening van Tepe
Tabor Nieuwegein
Catechese
Diaconie
Pastoraat
Liturgie
Sacramenten
Omgeving
Familieberichten
Reageren..
Login webmail

 
 Google Custom Search

Theorieën over een tekening van Alfred Tepe
(1840-1920)

door Piet Daalhuizen, i.s.m. Jozef Reintjes en Cees Brugman.

Inleiding

De tekening die Alfred Tepe omstreeks 1872 maakte. (Collectie Rijksmuseum Catharijneconvent, Utrecht)Het Rijksmuseum Catharijneconvent verwierf in 1995 een tekening van een kerk van de hand van de architect Alfred Tepe. Verondersteld wordt, dat de afgebeelde kerk de Jutphase St. Nicolaaskerk te Nieuwegein is. Wie de tekening nader bekijkt, kan over het afgebeelde gebouwde meerdere theorieën hebben. Wij zijn er niet uitgekomen welke kerk omstreeks 1873 (de tekening is niet gedateerd) door Alfred Tepe is geschetst. Onze bevindingen geven we hierna weer.

Alfred Tepe

Wilhelm Victor Alfred Tepe (Amsterdam, 24 november 1840 – Düsseldorf, 23 november 1920) was een Nederlands architect. Na P.J.H. Cuypers is hij de belangrijkste architect van de neogotiek in Nederland. Naar zijn ontwerp zijn vele kerken gebouwd, met name in het toenmalige gebied van het aartsbisdom Utrecht.

Tepe werd geboren te Amsterdam als zoon van een Duitse textielhandelaar. Van 1861 tot 1864 studeerde hij architectuur aan de Bauakademie in Berlijn, waar hij echter ontevreden was over de sterk op het Classicisme gerichte opleiding. In zijn vrije tijd bestudeerde hij het werk van E.E. Viollet-le-Duc, de Franse expert op het gebied van de gotische architectuur. Van 1865 tot 1867 werkte Tepe voor Vincenz Statz, een van de voornaamste architecten van de neogotiek in Duitsland, in Keulen. Hier werd hij betrokken bij de restauratie en afbouw van de Dom aldaar.

In 1867 ging Tepe terug naar Amsterdam, waar hij voor korte tijd werkzaam was bij een zekere architect Ouderterp. Daarna verhuisde hij in 1872 naar Utrecht, waar hij een van de voornaamste beschermelingen zou worden van het St. Bernulphusgilde. Dit gilde, bestaande uit een groep katholieke geestelijken, kunstenaars en architecten, streefde naar een heropleving van nationale tradities en vakmanschap in religieuze kunst en architectuur. Met name werden invloeden van middeleeuwse inheemse stijlen aangemoedigd, evenals het gebruik van inheemse materialen als baksteen. In het meeste werk van Tepe heeft deze ideologie een beslissende rol gespeeld.

Tussen 1871 en 1905 bouwde Tepe ongeveer zeventig kerken, uitgevoerd in baksteen met weinig gebruik van natuursteen, met de Nederrijnse gotiek uit de 15e en 16e eeuw als voorbeeld. Het interieur werd in veel gevallen verzorgd door andere zich aan het St. Bernulphusgilde conformerende kunstenaars, waarvan beeldhouwer en schilder Friedrich Wilhelm Mengelberg de belangrijkste was. Tot ongeveer 1882 had Tepe vrijwel een monopolie op het ontwerpen van nieuwe katholieke kerken in het kerngebied van het aartsbisdom Utrecht. Pas na de dood van aartsbisschop Schaepman kregen ook andere architecten een kans. Naast kerkgebouwen ontwierp Tepe vele andere gebouwen die vaak wel op de een of andere manier verbonden waren met de katholieke kerk, zoals kloosters, scholen en weeshuizen. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het Sint-Hiëronymus wees- en bejaardenhuis, gelegen aan de Utrechtse Maliesingel 77, uit 1875-1877.

Vanaf ongeveer 1900 bouwde Tepe ook enkele kerken in Duitsland. In 1905, toen opdrachten in Nederland uitbleven, verhuisde hij naar Düsseldorf waar hij in 1920 overleed, een dag voor zijn 80e verjaardag.

De tekening

De tekening, veel meer eigenlijk een schets, toont een karakteristieke Tepe-kerk in neogotische stijl. Vanuit het noord-oosten heeft men zicht op de gehele noordgevel met de toren. Rechts van de kerk schetst Tepe een rivier in een wat heuvelachtig landschap. Links van het kerkgebouw ontwaart men de contouren van een bouwwerk of een ruïne daarvan.
Hierna vergelijken we twee kerken van Tepe met de tekening: de St. Martinuskerk van Doornenburg (thans gemeente Lingewaard in Gelderland), vergroot in 1873-1874; en de St, Nicolaaskerk van Jutphaas (thans gemeente Nieuwegein), gebouwd in 1874-1875. Beide kerken hebben overigens een speciale “band” met elkaar: De Jutphase (bouw)pastoor G.W. van Heukelum is geboren in Doornenburg.

De St. Martinuskerk van Doornenburg

De St. Martinuskerk te Doornenburg in 1937, gezien vanuit het noord-oosten.(Collectie Historische Kring Doornenburg)Alfred Tepe ontwierp rond 1873 de plannen voor vergroting/uitbouw van de bestaande St. Martinuskerk, die in 1874 daadwerkelijk werd uitgevoerd. Wie de tekening van Tepe vergelijkt met foto’s van de in 1944 tijdens een bombardement vernielde kerk, kan veel overeenkomsten waarnemen:

  • De kerktoren is in vorm precies hetzelfde;
  • De consecratieklok in het midden van de kerk, de zogenaamde viering, staat op de foto en op de tekening;
  • Het torenuurwerk zit op foto en tekening op dezelfde plaats, evenals de galmgaten.
  • Ook zijn er overeenkomsten wat het landschap betreft:
  • De door Tepe geschetste contouren van een gebouw of een ruïne zouden kunnen behoren bij het kasteel Doornenburg. Dat was immers omstreeks 1870 in ernstige staat van verval.
  • Het rivierlandschap en de heuvels daarachter passen in het landschap rond Doornenburg. Dat staat overigens niet op de foto, omdat het kerkgebouw te midden van de dorpskern is gefotografeerd.

Met betrekking tot een aantal delen van het gebouw zijn niet of nauwelijks vergelijkingen te vinden tussen de tekening en de foto’s:

  • De St. Martinuskerk te Doornenburg in 1937 (Collectie Historische Kring Doornenburg)De aanbouw aan de westzijde van de doopkapel staat geheel anders op de tekening;
  • De noorder kruisbeuk heeft op de tekening één doorlopende verbinding met het dak van de kerk, terwijl op de foto’s sprake is van een tweetal daken, die los zijn van het dak van het middenschip van de kerk;
  • De noorder kruisbeuk heeft op de foto een ronde vorm en op de tekening een rechthoekig model;
  • Op de tekening staat een traptorentje tegen de gevel van de kruisbeuk en dat is op de foto’s niet aanwezig.
  • Op de foto’s lopen de ramen van de kruisbeuk door tot ongeveer 2 meter van de grond en is sprake van meerdere smalle vensters, terwijl op de tekening sprake is van één groot venster, dat bij circa 3,5 meter boven de grond ophoudt.
  • Aan de toren is links, dus aan de zuidzijde, op de foto een aanbouw te zien van vermoedelijk een traptorentje, dat is op de tekening niet aanwezig.

De St. Nicolaaskerk van Jutphaas

Voordat de Nicolaaskerk in 1875 in gebruik werd genomen, werd al vanaf 1688 gekerkt in de schuurkerk op het Overeind (nu: de Malapertweg). Dit kerkje was voor de groeiende R.K. gemeenschap inmiddels te klein geworden. Voor de bouw van een nieuwe kerk in Jutphaas werd door het kerkbestuur, onder voorzitterschap van pastoor C.H. van der Grind, in 1870 een stuk grond aangekocht. Het bouwperceel was gelegen in de dorpskern van Jutphaas aan de Dorpsstraat en behoorde bij de hofstede Nieuwenstein. Met de huidige situatie vergeleken, ligt het bouwterrein ongeveer rond de thans bekende Schoolstraat. Anders gezegd tussen de woonhuizen Herenstraat 48 en Herenstraat 52.
In verband met gezondheidsproblemen vertrok pastoor van der Grind naar een kleinere parochie (Benschop). Op 16 maart 1873 werd als (bouw)pastoor G.W. van Heukelum benoemd. In zijn opdracht ontwierp Alfred Tepe een kerkgebouw in neogotische stijl.
Toen echter begin 1874 de aanbesteding zou plaatsvinden, kwam een veel mooier stuk grond beschikbaar, dat behoorde tot het landgoed Zwanenburg. Tepe paste het bouwplan op onderdelen aan en met een vertraging van ongeveer één maand vond alsnog de aanbesteding plaats. Daar, thans Utrechtsestraatweg 6-8, is vervolgens de nieuwe St. Nicolaaskerk gebouwd.

De St. nicolaaskerk van Jutphaas omstreeks 1920. (Collectie Historische Kring Nieuwegein)De overeenkomsten tussen de tekening en de gerealiseerde St. Nicolaaskerk zijn:

  • De toren is op tekening en foto’s en in werkelijkheid, overal hetzelfde;
  • De vorm van de noorder kruisbeuk op de tekening komt overeen met de werkelijkheid;
  • De uitbouw voor de plaatsing van het gezinsaltaar, op de tekening midden links van de kruisbeuk, komt overeen met de werkelijkheid;
  • Links tegen de kruisbeuk staat een traptorentje. Dat is ook de werkelijkheid; daarin is de wenteltrap gerealiseerd die naar de koorzolder en het orgel voert.

Bij deze kerk zijn met betrekking tot de volgende punten geen overeenkomsten tussen tekening en werkelijkheid:

  • De St. Nicolaaskerk van Jutphaas in 1950, gezien vanuit het noord-oosten. (Collectie Historische Kring Nieuwegein)Het torenuurwerk is in werkelijkheid lager aangebracht dan op de schets is aangegeven;
  • De hoogte van het grote venster in de kruisbeuk is in werkelijkheid kleiner dan op de tekening is aangegeven;
  • Onder het grote venster zitten in werkelijkheid twee zeer kleine vensters, deze staan niet op de tekening;
  • De kloostergang tussen – oorspronkelijk - huize Zwanenburg en de kerk ontbreekt op de tekening;
  • Het landschap rond Jutphaas is op geen enkele wijze te vergelijken met de geschetste contouren van een gebouw en het - vanuit de noord-oosthoek geschetste –heuvelachtige landschap met een rivier.

Conclusie en theorieën

Onze gevolgtrekking is dat niet met zekerheid is te zeggen welk kerkgebouw op de tekening van Alfred Tepe is aangegeven. Zowel met betrekking tot Jutphaas als ten aanzien van Doornenburg, zijn er grote verschillen tussen de tekening en de werkelijke of historische situatie. Met betrekking tot Jutphaas geldt dat óók voor de situatie als het bouwplan zou zijn gerealiseerd aan de Dorpsstraat, zoals eerst de bedoeling was. In dat laatste geval zou slechts de constatering ten aanzien van de kloostergang vervallen.

De theorieën die de mogelijkheden aangeven zijn:

  • Tepe maakte omstreeks 1873 een tekening, die als een soort praatprent diende voor de uiteindelijke bouwplannen voor de kerk in Doornenburg.
  • Of de bouwmeester maakte een jaar later zo’n schets voor het bouwen van de Jutphase St. Nicolaaskerk.
  • Of hij schetste een andere kerk van de ruim zeventig die hij in Nederland bouwde.

Wellicht zullen we het nooit echt weten!

Literatuur:

J.G. Böcker/A.E. Rientjes, Het Kerspel Jutfaas”, 1906 en 1947.
H.J.A.M. Schaepman, “De St. Nicolaaskerk van Jutfaas”, 1906.
http://nl.wikipedia.org

Met dank aan:

Chris van Asperen / Historische Kring Doornenburg.
Caspar Staal / Senior Conservator Rijksmuseum Catharijneconvent.

Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd in Cronyck van de Historische Kring.

Copyright © 2011 R.-K. geloofsgemeenschap Tabor, Nieuwegein
Voor vragen betreffende de website verzoeken we u contact op te nemen met onze webmaster. Voor het laatst bijgewerkt op: 09.01.2012.

Wij hebben grote moeite gedaan om alle informatie op deze website te verifiëren. Desondanks zijn fouten niet uit te sluiten en daarom kunnen geen rechten worden ontleend aan de informatie op deze website.

** Teneinde spam in te vermijden hebben de vermelde e-mailadressen zodanig genoteerd dat ze voor spammers moeilijker te vinden zijn. Schrijft u in plaats van # het @-teken en voor (punt) gewoon .
In het e-mailadres komen geen spaties voor. We vragen u om begrip voor deze maatregelen.