Pastor Wim Heuver
|
 |
| Adres: |
Koninginnenlaan 1,
3433 CT Nieuwegein
tel.: 030 - 6062259 |
| e-mail: |
w.heuver # 3eenheidparochie (punt) nl ** |
| Spreekuur: |
van 9.00u tot 9.30u (dinsdag, donderdag, vrijdag) |
| vrije dag: |
maandag |
Pastor Heuver is sinds 1 augustus 1993 pastor/priester in onze
parochie. Als pastoor is hij de eindverantwoordelijke in de parochie.
Hij is de voorzitter van het parochiebestuur. Zijn profiel is gemeenschapsopbouw en hij is teamleider.
Mensen ontelbaar, als een stroom door de tijd…
(Interview 2007)
Pastor Wim Heuver is nèt 65 jaar geworden en viert in juni
zijn 40-jarig priesterjubileum.
Voor ons aanleiding om eens met hem terug te blikken op die
afgelopen 40 jaar.
Hij begint met te vertellen dat hij als thema voor zijn jubileum
gekozen heeft voor het lied: mensen ontelbaar, als een stroom
door de tijd… en legt uit waarom:
in de loop van 40 jaar hebben heel wat mensen mijn pad gekruist.
Ik heb veel met mensen meegemaakt, direct of op afstand, en ik
heb mensen zien veranderen. Als ik terugkijk is het een lange
stoet die gaat en altijd in beweging is. Bovenstaand motto ben
ik ook hoe langer hoe leuker gaan vinden.
Als ik op mijn eigen (pastorale) leven terugkijk: ik ben in
1967 begonnen in de parochie van Beek (bij Arnhem) als kapelaan
in een pastoor – kapelaan verhouding. Op dinsdag kreeg je een
briefje van de pastoor wat je op vrijdag moest doen. Er was toen
nog geen werkoverleg.
Tijd van veranderingen
Een tijd van veranderingen had zich aangediend. Kort tevoren
waren er de rellen bij het huwelijk van Beatrix en Claus.
Veertig jaar geleden werd Willem-Alexander geboren.
In de kerk ging in die tijd het Latijn er uit en kwam het
Nederlands er in. Dat is een geweldige revolutie geweest. Eerst
was alleen de preek verstaanbaar en nu kon je ineens alles
verstaan! Maar de Nederlandse taal voor de kerk moest als het
ware nog uitgevonden worden. Als ik er al niks van snapte, dan
moesten de parochianen er wel helemaal niets van snappen. In de
theorie waren wij wel opgeleid, maar hoe moest je dat dan in de
praktijk vertalen?
Ook jongerenkoren schoten in die tijd als paddenstoelen uit
de grond. Dit was een manier om het Nederlands én de andere
muziek de kerk in te halen. Je kreeg toen een sterke
polarisatie: ‘dit is veel beter dan dat!’ Dat heeft lang
doorgespeeld.
In de jaren zestig was er overal een grote aanval op het gezag
(denk aan de Maagdenhuisbezetting in 1968, maar ook in de kerk).
Je werd gepokt en gemazeld en moest je plek er in zien te
vinden.
De stroom van mensen bevatte zowel lieve mensen als
oorlogvoerenden door de tijd heen.
Ik voelde mij als een vis in het water in die tijd in die
muitende menigte. Ik ben geboren in de Tweede Wereldoorlog, in
1942, en als ik terugkijk op mijn leven heb ik de wreedheden van
die oorlog toch met mij meegenomen. Daarna kwam Indonesië en de
militairen die als helden binnengehaald werden, terwijl ze amper
wisten waar het conflict over ging, en die daarna al gauw weer
vergeten werden.
God wordt wel eens aangeduid met de Latijnse term: ‘mysterium
tremens ac fascinosum’. Dat betekent: het afschrikwekkende en
fascinerende mysterie. Zo is het ook met mensen en niet in de
laatste plaats voor de mensen in de kerk. Ze zijn fascinerend
maar af en toe word ik er ook bang van, bang als je ziet waartoe
mensen in staat zijn.
Wat mij nog heel erg bijstaat is iets van de lagere school, waar
de meeste leerlingen, net als ikzelf, uit een agrarisch milieu
kwamen. De hongerwinter lag nog vers in het geheugen en in de
derde klas zei de meester vol overtuiging: we zullen nóóit meer
honger lijden want we hebben kunstmest! Ik zie dat beeld nog
vaak voor me. Achteraf heeft kunstmest natuurlijk ook zijn
nadelen gehad. Het waren jaren van opbouw.
Al sinds mijn jeugd heeft de kerk mij altijd gefascineerd. Ik
wilde ook wat in de kerk gaan doen. Al in de 5e klas wist ik dat
ik priester wilde worden, dus ging ik naar het seminarie.
Vrijgevochten
De plaatselijke pastoor zei toen wel tegen mij: als je maar
een wereldheer wordt!
De eerste zes jaar heb ik de gymnasiumopleiding gedaan en daarna
de filosofie- en theologieopleiding. De grote vraag kwam toen:
wil je nu wel of niet priester worden?
Het was een afweging in een tijd waarin alles in beweging was,
ook de theologische opleiding: er waren nieuwe ontwikkelingen en
het botste ook tussen professoren. De studie was heel
vrijgevochten, alles kon, alles mocht!
Om een voorbeeld te noemen: de eerste mensen die niet meer naar
de kerk gingen waren theologiestudenten die erover dachten
priester te worden. De kapel werd leger en leger terwijl de
kerken toen nog niet echt leeg liepen. De uitdaging voor mij was
om hier iets mee te beginnen.
Kapelaan
Na mijn priesterwijding kwam ik in eerste instantie terecht
in een kerk waar alles geregeld was. Ik heb geleerd dat het soms
erg aanpassen is, maar dat je ook moet proberen jezelf te
blijven. Die spanning heb ik heel mijn leven meegenomen.
Toen ik er instapte in 1967 was er al veel veranderd in de
parochie, het borrelde, en het moest wat mij betreft ook vooral
blijven borrelen! Maar op een gegeven moment moet je dingen een
plek geven.
Een voorbeeld: een aanstaand bruidspaar vroeg mij om ze niet te
lang te laten wachten omdat de bruid in verwachting was. In de
jaren daarvoor was het nog een schande, maar nu werd het
openlijk verteld. Al waren de ouders nog wel vol schaamte en
sprak de buurt er nog schande van. De verwachting was dat de
kapelaan het wel zou veroordelen. Maar dat deed ik juist níet,
ik ging er op in.
Toen ik pas begonnen was, belde een buurtpastoor mij op: Wim (de
kapelaan werd toen bij zijn voornaam aangesproken, de pastoor
niet) je moet komen, mee naar de kerk! Hij nam me mee naar de
biechtstoel en zei: “onthoud dit goed: er is op geen plek méér
gelogen dan hier!”
Om een voorbeeld te geven van hoe alles op drift was: vóór de
kerst zat ik nog van ’s ochtends acht tot ’s avonds twaalf uur
in de biechtstoel. Toen er tegen de mensen werd gezegd ‘dit
hoeft niet meer’, was het met Pasen al over. Zo snel ging het!
Het biechten was helemaal uitgehold van binnenuit; het was over;
het werd alleen nog uit gewoonte gedaan.
Ik stond er zelf verbaasd van dat het zo uitgehold, zo leeg was,
maar dat ontdek je pas achteraf.
Waar staan we nu wat dat betreft?
Het is goed dat de biecht toen is weggegaan. Nu moeten we er
over nadenken wat we met het schuldbewustzijn van mensen moeten
doen. Welke vorm moeten we hieraan geven? Geen biecht. Soms
hebben mensen er wel behoefte aan om het met iemand te delen om
van hun schuldgevoel te worden ontlast. De kerk moet uitstralen
dat het een vergevingsgezinde kerk is met een vergevingsgezinde
God. Mensen moeten niet op hun donder krijgen. We moeten
hiervoor vormen vinden om mensen niet met een schuldgevoel rond
te laten lopen.
Er zijn in de loop der tijd allerlei dingen uitgeprobeerd:
wat betreft de taal, de komst van jongeren- en jeugdkoren,
Eerste Communievieringen die anders werden…
Hoe was die verhouding pastoor-kapelaan?
De pastoor was de baas. Je woonde samen op de pastorie en was
tot elkaar veroordeeld.
Ik heb het best goed gehad als kapelaan, maar wilde dat zelf
anders. Dat is één van de redenen geweest dat ik nadien niet
meer in die verhouding wilde wonen.
Pastoraal werkers
In 1969 kwam ik in De Meern en daar ben ik vijf jaar kapelaan
geweest. Toen ik daar wegging verdween het kapelaanschap overal
en werd het ook officieel afgeschaft. Iedereen werd nu pastor
genoemd. Er kwamen ook pastoraal werkers en je kreeg dus ook met
niet-gewijden te maken. In die tijd, de jaren zeventig, was de
functie van pastor volop in beweging. De hiërarchische structuur
pastoor – kapelaan verdween. Velen gingen ook trouwen, ze wilden
hun eigen leefsituatie bepalen. Tijdens de opleiding werd er
nooit veel over de leefsituatie nagedacht; er waren toen alleen
pastoor - kapelaan verhoudingen. Niet iedereen erkende ook de
pastoraal werkers. Het moest wennen. Ikzelf vond de komst van
pastoraal werkers een verrijking en geen bedreiging. Er was ruim
plek voor. Je krijgt andere invalshoeken, andere collega’s
(gehuwd, met kinderen); dit bracht ook een andere manier van
werken mee (denk alleen al aan praktische zaken als het rekening
houden met de kinderen). Het was een verruiming.
De wereld van pastoor en kapelaan was zeer gesloten en dat
klerikale wereldje werd door de komst van pastoraal werkers
opengebroken. Voor sommigen is dat een probleem gebleven.
Pastor
Na De Meern kwam ik als pastor terecht in Velp. De afspraak om
de naam ‘pastor’ in te voeren is trouwens uitgevonden om van die
hiërarchische structuur af te komen. Dat was in ieder geval in
het Utrechtse bisdom zo.
In die tijd, ongeveer 1975, ontstonden ook de eerste
pastoresteams. Je ging in teamverband werken en begon elke week
te vergaderen (werkoverleg). Dit was in de tijd van kapelaan
niet nodig. Later is de zware druk van de vergaderstructuur
ontstaan.
Tot 1982 ben ik in Velp gebleven. De afname van het aantal
pastores heb ik daar aan den lijve ervaren. We zijn daar
begonnen met 4,5 formatieplaats, maar geleidelijk aan gingen er
mensen weg. Toen een zeer gewaardeerde collega vlak voor mijn
12½-jarig jubileum plotseling overleed betekende dat naast een
groot verlies ook dat ik het werk in de parochie uiteindelijk
een jaar alleen heb moeten doen. Je komt dan te staan voor
lastige situaties. Er is een overvloed aan diensten etc. maar
als je alleen bent kun je niet alles doen. De vraag was dan ook
moeten we niet één van de twee kerken sluiten? De leegloop begon
toe te nemen. Dat mensen niet meer wekelijks naar de kerk gingen
werd gewoonte en minder mensen lieten hun kinderen dopen of de
communie doen.
Het was toen niet eenvoudig, er was een hoge werkdruk en geen
nieuwe collega. Bij vraagstukken en ingrijpende gebeurtenissen
stond je er alleen voor. Met name de geestelijke druk was groot.
Pas na een jaar kreeg ik weer een collega. Dat soort dingen
begon overal te spelen: leegloop, sluiting, minder pastores.
Geen wrok
Mijn verwijzing naar de stroom door de tijd betreft niet alleen
de kerkorganisatie maar ook gebeurtenissen die je in je leven
overkomen. Ondanks die zware periode van het er alleen voor
staan kijk ik zeker niet in wrok terug. Ik heb het ook altijd
getroffen als kapelaan.
Ik ben daar vragen tegengekomen die tot op de dag van vandaag
zijn blijven spelen. Ik heb ervaren dat je moet werken met
vrijwilligers en hoe je dat doet. Niemand van mijn generatie is
daarvoor opgeleid. We deden het gewoon. Hoe je moet managen en
motiveren is een heel leerproces geweest. Sommigen kon
den dat niet, niet verdragen ook.
Hoe is het jou vergaan met het leger vrijwilligers?
Ik denk dat ik een goed gevoel heb hóe mensen te motiveren. Ik
vraag ze om een stuk verantwoordelijkheid op zich te nemen en
niet om de afwas te doen. (Daar gaat het vaak fout!) Je moet
mensen het gevoel geven dat de kerk schoon hoort te zijn in
plaats van dat je ze vraagt de kerk schoon te maken. Het is de
kunst om feeling met elkaar houden. Belangrijk vind ik ook dat
ik me laat zien als vrijwilligers bezig zijn.
In deze tijd moeten we opnieuw er over nadenken hoe je met
vrijwilligers omgaat, met name de verantwoordelijkheden die je
geeft. De hoop is er dat het vrijwilligersbestand zich zo
ontwikkeld heeft dat ze samen zorgen dat dingen gebeuren.
De pastoraatgroep zal het weer op een andere manier moeten doen
dan ik het heb gedaan.
Motivatie is héél belangrijk. Het is ook niet vrijblijvend.
In de huidige tijd moeten we kijken hoe we dit op een goede
manier gestalte kunnen geven. De laatste jaren is de
regiovorming er bijgekomen. Ik geloof dat dat de enige juiste
werkwijze is. Waar mensen in gesprek gaan met elkaar en dingen
met elkaar regelen.
Als ik zie hoe mensen hier bezig zijn, dan zie ik dat hier
beweging is zonder directe bemoeienis van de pastor (als je ziet
dat bijv. artikelen uit de Hoeksteen ook verschijnen in andere
parochiebladen in de regio). Ook de klacht dat je pastores nooit
ziet wordt minder.
De wereld is groter dan Nederland
Na Velp ben ik een jaar gestopt. Ik ben een tijd in Genève
geweest bij de Wereldraad van Kerken en heb drie maanden in
Engeland gewerkt in oecumenisch verband met anglicanen,
methodisten en baptisten. Ik heb gezien dat de wereld groter is
dan Nederland. Dat relativeert. Engeland was heel leerzaam: hoe
doe je dat, kun je iets met elkaar?
Ik heb daar geleerd dat er in alle kerken een sterke hiërarchie
is. Bij anderen nog sterker dan bij de katholieken. De paus is
voor ons ver weg, maar een kerkenraad zit veel dichterbij.
Die hiërarchie is aanwezig over de hele wereld, maar er zijn
ook altijd en overal mensen die zien dat het gaat om dezelfde
Jezus en dat we hetzelfde willen.
Laten we kijken wat we sámen kunnen doen. Je zult daarbij op
heel veel grenzen stuiten. De oecumenische opdracht is om
grenzen te slechten. Het gaat niet om kerkhervorming maar om
menshervorming wereldwijd.
Scheiding tussen privé en werk
Na dat jaar buitenland ben ik tien jaar in Zwolle pastor geweest
en in 1993 naar Nieuwegein gekomen. Carla, mijn huisgenote, en
ik zijn samen hier gaan wonen in ons huis. We kennen elkaar al
heel lang en hebben veel lief en leed gedeeld. Ik had zelf het
gevoel dat het niet goed was om helemaal alleen te leven. ’s
Avonds nooit je verhaal kunnen vertellen was niet goed voor mij.
Ons huis is ons privédomein. Dat is in het begin niet altijd
goed begrepen: tot die tijd was dit huis altijd een plek van
iedereen en wij deden toen de voordeur dicht. Wij brachten een
duidelijke scheiding aan tussen privé en werk. Dit was niet
makkelijk maar wel goed. Ook al werd het ons niet in dank
afgenomen. Maar Carla is geen parochiebezit en zij heeft haar
eigen leven en eigen werk.
Nu zitten we midden in de regiovorming. Ik vind dat een goede
ontwikkeling. Er zitten nog veel haken en ogen aan, maar ik ga
ervoor.
De toekomst
Wij feliciteren Pastor Heuver met zijn jubileum en wensen hem
nog goede jaren in onze parochie toe. Dan moet het hoge woord er
toch maar uit: hoe nu verder nu de pensioengerechtigde leeftijd
is bereikt.
Wim antwoordt resoluut: Als mijn gezondheid goed blijft wil ik
nog 3 jaar doorwerken in dit parochieverband. Dat lijkt mij een
redelijke termijn. Wat ik daarna ga doen dat weet ik nog niet.
Ineke Brouwer en Paul Nieuwenhuis
In 1993 publiceerde de Hoeksteen het volgende interview:
Wim Heuver: de nieuwe pastor
Hij heeft zelf 'uitdrukkelijk gekozen voor werken in een teamverband',
maar er zijn niet zoveel pastoresteams meer in Nederland, Reden voor
pastor Wim Heuver om zonder aarzelen voor Nieuwegein te kiezen, toen
hij op zoek ging naar een nieuwe parochie.
En dàt was weer aanleiding voor de redactie van de Hoeksteen om hem
op te zoeken. Het werd een gesprek met een aimabel mens die zin heeft
in zijn nieuwe taak. Over de precieze invulling zal de komende maanden
nog worden gesproken, maar de hoofdtaak vormt zijn functioneren als
wijkpastor van de Barbarakerk.
Wim Heuver werd 51 jaar geleden in Elst geboren. Hij maakte deel
uit van een groot gezin, waarover hij slechts wil vertellen dat het
bestaat uit zeer reislustige mensen.
Al vroeg begon Wim Heuver voorzichtig - uit vrije wil - over een leven
in dienst van de kerk te denken. In 1955, na zijn lagere schooltijd,
besloot hij eens te kijken wat het seminarie in Apeldoorn toen had
te bieden. Toen de tijd kwam om te beslissen of hij een leven in de
kerk werkelijk ambieerde, bleken er geen bedenkingen te zijn. Hij
ging ver volgens verder op de ingeslagen weg en studeerde filosofie
en theologie.
Hoewel de jonge Heuver achter zijn beslissing stond keken zijn ouders
door de jaren heen met gemengde gevoelens tegen zijn keus aan.
Pastor Heuver: "Halverwege de jaren '60 begon de boel in de kerk in
beweging te komen. De vraag was toch wel: zou je daarin willen werken?
In de ogen van mijn ouders hield dat een onzekere toekomst in. In
mijn eigen ogen ging het er juist om hoe je de situatie in de kerk
zo snel mogelijk kon veranderen".
Het waren de j aren van het Vaticaans Concilie, jaren die voor Wim
Heuver door strijdlust werden gekenmerkt. "Die strijdlust zat in je.
Voor je gevoel ging alles op de helling en dat hoorde ook zo".
De meest markante wijziging was de verandering van de Latijnse Mis
naar de Nederlands gesproken Mis. "Het klinkt eenvoudig, maar nu kon
je horen wat er werd gezegd en het stond je vrij dat onzin te vinden.
Iedereen ging erover meepraten; er ontstonden hele discussies over
de kerk".
Aan het einde van het 2e Concilie stelde de paus in een voetnoot dat
alle beslissingen door hem werden genomen. Dat was van invloed op
pastor Heuver: "De ontwikkelingen waarvan je hoopte dat ze zich zouden
doorzetten, konden uiteindelijk door één iemand weer worden teruggedraaid.
De spanning is door de jaren heen blijven bestaan; mensen gaan binnen
de kerk hun eigen weg, maar er wordt tóch gezegd hoe het moet!"
Op zich vindt pastor Heuver het niet erg om in een spanningswereld
te werken. "Dat is alleen maar vruchtbaar. De dingen die je doet moet
je naar anderen toe verantwoorden, maar meer nog naar jezelf", verduidelijkt
hij. "Het betekent ook: het niet bevechten van je eigen gelijk", vervolgt
hij. "Het is de functie van een pastor oog te hebben voor wat mensen
beweegt. Het gaat om allemaal verschillende, soms tegengestelde meningen.
Je moet proberen die meningen recht te doen, zonder je eigen mening
te laten prevaleren".
Aandacht voor verdrukking
Pastor Wim Heuver omschrijft als 'kunst van het pastoraat' "het opnemen
voor datgene wat in de verdrukking dreigt te komen", of er in ieder
geval aandacht voor te vragen.
De pastor: "In alle jaren pastoraal werk is het een soort constante;
je bent altijd met die problematiek bezig én het houdt leven in de
brouwerij, want het wisselt". Met een brede lach voegt hij daaraan
toe: "Het is mijn ervaring dat er niets verleidelijker is in het leven
dan de
baas spelen over elkaar...". "Als je een kerk vol mensen ziet, herken
je hen; je ziet mensen - niet allemaal weliswaar - die pijn lijden
aan het leven. Dan moet je niet de baas gaan spelen over elkaar...".
Hiermee samenhangend omschrijft pastor Heuver de functies van een
pastor als 'goed kijken, goed luisteren en jezelf blijven'.
Nu hij in Nieuwegein is neergestreken (hij is op 1 augustus 1993 begonnen),
wordt hij geconfronteerd met een grote parochie die uit drie delen
bestaat. "Ik heb niet zo'n moeite met de strijdlust tussen de parochies,
relativeer het ook sterk", vertelt hij. Zoals in de aanhef werd ver
meld heeft pastor Heuver zelf uitdrukkelijk gekozen voor het werk
in teamverband. "Ik voel me daar lekker bij en je wordt wat gemakkelijker
in je manier van werken gecorrigeerd. Dat houdt je alert. Het geeft
je ook het gevoel dat je samen ergens voor staat; met de parochianen
maar ook met de pastores".
Dat blijk je echter steeds minder te kunnen vinden. Zo werkte hij
o.m. in De Meern, in Velp ("Daar begon ik in een team van 4 mensen,
maar bleef ik zelf als enige over") en in Zwolle. In die laatste gemeente
werkte hij gedurende 9 jaar alleen in een zeer grote parochie. Toen
hij besloot naar een nieuwe parochie te vertrekken kon hij kiezen
uit een aantal gemeenten. Zijn voorkeur ging daarbij uit 'naar een
locatie in het midden van het land. Het werd dus Nieuwegein.
Nu Wim Heuver pastor van de Barbarakerk is, verandert er voor zijn
parochianen in ieder geval iets: hij gaat de pastorie bewonen die
met dat doel voor ogen een redelijk intensieve verbouwing zal ondergaan.
Naast woonruimte zal ook ruimte worden gecreëerd voor vergaderingen
en dergelijke. Op deze manier tracht de pastor zijn privé-tijd van
zijn werktijd te scheiden.
"Je bent tot op zekere hoogte 24 uur per dag pastor, maar je moet
wèl gezond met je werk omgaan. Ik kan niet meer doen dan ik kan en
het leven moet niet alleen uit werken bestaan". Hij beschouwt het
als een kunst ook af en toe 'nee' te zeggen als er een beroep op hem
wordt gedaan. "Het name als je ergens anders mee bezig bent moet je
iemand kunnen vertellen dat hij beter op een ander tijdstip kan komen".
Door de verwachte werkdruk is hij genoodzaakt zijn tijd efficiënt
in te delen. "Ik werk snel en zakelijk", vertelt hij. Pastor Heuver
veronderstelt dat de parochianen daar wellicht aan moeten wennen.
"Als ik bij een vergadering ben wil ik dat alle punten zakelijk worden
afgehandeld. Als men na de vergadering nog even met een drankje wil
nakaarten vindt de pastor dat er begrip voor zijn werk moet zijn.
"Ik kom misschien al uit een vergadering en ik heb er misschien nog
één of twee voor de boeg' verduidelijkt hij.
Pastor Heuver ligt niet wakker van de komende tijd. "Ik zeg niet
dat het beter of slechter wordt, maar het wordt wél anders. Ik wil
mezelf blijven in mijn werk". Daarbij beseft hij wel degelijk dat
hij de nieuwkomer is in de parochie, en niet andersom.
Aan het slot van het gesprek stelt hij lachend vast dat hij het "tot
op de dag van vandaag leuk vindt hier te zijn begonnen". En misschien
nog wel belangrijker dan dat: "Ik heb er zin in!"
Nicoline Scholman, redactie Hoeksteen
|