Een baken in het dorp en in het leven
(april 2007)

Als ik op Stille Zaterdag rond 3 uur op de weekmarkt in
Vreeswijk mijn fiets parkeer komt Aafke Visser me al enthousiast
tegemoet. Ze stelt me voor aan de ploeg van acht die op dit
moment de zes kramen ‘bemensen’. Er volgt een rondleiding langs
de kramen: de poffertjes op de hoek, de tweedehands boeken en de
tweedehands spulletjes. De stemming zit er goed in, de opbrengst
vandaag was goed, maar men is blij dat de marktdag weer ten
einde loopt.
Daarna bezichtigen we de twee containers in de tuin van de
Barbarakerk waar alle spulletjes systematisch opgeborgen worden.
“Die containers hebben we zo’n 5 jaar geleden gekregen. We zijn
begonnen de spullen in de kelder van het parochiecentrum op te
slaan, maar dat was al snel te klein. Toen hebben we een tijdje
in een loods van Van Eck gezeten. Maar daar was het altijd
vreselijk koud en omdat er altijd veevoer was opgeslagen moeten
we altijd erg niezen. We hebben nog een tijdje opslagruimte
gehad bij Van Kuijk, aan de overkant, totdat de containers
kwamen. Dat was nog een hele klus om die met een hoogwerker hier
te plaatsen.”
Aafke Visser en Tiny Edelbroek gaan mee naar het parochiecentrum
om het verhaal te vertellen.
De beroemde eerste vraag: hoe is het allemaal begonnen?
Aafke: Nadat het restauratiefonds zo’n 8 jaar geleden was
opgericht waren er een aantal manieren bedacht om geld in te
zamelen. Kees Laagland heeft toen onder andere de leden van het
Tussenkoor benaderd en wij hebben toen gekozen voor de
tweedehands goederen.
Tiny vult aan: we hebben nu een ploeg van rond de 40 mensen.
Eigenlijk hadden we hier met z’n allen moeten zitten. Dan had je
kunnen zien wat voor fantastische ploeg het is. Wij zouden niets
zijn zonder die club. We hebben heel sterk het gevoel dat we het
mét elkaar doen. Al die acht jaar zijn het vrijwel steeds dezelfde
mensen. Ik wil ze op deze manier nog eens heel erg bedanken!
De markcommissie bestaat uit Leo Verweij, Jan Boss, Tiny en
Frans Edelbroek, Aafke Visser en Stef Kragten, die ook in het
bestuur van het restauratiefonds zit.
Donderdagsmarkt
Elke donderdag staan we met één kraam op de weekmarkt in de
Dorpsstraat. Om half tien komt Jozephine Visser om met ons de
spullen uit te zoeken en te prijzen. De mannen komen dan om 10
uur om de kramen op te zetten. Voor de marktdag hebben we twee
teams voor de bemanning: van twaalf tot twee en van twee tot
vier. Dan komen de mannen weer om de kramen af te breken.
We proberen het aanbod steeds heel divers te hebben: spelletjes,
serviezen, noem het maar op. Maar we pakken elke week andere
dozen met spullen, zodat we niet elke week met het zelfde op de
markt staan.
Zaterdagmarkt
We staan elke eerste zaterdag van de maand met 6 kramen in de
Dorpsstraat. Dan zijn er ook poffertjes en boeken. We volgen een
beetje hetzelfde tijdschema alleen de groepen mensen zijn dan
veel groter. Jan Boss heeft dan de leiding over het opbouwen en
afbreken van de kramen. De tweedehands boeken worden verzorgd
door André van Kuijk. Hij zorgt dat de boeken op de markt komen.
De onverkoopbare boeken brengt hij naar het ‘oud papier’, zodat
dat ook nog wat opbrengt. Frans en Tiny ‘doen’ de poffertjes. We
beginnen vrijdag al met het maken van het beslag. We hebben
ontdekt dat je het beslag goed in de vriezer kunt bewaren. In
heb begin hadden we nog wel eens een strop omdat veel beslag weg
moest wanneer het slecht weer bleek te zijn en de omzet laag
was.
Speciale markten
Koninginnedag is voor ons altijd een grote klapper. Vorig jaar
haalden we duizend euro op met de poffertjes. De tweedehands
spulletjes lopen dan wat minder omdat er veel concurrentie is.
Dit jaar is er op vijf mei ook een grote manifestatie in
Vreeswijk met oude legervoertuigen en zo. Daar verwachten we ook
veel van. Vaak staan we ook op de landelijke fietsdag. We staan
ook op de braderie. Maar dan komen we niet met de poffertjes,
want dat geeft een hoop broodnijd met de commerciële
poffertjeskramen.
Ophalen
Een aantal mannen halen de tweedehands spullen bij de mensen op.
Wij beoordelen die dan met z’n drie-en. Dingen die kapot of erg
vuil zijn doen we weg. Laatst hadden we een frituurpan met het
vet er nog in. Dat krijg je niet verkocht. Alle elektrische
apparaten worden eerst door ons getest. Veel spullen worden
eerst door ons schoon gemaakt en Leo Vrijdag poetst vaak de
zilveren en koperen voorwerpen. Hele mooie en grote dingen,
zoals schilderijen, halen we er tussenuit voor de veiling. Die
worden dan bij Cees Steenman opgeslagen.
Wat kost dat veel vrije tijd! Waar doe je het allemaal voor?
Ha, ha, we willen later vooraan zitten in de hemel!
Tiny: De kerk is een baken in het dorp en voor de schippers op
de rivier, maar voor mij ook een baken in het leven. Het gebouw
en de gemeenschap die daarbij hoort vertegenwoordigen voor mij
een hogere waarde die ik graag wil bewaren. Het gaat om zoveel
meer dan dakpannen!
Laatst zag ik een kerkgebouw waarin een modezaak was gevestigd.
Het doet me pijn om zoiets te zien en dan denk ik: dat mag in
Vreeswijk niet gebeuren.
Aafke: Ik heb veel geschiedenis in de kerk liggen, vroeger in
Utrecht en nu hier. Het is voor mij een vertrouwde en veilige
omgeving.
Hoe reageren de klanten?
Bij de opening van de markt komen eerst de handelaren om er snel
uit te halen wat van hun gading is. Die proberen vaak van de
prijs af te pingelen. Later op de dag heb je ook wel mensen die
proberen af te dingen, maar meestal betalen de mensen wat meer
omdat het voor het goede doel is. Tegenwoordig zijn er ook veel
mensen uit Nieuw Vreewijk. Die vinden het leuk om bij het oude
dorp te wonen en willen ook graag dat de kerk behouden blijft.
Zeker bij de poffertjes hebben we vaak hele gesprekken omdat de
mensen moeten wachten tot ze gaar zijn. Ze zeggen dan: “Ik ben
niet van jullie kerk hoor, maar…” en dan blijkt toch dat ze heel
belangrijk vinden dat we er zijn en open staan voor een praatje.
Na 8 jaar nog steeds geen steigers? Gaat de moed nog niet
verloren?
De mensen op de markt vragen dat ook wel eens. “Staan jullie er
nou nog? Er gebeurt helemaal niets!” Maar het bestuur van het
restauratiefonds legt ons steeds goed uit waarom het
verstandiger is om nog te wachten. We hopen echt dat dit jaar de
rijkssubsidie afkomt. Maar de stemming lijdt er gelukkig niet
onder. We maken ons nu eerst druk met de voorbereidingen voor
Koninginnedag. We hopen dan veel hoeksteenlezers te zien!
Paul Nieuwenhuis |