Overweging op Oudejaarsavond bij
Prediker 3, 1-15 en Marcus 9, 49-50
We sluiten
vanavond 2011 af. Elk jaar is weer
anders, niet alleen door de uiterlijke
omstandigheden die steeds weer wisselen,
maar ook omdat wij zelf ieder jaar
veranderen. Niet alleen worden we ouder;
we worden misschien ook wijzer,
ervarener. Maar het kan net zo goed zijn
dat we belangrijke mensen zijn
kwijtgeraakt, of een illusie armer zijn.
De eerste
lezing, uit Prediker; ze lijkt zo
vanzelfsprekend: bij het leven horen
hoogten en diepten, kansen en
beproevingen. Ze waren vast weer ons
deel in het afgelopen jaar. Dingen om
dankbaar om te zijn. En nare dingen;
want we weten: “shit happens”, Het nare
is: vaak is die shit niet eerlijk
verdeeld onder de mensen. Dat is al
moeilijker te accepteren. Maar in de
lezing van Prediker staat bovendien: “Ik
heb gezien dat het een kwelling is, die
hem door God wordt opgelegd”. Dat is een
zin die niet zo goed past bij het
gangbare godsbeeld dat God enkel liefde
is en alleen het goede wil. Het kan zijn
dat ons godsbeeld al te menselijk wordt,
bijvoorbeeld de oude man met de witte
baard die vanuit de hemel aan de
touwtjes trekt en al in dit leven het
goede beloont en het kwade straft. Dat
beeld lijkt me een karikatuur van God.
Je kunt er in ieder geval ook niet mee
uit de voeten in het dagelijks leven.
Want wat moet je dan met het onverdiende
lijden? Je kunt dan alleen maar God de
schuld geven of aan Gods bestaan gaan
twijfelen. Dat voert ons denk ik niet
verder. Ook niet de redenering dat God
ons het kwade stuurt opdat wij ervan
leren, of om ons te louteren. Want de
mensen die verbitterd raken en bezwijken
onder hun lot kunnen geen enkele troost
en geen enkel houvast vinden bij deze
God.
Het lijkt me daarentegen belangrijk
om te beseffen dat wij Gods bedoelingen
niet kennen en dat het wezen van God
alle menselijke voorstellingen te boven
gaat. Prediker zegt het zelf ook: “De
mens kan het werk van God niet van begin
tot eind doorgronden”. Hoogstens kun je
achteraf zeggen, als het je weer beter
gaat: “Ik denk dat God mij iets wilde
leren”. Prediker zegt ook: “God doet het
zo opdat wij ontzag voor hem hebben”.
Dat lijkt me een belangrijke gedachte.
Wat mij steeds weer ontzag in boezemt is
dit: geloof, hoop en liefde zijn
onuitroeibare krachten. Er kan nog
zoveel gebeuren: er zijn mensen die de
verschrikkelijkste dingen meemaken maar
die er zich toch bovenuit weten te
vechten. Er is in die mensen een
ongelofelijke veerkracht en een niet
stuk te krijgen verlangen om ondanks
alle tegenslag er toch het beste van te
maken. In hen zien we de Geest van God
aan het werk. Hoe ze het opbrengen; we
kunnen er met ons verstand niet bij. Het
moet iets met God te maken hebben, met
de werking van Gods Geest die al ons
bevattingsvermogen te boven gaat. En het
is de kunst om ook vanuit diezelfde
Geest te leven, ook in het nieuwe jaar.
Het evangelie zegt: “Iedereen moet met
vuur gezouten worden. Zorg dat jullie
het zout in jezelf niet verliezen en
bewaar onder elkaar de vrede”. Met
andere woorden: blijf altijd bidden om
het vuur van Gods Geest. Want het is dat
vuur dat smaak geeft aan ons leven, het
is de zout in de pap, dat wat ons kan
dragen door de tijd, ook als wij maar
weinig kunnen begrijpen van wat ons en
anderen allemaal overkomt. Moge de
ondoorgrondelijke liefde van God ons
houvast zijn, als we terugkijken op het
afgelopen jaar, en als we vol vertrouwen
toeleven naar het nieuwe.
Hans Oldenhof
|