Pastor Hans Oldenhof
|
 |
| Adres: |
Utrechtsestraatweg 8a
3438 AK Nieuwegein
tel. 030 - 298 00 10
|
| e-mail: |
h.oldenhof # 3eenheidparochie (punt) nl ** |
| vrije dag: |
woensdag |
Pastor Oldenhof is sinds 1 oktober 1999 pastoraal werker in de
Taborparochie. Zijn profiel is Diaconie.
Pastor Hans Oldenhof werd op 06-11-1954 geboren
te Bedum in Groningen. Vanaf 1960 heeft hij gewoond in Hengelo (O).
Nadat hij daar het gymnasium had gevolgd, studeerde hij in Nijmegen.
Hij is gehuwd met Ria Gerrits en is vader van drie zoons:
Ruben (1991), David (1993) en Maurits (1996).
Kijken waar de Geest van God waait
Een gesprek met Hans Oldenhof, 25 jaar pastoraal werker
Het is op 1 oktober a.s. 25 jaar geleden dat Hans Oldenhof
als pastoraal werker begon. Hij is nu negen jaar in Nieuwegein
werkzaam en ruim twee jaar in Drie Rivierenland. Een mooie
gelegenheid om hem eens te vragen naar zijn drijfveren en
ervaringen.
Waar kwam jouw interesse voor het pastoraat vandaan?
Mijn vader was kerkelijk heel actief. Ik werd misdienaar en
lid van een gregoriaans jongenskoor. Daar heb ik leren zingen!
Als 17-jarig lid van een tekstgroep van een jongerenkoor heb ik
al een keer een overweging gehouden.
Het
laatste jaar van de middelbare school luisterde ik steeds
geboeid naar mijn leraar godsdienst. Hij had een brede horizon,
niet alleen door de theologie maar ook omdat hij maatschappelijk
werker was geweest. In vergelijking met anderen had ik een brede
interesse op het gebied van religie en politiek. Dit alles
leidde er - in de roerige zeventiger jaren - toe dat ik
theologie wilde gaan studeren.
Tijdens mijn studie in Nijmegen was ik ook actief in de kerk.
Binnen de Vredesbeweging wist ik goed de weg in de kerk. Zo heb
ik een landelijke handtekeningenactie georganiseerd in de
kloosters om te waarschuwen tegen de neutronenbom. In Chili kwam
in 1973 dictator Pinochet aan de macht en president Allende werd
vermoord. Vijf jaar later heb ik samen met Chilenen een
herdenking georganiseerd in de Studentenkerk. Mijn
afstudeerrichting was missiologie. Mijn idee was: overzee zit er
meer muziek in kerk en geloof. Het is er vanzelfsprekender en
staat dichter bij het dagelijkse leven. De bevrijdingstheologie,
die toen in opkomst was, vond ik ook heel interessant. We kunnen
veel van christenen in de Derde Wereld leren.
Drie keer heb ik in mijn vakantie een reis naar Nicaragua
gemaakt en heb daar contact gezocht met een aantal christelijke
basisgemeenschappen. Het is nooit mijn bedoeling geweest om zelf
te gaan werken in een Derde Wereldland. Vanuit Nederland wilde
ik wel deze basisgemeenschappen steunen. Ze stonden aan de rand
van de parochies en werden door de officiële kerk tegengewerkt.
Sommige priesters hadden wel waardering voor wat deze
gemeenschappen deden, maar mochten dit niet te openlijk tonen.
De laatste tien jaar is mijn aandacht meer verschoven van het
buitenland naar mensen die uitgesloten worden of zich
uitgesloten voelen van de eigen samenleving: allochtonen maar
ook anderen. Ik heb gemerkt dat de kerk lokaal wel degelijk iets
kan betekenen. Tegen het idee: “God voelt zich niet thuis in
Europa, daarom is Hij in de Derde Wereld ondergedoken” heb ik me
altijd verzet. Gods Geest is hier net zo goed werkzaam in mensen
die met vallen en opstaan hun weg door het leven zoeken.
Ik ben me steeds meer gaan ergeren aan het type verkondiging,
waarin mensen wordt voorgehouden dat ze van alles moeten.
Het gaat in de kerk toch om het vieren van Gods aanwezigheid in
de schepping? Zo is God ook werkzaam in ieder van ons. De kunst
is dat zichtbaar te maken en te vieren. Steeds meer ben ik de
ontwikkeling van de eigen geloofsbeleving van mensen (en ook van
mezelf) belangrijk gaan vinden. De relatie tot God is toch de
basis voor het doen van het goede en het vinden van een weg naar
werkelijk geluk? De combinatie in mijn werk van diaconie en
verkondiging is me erg dierbaar. Als ik in het parochieverband
het gevoel heb dat een overweging overkomt en aanspreekt zet ik
deze altijd op de website van de Taborparochie
Drie rode draden
Eén van de rode draden in mijn leven is: bewondering voor
de veerkracht van mensen. Mijn helden zijn de mensen die
veel tegenslag hebben gehad maar toch iets van hun leven weten
te maken. Het is mooi als het geloof daarbij een rol speelt. Het
gebeurt op allerlei plekken. Om een voorbeeld te noemen: je ziet
het bij de mensen met een psychiatrische achtergrond die het
Pastoraal Café bezoeken. Ik vind het erg fijn om vier keer per
jaar daar de viering-met-gesprek te leiden. Het vraagt veel van
je, en een tijd geleden zou ik het niet gekund hebben. In dit
vak is het noodzakelijk om je te blijven ontwikkelen. Ik heb het
gevoel dat ik er erg in gegroeid ben, juist de laatste jaren. Zo
kan ik meer betekenen voor anderen. De kerk is er ook voor om
mensen te helpen ontdekken wie ze zijn, en om levenskunst te
ontwikkelen, troost en kracht op te doen. Iedereen is een kind
van God. Als je het gevoel hebt dat je niet meetelt of als je met
je ziel onder de arm loopt, kan de kerk je helpen je gevoel van
eigenwaarde te vergroten. Dit gebeurt in de basisgemeenschappen
in Nicaragua, maar net zo goed hier.
Een andere rode draad voor mij is: de band met de
institutionele kerk. Over de R.-K. kerk denken veel mensen te
zwart-wit. Er is heel veel waardevols, dat niet gezien wordt. En
de Geest van God is natuurlijk ook werkzaam buiten de gevestigde
kanalen van de kerk. Het gangbare beeld van diaconie was dat we
vanuit de kerk kijken waar mensen zijn die we kunnen helpen.
Daar is op zich niks mis mee. De kerk heeft wel minder
veerkracht gekregen. Nu kijken we ook waar de Geest van God
waait onder de mensen.
Dat brengen we de gemeenschap van de kerk binnen. Van daaruit
kunnen we mensen actief steunen, en niet andersom: vanuit de
kerk de samenleving dingen opleggen. De diaconale werker en de
diaken zijn daarbij een soort "ambassadeur".
Nóg
een rode draad: de invloed van de Franciscaanse beweging op
mijn pastor-zijn. Mijn vader was lid van de Derde Orde van
Franciscus. Ik vond het mooi hoe hij in zijn werk stond: met
veel liefde en toewijding voor leerlingen met minder
capaciteiten. Ongeveer 20 jaar geleden ben ik zelf actief
geworden in de Franciscaanse beweging. Eén van de werken van
barmhartigheid is het begraven van de doden. Ik heb talloze
uitvaarten gedaan. Mensen typeren mijn uitvaarten vaak als “warm
en eenvoudig”. Bij uitvaarten met veel tragiek of bij kleurrijke
mensen voel ik me extra uitgedaagd. Ik wil ook eenvoudige mensen
de eer geven die hen toekomt. Zo heb ik er gelukkig voor kunnen
zorgen dat de verongelukte Bobby Johnson, bij vele Nieuwegeiners
bekend als Straatnieuwsverkoper op City Plaza, een mooie
uitvaart kreeg. Het voorstel van een ambtenaar was een stille
begrafenis op Noorderveld voor deze vluchteling. Maar Bobby was
een publieke figuur. Dan zie je ook het mooie van de parochie:
iedereen droeg zijn steentje bij. Veel mensen legden bloemen bij
een herdenkingsplek die we hadden gemaakt op City Plaza.
Vrijwilligers van de kerk zorgden voor een mooie oecumenische
viering. Kerkgangers en parochiebladlezers betaalden de steen.
Dat is de kerk op haar best.
Oog hebben voor mensen als hij: dat is ook in de lijn van
Franciscus. Hij verkeerde graag tussen mensen met weinig
aanzien. Arme mensen verschuilen zich minder achter façades. Ze
zijn vaak open en hebben een lage drempel. En er is humor.
Is er ruimte voor diaconie binnen de parochie?
Diaconie is wel een ondergeschoven kindje. Er zijn weinig
mensen actief in, maar het wordt wel gewaardeerd. Het vinden van
vrijwilligers voor bijv. het Pastoraal Café en de noodopvang
voor dakloze vluchtelingen was geen probleem omdat we mensen
persoonlijk aanspraken. Zowel katholieken als protestanten
werden hierbij actief en vormden een hechte club. De Caritas van
Nieuwegein is heel actief. Ik heb erop aangedrongen dat ze
meedoet aan het Platform Armoedebestrijding. Dit heeft zowel bij
de kerk als in de politiek draagvlak. In Nieuwegein heb ik veel aan de
weg getimmerd; ik heb gemerkt dat veel sleutelfiguren in
welzijnsorganisaties en veel vrijwilligers een katholieke
achtergrond hebben, al zijn ze lang niet altijd praktiserend. Ik
wil deze mensen het gevoel geven dat ze bij de gemeenschap van
de kerk horen en dat wij ze waarderen en willen bemoedigen.
Ik heb wél het belang geleerd van draagvlak in de eigen
gemeenschap. Je moet activiteiten inbedden in beleid. Voorheen
was ik wel eens een hobbyist. Ik heb drie keer een
Multiculturele Kerstsamenzang getrokken. Maar zodra ik andere
prioriteiten kreeg zakte het meteen weg. Nu is het beleid om het
contact met de allochtone katholieke gemeenschappen te
verbeteren. In de toekomst kunnen we dan sámen zo’n samenzang
organiseren, in plaats van dat je hen alleen maar uitnodigt voor
de liederen.
Het is nu wel moeilijker met zes parochies. Ik sta verder van
de mensen af en heb de actieve steun van de pastoraatsgroepen en
maatschappelijke sleutelfiguren nodig. In Nieuwegein werk ik al
negen jaar. Zo heb ik veel mensen leren kennen. Soms word ik op
dingen geattendeerd door kerkgangers. Onlangs hoorde ik in Lopik
dat daar veel alcohol wordt gedronken door jongeren onder de 16
jaar. Een mevrouw uit de gemeenteraad coördineert daar de
Nachtwacht; zij ziet de verloedering onder haar ogen en vindt
dat er iets gedaan moet worden. Zij voelt zich daarbij soms
alleen staan. Ik ben geweest op een voorlichtingsavond van de
gemeente voor ouders van 12-jarigen en heb daar verslag van
gedaan in de parochiebladen van Lopik en Benschop. Deze mevrouw
(zelf van hervormde huize) voelde zich hierdoor gesteund. Ik heb
haar gezegd dat ik haar waardeer om haar morele passie. Die is
nogal eens ver te zoeken in de politiek. Het is belangrijk het
waaien van de Geest te signaleren en mensen zoals zij moreel te
ondersteunen.
Nu, 25 jaar later, nog steeds bevlogen?
Jazeker, al kan dit werk je nogal opslokken. De generatie
vóór mij kwam van het seminarie. Ik wilde nooit priester worden;
het celibaat is niets voor mij. Ik ben blij met mijn gezin, al
zie ik wel het gevaar dat Ria en de kinderen tekortkomen. Maar
mijn vrouw komt goed op voor hun belangen! De kunst is om
vreugde de grondtoon te laten zijn van ons leven. Aandacht voor
spiritualiteit is belangrijk. Dat hoor ik ook van mensen: de weg
naar binnen gaan zodat je de uitdagingen van het leven aankunt
en met overgave kunt leven. Dat is iets waar de kerk de mensen
bij kan helpen. Dat hoort ook bij Franciscus: leven in
verbondenheid met al wat is, maar je ook op tijd terugtrekken,
aandacht voor gebed en meditatie. Net als hij willen wij naar
onszelf, naar elkaar en naar God toe eerlijk zijn en eenvoudig
leven. Met ons gezin gaan we om de twee, drie jaar naar Taizé
toe. De kinderen vinden dat weldadig. De eerste keer dat ik er
was, in 1978, ging het over ‘strijd en aanbidding’, en dat is
het voor mij altijd gebleven. De weg naar binnen en de weg naar
buiten kunnen niet zonder elkaar; ze versterken elkaar.
De kerk zou veel meer dan nu de gemeenschap kunnen zijn die
mensen begeleidt bij hun innerlijke ontwikkeling, bij het
ontwikkelen van levenskunst.
Heb je zelf voldoende tijd voor bezinning?
Werken in onze moestuin is een goede manier om afstand te
nemen en tot mezelf te komen, te aarden. Tijdens de vakantie heb
ik met een van onze zonen een prachtige fietstocht gemaakt door
Italië, onder andere langs een aantal Franciscaanse plekjes. In
IJsselstein zijn er sinds kort bijeenkomsten van leden van de
Franciscaanse beweging. Die contacten heb ik nodig voor
inspiratie.
Hoe nu verder?
Ik hoop dat ik in de andere vijf parochies van Drie
Rivierenland genoeg aansluiting vind om de “ambassadeursfunctie”
te kunnen vervullen. Ik moet het hebben van mensen die mij
attent maken op het waaien van de Geest.
Hoe gaat de viering van je jubileum eruit zien?
De jubileumviering vindt plaats in de Nicolaaskerk in
Nieuwegein op 4 oktober, de dag van Franciscus. Vanwege de
grootte van de kerk en de Franciscus-preekstoel had ik liever de
basiliek in IJsselstein gekozen, maar daar is veel minder
parkeergelegenheid. In mijn toespraak zal ik het hebben over de
invloed van Franciscus op mijn werk. Als publiekstrekker heb ik
de schrijver Kader Abdolah uitgenodigd. Hij heeft geen geloof,
maar wel veel liefde voor de Arabische cultuur. Hij vindt de
verstarring bij veel imams en ayatollahs vreselijk. In het boek
“Het huis van de moskee” maakt hij iets voelbaar van de
gematigde Islamitische cultuur die eeuwenlang bestaan heeft en
waarin het goed leven was. Het is belangrijk dat wij leren
omgaan met moslims en elkaar leren begrijpen. Ik wil mensen in
gesprek brengen die elkaar doorgaans niet spreken. Ook dat is
diaconie. Ik hoop, door persoonlijke uitnodigingen ook mensen te
trekken die wat verder van de kerk afstaan, en ook moslims uit
de regio. De maaltijd wordt vast gezellig (belegde broodjes en
soep uit onze moestuin). Daarna zal er een feestelijke
eucharistieviering zijn met als voorganger een priester uit een
van mijn vorige standplaatsen. Het Zonnelied van Franciscus
zal ’s middags en ’s avonds op een nieuwe melodie ten gehore
gebracht worden. De dag wordt besloten met een receptie. Alle
onderdelen zijn ook los te bezoeken. Dus kijk maar wat je leuk
vindt.
Hans, van harte gefeliciteerd met je jubileum en we hopen
dat het een mooie dag wordt!
Ineke Brouwer en Paul Nieuwenhuis |