Kosteren vind ik het mooiste werk (dec. 1999)

Het is een stormachtige decemberavond als ik bij de Barbarakerk
aanbel voor een gesprek met Adriaan van Heiningen. Bij het
open doen zegt hij "zo’n interview is eigenlijk helemaal niet nodig.
Ik hoef eigenlijk niet zo in het zonnetje te staan". Maar hij vindt
het toch wel leuk. Als hij eenmaal op zijn praatstoel zit komt het
ene verhaal na het andere.
"Ik raakte begin 1991 bij de Barbarakerk betrokken. Jan Wijnreder,
de schoonvader van mijn dochter, die toen koster was, vroeg me om
de beelden van de kerststal op te knappen. Ik had altijd al veel landschappen
en portretten geschilderd" en hij wijst naar een jeugdportret van
zijn dochter. "Die beelden waren erg beschadigd. Er waren oren en
armen af en dat heb ik weer helemaal moeten repareren. Toen ik de
schaapjes moest schilderen ben ik eerst bij de boeren op het land
gaan kijken om de beste kleuren te vinden. Daarna vroegen ze me een
paar beelden op te knappen. Die Antonius en Barbara heb ik thuis de
trap op gezeuld en heb ik ze onder de douche goed schoon gemaakt.
Daarna heb ik ze helemaal opnieuw geschilderd. Toen ben ik begonnen
aan de kruiswegstaties. Die schilderijen zijn op zink geschilderd.
Ze waren in de oorlog zwaar beschadigd geraakt toen die bom was ingeslagen
in de Barbarakerk. Er was een schilderij waar meer dan 50 gaten in
zaten. Ik heb ze allemaal thuis gehad, maar ze zijn erg zwaar. Sommigen
wegen 110 kilo."
"Er waren toen 4 kosters: Cor de Meijer, Robbie Polet, Wim Zuurhout
en Toon Verweij. Ze hebben mij toen ook gevraagd als koster. Maar
ik wist er helemaal niets vanaf. Ik voelde me een kat in een vreemd
pakhuis. Tot die tijd ging ik alleen naar eucharistievieringen en
dan zat ik altijd achteraan. Ik heb toen 6 weken inwerktijd gehad.
Nu zijn Wim Zuurhout en ik de kosters. We vormen samen een perfect
team. We doen nu ook samen het kerkhof. Ik ben nu ook kerkbeheerder
en gastheer in het kerkcentrum. Ik zorg voor het vermenigvuldigen
van de liturgieboekjes" Hij laat een exemplaar zien waar typefouten
in zitten en dat ergert hem mateloos.
"Maar
het mooiste werk vind ik het kosteren; dat past het best bij me. Sommige
mensen denken dat het alleen bellen en collecte ophalen is. Maar vaak
vragen mensen me om een kaarsje op te steken bij Maria of bij Antonius.
De mensen nemen me al snel in vertrouwen en vertellen dat ze een kaarsje
willen aansteken omdat ze thuis ruzie hebben of uit dankbaarheid.
Ik ontvang ook veel mensen die de rust van de kerk opzoeken om bijvoorbeeld
bij Maria weer tot zichzelf te komen. Wat de mensen precies beleven
kan ik niet altijd invoelen, maar ik vind het mooi dat deze gelegenheid
er is. Dat wordt erg gewaardeerd door de mensen".
Hij blijft daarbij een nuchter mens: iemand vroeg hem eens mee
te gaan om een kaarsje te branden op het kerkhof. Toen het kaarsje
uitwaaide vroeg deze persoon wat dit teken kon betekenen. "Dat kan
ik precies vertellen, het betekent dat het waait".
Adriaan houdt erg veel van zijn Barbarakerk en hij geniet van het
mooie rituelen. Hij heeft zich beijverd om weer het schellen ingevoerd
te krijgen tijdens de eucharistie. "Ze zeggen wel eens tegen me ‘Jij
wil steeds alles terugdraaien’. Misschien is het ook wel een beetje
nostalgie, maar nieuwe dingen en oude dingen kunnen toch naast elkaar
bestaan!"
Als we over het pastoresteam beginnen komt de ene anekdote na de
andere. Hij zegt: "De samenwerking is altijd fijn, hoewel we soms
pittige discussies hebben. Een van de pastores zei laatst ‘Adriaan
wat ben je toch een eigenwijze vent’ en daar heeft hij misschien ook
wel een beetje gelijk in. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie
dat we alle twee even eigenwijs waren".
Paul Nieuwenhuis
|