Overweging bij 1 Samuël 3, 3b-10.19
en Johannes 1, 35-42
over het horen van stemmen
In
Nieuwegein is onlangs het eerste lustrum
gevierd van het Pastoraal Café. Dat is een
viering op de eerste maandagmiddag van de
maand in het Stiltecentrum van de Emmauskerk.
Het is een oecumenische viering voor mensen
met een psychiatrische achtergrond. Ik ga
in zo’n viering ook een paar keer per jaar
voor. Het is een interactieve viering, dus
je komt echt met mensen in gesprek; in de
viering en bij de koffie vooraf en achteraf.
Ook met mensen die uit ervaring weten wat
het horen van stemmen is, dus mensen die
medicijnen slikken vanwege hun schizofrenie.
Ik moest aan hen denken toen ik de eerste
lezing onder ogen kreeg over de roeping
van Samuël. Ook Samuël hoort een stem, tot
viermaal toe een stem. Pas de laatste keer
gaat de jongen er goed mee om. Hij loopt
niet meer naar de oude priester Eli toe
maar gaat in op wat de stem zegt. Samuël
antwoordt: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert”.
Pas dan staat Samuël open voor wat God hem
te zeggen heeft.
Stemmen horen, die anderen niet horen,
dingen zien die anderen niet zien, het is
een veel voorkomend fenomeen bij mensen
die lijden aan schizofrenie. Ze worden door
beelden en geluiden overspoeld, en ze kunnen
er vreselijk verward en angstig door worden.
Van parochianen hoor ik er ook wel eens
over. Een vader vertelde me dat zijn zoon
door goede medicijnen geen psychoses meer
heeft. Maar hij hoort nog wel stemmen. Hij
heeft geleerd daar goed mee om te gaan.
U zult misschien zeggen: “Waarom vertel
je dat allemaal? Wil je soms zeggen dat
Samuël ook geestesziek was?” Nee, integendeel.
Samuël wordt niet overspoeld door de stem.
Hij wordt niet angstig. Hij leert van de
priester om zich open te stellen voor wat
de stem wil zeggen. Het verhaal zegt niet
wat Samuël toen hoorde. Maar uit het geheel
is op te maken dat het luisteren naar die
stem wezenlijk was bij het ontdekken van
zijn taak en roeping. Luisteren naar de
stem was voor hem wezenlijk bij het ontdekken
van zijn diepste wezen en van zijn talenten.
Leren omgaan met innerlijke stemmen, dat
gebeurt ook nu. In Maasticht en Groningen
zijn speciale stemmenpoli. Dat is voor mensen
met schizofrenie. Maar onderzoek heeft aangetoond
dat je niet geestelijk ziek heeft te zijn
als je stemmen hoort of dingen ziet die
anderen niet horen of zien. Eén procent
van de bevolking is schizofreen, maar vier
procent hoort stemmen. In ongeveer de helft
van de gevallen komt die stem van de duistere
kant van onze geest, en maakt ze angstig
of overmoedig. Maar vaak ook komt die stem
juist van de lichte kant, en spreekt er
wijsheid uit, een scherpe intuïtie, een
positieve boodschap. Een ander onderzoek
wees uit dat mensen die veel met religie
bezig zijn beter om kunnen gaan met stemmen
en hallucinaties. Er stond niet bij waarom.
Ik denk dat het is omdat stemmen, visioenen,
verschijningen, religieuze ervaringen voor
hen iets meer gewoon zijn. Ze horen bij
je traditie als katholiek bijvoorbeeld.
Je weet dat ze bestaan, ook al heb je er
zelf geen ervaring mee. Denk maar eens aan
Mariaverschijningen of ontmoetingen met
engelen. Je weet dat het bestaat, omdat
anderen en ook de kerk door de eeuwen heen
erover spreken. Misschien heb je er zelf
helemaal niets mee. Maar als zoiets je onverwacht
toch overkomt, dan roept het niet alleen
maar angst op, al zul je zeker verrast zijn.
Je gaat eerder kijken wat de betekenis is
van wat je meemaakt. Misschien is het alleen
maar een weerspiegeling van je eigen angsten
en obsessies, zoals ook in een angstdroom
bijvoorbeeld. Maar misschien ligt de oorsprong
veel dieper, en heeft wat je gezien en gehoord
hebt te maken met je relatie met God. De
kunst is kritisch te kijken en te luisteren;
het gaat om de onderscheiding der geesten.
Als je zo met stemmen omgaat sta je in
een oude traditie. Als je de verhalen over
de woestijnvaders leest, monniken uit de
eerste eeuwen in Egypte, of verhalen over
Franciscus, dan zie je dat ze regelmatig
werden belaagd door demonen. Franciscus
zag die ook echt voor zich. De woestijnvaders
noemden dat beproevingen. En ze leerden
om zich daar tegen te verzetten. Een hele
toer, en ze beschikten niet over medicijnen.
Maar diezelfde mensen, en vele anderen met
hen, vertellen ook van ervaringen van Gods
nabijheid, van kracht en troost die ze ontvingen
van engelen, van Maria, van de verschijning
van een heilige, ja van Christus zelf. Er
is meer tussen hemel en aarde. En er is
veel onbekend over onze geest. Er kan zich
iets openbaren dat we niet kunnen plaatsen.
Dan is het goed om er onbevangen naar te
kijken. Is het iets goeds, iets met betekenis,
dan kan het je helpen. Misschien laat het
iets zien van je verlangen naar absolute
macht, of iets van je innerlijke afgrond.
Niets menselijks is ons vreemd. Lang niet
alle verlangen brengt ons op de weg van
het geluk, de weg van God, de weg van Zijn
koninkrijk. Er is genoeg wat ons van die
weg probeert af te houden. Dat weet iedereen,
ook als je geen stemmen hoort. Het kwaad
ís vaak verleidelijk. En het vraagt oefening
en toewijding om de weg van het goede te
gaan.
De kleine Samuël was door zijn moeder
aan God toegewijd. Zo dankbaar was ze dat
ze toch nog een kind had gekregen. Samuël
groeide op aan de zijde van de priester
Eli. Het was een tijd van oppervlakkigheid
en verloedering. Maar Eli geeft de opgroeiende
Samuël geestelijke begeleiding. Zo leert
Samuël luisteren naar God, en zo kan hij
uitgroeien tot een profeet die het volk
verder helpt. Laten wij dan ook ons geloof
serieus nemen en kracht putten uit onze
relatie met God. Kracht om goed en kwaad
te kunnen onderscheiden bijvoorbeeld. Bij
wat van buiten op ons afkomt maar ook bij
wat zich van binnenuit aan ons openbaart.
Laten we niet bang zijn voor de stilte.
Want daar kunnen we open komen te staan
voor Gods nabijheid en voor Zijn leiding.
Diep van binnen weten we vaak drommels goed
of iets echt goed voor ons en anderen is
of niet. In de stilte leren luisteren naar
wat er op een dieper niveau in ons leeft,
en juist dan Gods aanwezigheid op het spoor
komen; het lijkt me een uitdaging voor ons
allen in deze tijden van verwarring en lawaai.
Hans Oldenhof
|