Je leert er zelf heel veel van (nov. 2005)
In de kindernevendienst zijn de kinderen nu bezig met het Adventsproject
om zich voor te bereiden op Kerstmis. Liesbeth de Graaf en Jacqueline
Verbart draaien niet alleen mee in de
kindernevendiensten maar zorgen
ook voor de voorbereiding er van.
Wat houdt jullie werk in?
We zoeken samen verhalen bij de lezingen van de zondagviering voor
de kindernevendienst, voor kinderen van 4 tot 12 jaar. De afspraak
is dat het verhaal hetzelfde is als de lezing voor volwassenen maar
dan voor kinderen verteld. Dat is soms lastig, soms is er geen geschikt
verhaal en moeten we onze creativiteit gebruiken, dan gaan we op zoek
naar een verhaal met dezelfde strekking. We gebruiken zoveel mogelijk
bijbelverhalen omdat de meeste kinderen weinig weten van de bijbel.
Naast kinderbijbels gebruiken we naslagwerken en goede spiegelverhalen
(kinderboeken met een bepaalde boodschap). In de Nicolaaskerk staan
een aantal boeken die we kunnen gebruiken. De parochie investeert
hier ook in, het is belangrijk om in kinderen te investeren.
Liesbeth: Een aantal jaren geleden heeft Hans Huitema aan Elise Verweij
en mij gevraagd om een materiaalindex te maken om het zoeken naar
verhalen te vergemakkelijken. Inmiddels ben ik hiermee gestopt, want
ik kwam er achter dat het droog invoeren van materialen op trefwoord,
kerkelijke zondag etc. mij niet zo ligt; ik vind het veel leuker om
te zoeken naar materialen en dingen erbij te bedenken. Creatief bezig
zijn dus.
Ik wilde er graag iemand bij om dit samen te doen en heb toen Jacqueline
gevraagd.
Jacqueline: het voordeel is dat je feedback krijgt van elkaar en elkaar
kunt aanvullen. Je hebt elkaar ook nodig om te zien hoe dingen overkomen.
Liesbeth heeft meer kennis van spiegelverhalen en ik meer van bijbelverhalen,
ik profiteer ook van Liesbeth’s creatieve ideeën. Het leuke is dat
je er zelf ook veel van leert.
We maken voor de kindernevendienst een overzicht op papier met informatie
over het thema van de lezing en met de uitwerking erbij. We verdelen
de zondagen onder elkaar, werken de aantekeningen thuis uit, maken
dan samen alles pasklaar, en brengen de materialen zonodig ook rond.
In onze werkgroep zitten veel jonge vrijwilligers die erg betrokken
zijn bij kinderen en regelmatig is er overleg om de zondagen en het
materiaal te verdelen. We krijgen trouwens ook feedback van de voorgangers
van de kindernevendienst. Vaak krijgen we positieve reacties over
het materiaal, dat bewaren we dan voor een volgende keer.
Het liturgische C- en A-jaar hebben we inmiddels klaar en nu beginnen
we aan het B-jaar. Straks hebben we drie complete jaren met materiaal
liggen, al ontbreekt er soms wel wat als er bijvoorbeeld zondagen
uitgevallen zijn. Straks hoeven we alleen maar hiaten aan te vullen,
en dingen aan te passen. Herhaling is geen probleem. Alleen voor het
Advent- en Veertigdagenproject willen we een cyclus van 6 jaar aanhouden.
Hoe ziet een kindernevendienst er uit?
De opbouw bestaat uit een kort inleidend gesprekje over het thema,
dan volgt het verhaal (soms ook een lied of gebed) en dan is er de
creatieve uitwerking. Dit vinden de kinderen het leukste, ze vragen
bij binnenkomst al vaak: “wat gaan we doen?”
Dat ‘doen’ kan bestaan uit iets knutselen, het verhaal naspelen, een
bewegingsspel of een gezelschapsspel. Hetgeen ze gemaakt hebben komt
ook in het kinderhoekje in de kerk. De kinderen nemen ook iets mee
terug naar de viering en vertellen er over aan de grote mensen. Dat
ze naar de kindernevendienst gaan wordt ook altijd even ingeleid door
de voorganger. Er is dus een duidelijke link met de volwassen viering.
Kinderen worden gelukkig meer betrokken bij de viering dan vroeger.
Het is soms moeilijk dat je met verschillende niveaus te maken hebt,
want in de groep zitten kinderen van 4 tot 12 jaar. Vroeger splitsten
we de groep in tweeën, maar nu zijn er te weinig kinderen, dus hebben
we alle leeftijden bij elkaar gezet. (of soms was de groep vrijwilligers
te klein). Vooral jonge kinderen vinden sommige dingen te moeilijk,
daar zoek je dan iets anders voor. Vaak ook geven we de insteek: groot
helpt klein, dat vinden ze meestal heel leuk.
We richten ons met het materiaal op de iets oudere kinderen, de kleintjes
komen toch wel en trekken zich aan de groten op. Als het voor de ouderen
te kinderachtig wordt, haken ze af.
De grootte van de groepen is op dit moment gemiddeld 15-20 kinderen
in de Emmaus en 5-10 in de Nicolaas. Met name in de Emmaus is er een
vaste kern, en verder zijn er een aantal kinderen die regelmatig komen
maar niet iedere zondag. Het is een steeds wisselende groep.
Omdat er in de Nicolaas niet zoveel kinderen zijn, is ook besloten
om bepaalde zondagen geen nevendiensten te houden, behalve bij projecten
zoals de Advent en Veertigdagentijd, vanwege de doorgaande lijn.
Is er contact met andere werkgroepen?
De samenwerking met andere werkgroepen is heel goed. Soms overleggen
we met de werkgroep gezinsvieringen, met name bij projecten. We gebruiken
af en toe ook elkaars materiaal. Zij sluiten bijvoorbeeld aan op ons
Adventsproject. Als we een liedje hebben uitgezocht bij het project
en we geven dit op tijd door, dan studeren alle koren dit lied ook
in. We voelen ons heel erg gesteund door de andere groepen, er is
een grote bereidheid iets voor elkaar te doen. Zelfs de bloemengroep
wilde ons thema in de bloemstukken verwerken. Het leuke is dat je
zo veel mensen leert kennen en ook de lijnen in de parochie ziet.
Het Adventsproject is een project van vier weken. Iedere zondag gaat
het verhaal over één van de vier elementen. De knutselactiviteit gaat
mee naar huis en ‘groeit’ iedere week een stukje. Net zoals je in
de Advent ‘toegroeit’ naar Kerstmis. Als kinderen een week missen
is dat geen probleem. De werkgroep gezinsvieringen is bezig met een
musical voor de Kerstviering. Wij maken tijd voor de voorbereiding
(ons is gevraagd om met de kinderen het kerstraam te maken voor de
viering) en we helpen met ideeën. Wij hebben in ons project een lied
dat het jeugdkoor ook instudeert en zo is er een wisselwerking. Ook
in het Kerstverhaal komen de vier elementen weer terug.
We krijgen altijd veel positieve reacties van mensen op ons werk.
Daar doe je het ook voor, en voor het enthousiasme van de kinderen.
Het is wel gebeurd dat een opa of oma naar ons toe kwam wanneer het
kleinkind niet in de kerk geweest was en vroegen of ze iets mee konden
nemen voor thuis.
Elk kind dat met een fijn gevoel naar buiten gaat geeft je voldoening.
De parochie ondersteunt ons ook door het aanbieden van cursussen op
de pastorale school. Het wordt gestimuleerd om die te volgen. Het
is een verrijking van het vrijwilligerswerk, je leert er zelf heel
veel van!
Ineke Brouwer
|