Je moet tegenwoordig wel léf hebben om eerste communie te doen!
(april 2002)
Op de ochtend van Goede Vrijdag praat ik met Anneke Janiuk en
Mirjam Spruijt. Zij begeleiden de kinderen die hun Eerste Heilige
Communie doen in de Barbarakerk. Voor Anneke is dit nu het 3e
jaar en voor Mirjam het 2e jaar dat ze dit werk doen. Daarvoor
waren zij actief in de kindernevendiensten.
Anneke: We doen dit werk met erg veel plezier. Het is werk
met een "kop" en een "staart". Je werkt er een tijd aan en dan is
het klaar. Ik vind het heerlijk om met een groepje kinderen te werken
die je goed leert kennen. En ook hun ouders leer je veel beter kennen.
Mirjam: Het leukste is om iets uit te dragen.
We hebben kinderen van 7 tot 8 jaar. Die staan heel open voor alle
verhalen. Vaak zijn de Bijbelse verhalen heel nieuw voor ze.
Anneke: Vroeger werden de verhalen van jongs af
aan erin gepompt, maar dat is tegenwoordig niet meer zo. Maar de kinderen
zijn nu veel mondiger en vragen heel veel. Wij namen vroeger veel
dingen als vanzelfsprekend aan. Maar aan de vragen merk je dat de
kinderen erg met de verhalen bezig zijn. Ze halen er ook veel dingen
van tegenwoordig bij. Wat mij opvalt is dat een begrip als "delen
met elkaar" in mijn jeugd veel vanzelfsprekender was dat voor deze
generatie kinderen. De maatschappij is duidelijk veel individualistischer
geworden. De kinderen vinden delen van dingen met elkaar mooi, maar
ook wel bijzonder.
Mirjam: Ja, de kinderen zijn erg leergierig. We
hebben een heel lief groepje! Maar het leuke is dat de ouders vaak
ook erg gemotiveerd en nieuwsgierig worden. Vooral ouders waarbij
het eerste kind de eerste communie doet. Bij veel ouders wordt een
creatieve snaar geraakt. En dat motiveert ons natuurlijk ook weer
enorm.
Anneke: Maar er zit meer werk in dan menigeen
denkt. In september beginnen we al met de eerste vergaderingen. Dan
moeten de mappen samengesteld worden. Van januari tot juni zijn we
dan met de kinderen bezig. Het is een mooi moment als we met matses
en druivensap het verhaal van het avondmaal naspelen een doorleven.
Wat voor ons zo vanzelfsprekend is geworden is voor de kinderen zó
bijzonder. Ik kan tot ontroerendst toe bewogen zijn als ik die kinderen
zo bezig zie. Daarna ga ik met een fijn gevoel naar huis.
Mirjam: Als je zelf iets wil vinden in de kerk
dan is het belangrijk om er ook iets van jezelf in te leggen. Het
zijn kleine dingen die we bereiken, maar je denkt toch "het zaadje
is gezaaid".
Anneke: Het is een groot voordeel dat we het samen
doen. We kunnen het dan goed afwisselen. En we vullen elkaar ook goed
aan. Ikzelf zal nóóit iets in de kerk voor de microfoon zeggen.
Mirjam: Het jaarthema van dit jaar "Dat durf ik
wel" spreekt me erg aan. Ik heb vijf kinderen. Toen de oudste eerste
communie deed gingen hele klassen tegelijk. Als de jongste zijn eerste
communie zal doen, zullen het er nog maar één of twee in de klas zijn.
Die kinderen worden raar aangekeken, zelfs op een katholieke school.
Je moet tegenwoordig wel lèf hebben om eerste communie te doen. In
de presentatieviering daalden parachutes met foto’s van de kinderen
naar beneden: Een sprong in het diepe; neergedaald op deze ene wereld.
Anneke: Zo werken we naar de grote dag van de
Eerste Communie toe. Dat is voor ons ook een grote feestdag. Ik denk
dat we een groepje kinderen een beetje kracht en gevoel voor geloof
en elkaar hebben meegegeven voor hun verdere leven en daar doen we
het uiteindelijk voor.
Paul Nieuwenhuis
|