Een schande waar niet over werd gesproken (okt
2003)

Ik sprak deze keer met Wim Zuurhout en Adriaan de Jongh, de initiatiefnemers
voor het monument voor gestorven en ongedoopte kinderen, dat met Allerzielen
zal worden ingewijd. Wim en Adriaan zijn de beheerders van het kerkhof
bij de Barbarakerk. Uit reacties van veel parochianen bleek hen dat
er nog steeds veel verdriet is over kinderen die destijds in ongewijde
aarde zijn begraven. De kardinaal schreef hier onlangs over: Men zat
destijds gevangen "in een soort van collectieve onmacht als gevolg
van een even collectief zwart-wit denken rond het woord van Jezus:
'Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden.' De conclusie was direct:
'Niet gedoopt, dus niet zalig', met alle consequenties van dien."
De doopkapel was destijds naast de ingang van de kerk. Niet-gedoopten
mochten slechts tot daar komen; ze hoorden er niet bij. Wie eenmaal
gedoopt was kwam door het hek van de doopkapel de kerk in.
Wim vertelt: Het kwam natuurlijk voor dat kinderen dood geboren werden
of direct na de geboorte overleden. Die kinderen werden dan vaak alleen
door de vader en iemand van het kerkhof begraven in ongewijde aarde.
Dat gebeurde 's avonds in het donker. Er kwam geen pastoor aan te
pas. Het was een 'schande' waar men niet over sprak; het werd compleet
stil gezwegen.
Waarom begroef men die kinderen dan niet op een algemene begraafplaats,
als de kerk daar zo moeilijk over deed?
Wim: Ik merk dat je uit een andere tijd stamt. Zoiets zou uitstoting
uit de kerk ten gevolge hebben gehad. Men nam toen liever de 'vernedering'
op de koop toe. Het beroerde was dat er niet over gesproken kon worden.
Ikzelf ben twee keer gedoopt. Toen ik geboren werd woog ik veel te
weinig. Ik heb toen een "nooddoop" gehad. Daarna ben ik nog een keer
echt gedoopt. In die tijd werden kinderen binnen 2 uur gedoopt.
Het was een droevige toestand. Dat heeft geduurd tot het eind van
de 50-er jaren. Pastoor Geerdink-Johannink begroef deze kinderen wel
in gewijde aarde.
Het huidige kerkelijke wetboek voorziet erin dat kinderen van wie
de ouders de bedoeling hadden hen te laten dopen, maar voor het doopsel
stierven een kerkelijke uitvaart krijgen.
Adriaan: Het zijn nu vooral de broers en zusters die vragen om
een monumentje. De ouders zijn inmiddels veelal overleden. De Nicolaaskerk
heeft het heel mooi gedaan. Heel ontroerend. Maar wij wilden ze niet
na-apen.
Wim: We zochten naar een beeldje met een kindergestalte, zonder
dat het duidelijk een jongen of een meisje is. We willen geen namen
van kinderen noemen omdat veel kinderen nooit echt een naam hebben
gekregen. Ik had een klein beeldje gekocht bij Sjofar in Utrecht,
dat goed als voorbeeld kon dienen. We zijn toen met Pastor Heuver
en het kerkbestuur gaan praten. Dat heeft er toe geleid dat we een
voorstel konden uitwerken.
We hebben eerst een voorbeeld laten maken door een steenhouwerij,
maar dat leek meer op een oud vrouwtje dan op een kind. Toen zijn
we in contact gekomen met De Evolutie in het IJsselbos. Zij brachten
ons in contact met de Zimbabwaanse kunstenaar Danny Kanyemba. Hij
begreep heel snel wat onze bedoeling was en maakte het beeld in een
week tijd.
Het is een bijzonder beeld geworden: als het nat is wordt het schitterend
groen, daarna droogt het grijs op.
Het beeldje zal worden geplaatst bij de calvarieberg. Dat is niet
de plaats waar de kinderen begraven zijn. Dat is achter het knekelhuisje.
Maar daar komt nooit een mens, dus zou het beeldje niet opvallen.
Adriaan: we wilden het beeldje eerst met Pasen inwijden. Maar door
de mislukking van de steenhouwerij kon dat niet doorgaan. Nu wordt
het Allerzielen.
Wim: Op Allerzielen is er een gebedsdienst in de Barbarakerk, waarbij
het tussenkoor zal zingen. Daarna trekken we elkaar onder klokgelui
naar het kerkhof, waar pastor Heuver het beeld zal wijden. Eigenlijk
vind ik Allerzielen misschien nog wel een betere gelegenheid dan Pasen.
Paul Nieuwenhuis
|