Het ‘Angelus’ klept niet in de verte
(mei 2002)
Deze keer is er een vrijwilliger aan het woord, die u bij zijn
werk niet zult zien, maar duidelijk zult horen. Zeker de Nicolaasgangers.
Het is overigens niet één vrijwilliger, maar een heel gezin. Vandaar
een gezinsfoto. De klokkenluiders van de Nicolaaskerk: Co(bus), Nel,
Arno, Remco en Martijn van Rooijen.
Hoe word je klokkenluider?
Als klein jochie mocht ik met een naast ons wonende oom, die klokkenluider
was, mee. Dus al jong beklom ik de trappen naar de luizolder (72 treden).
Jaren later werd mijn assistentie nog wel eens gevraagd door Kees
van den Brink en Lida Peelen-Kippersluis. Toen deze twee er mee stopten
nam ik hun taak over. Dat was op 28 augustus 1987. Mijn vrouw Nel
en de drie zonen waren al gauw mijn mede-luiders. Een echte familieaangelegenheid.
Op mijn broers Adrie en Theo kan ik ook altijd een beroep doen. En
niet te vergeten Gert van Wijk. Overigens de familie van Doorn was
in vroegere jaren ook zo’n klokkenluidersfamilie. Zowel in het verleden
als nu heb ik in geval van nood altijd wel weer iemand kunnen vinden
om te assisteren. De klokken moeten luiden. Het kan desnoods met twee
man, maar met drie man is wel zeer gewenst. Of de Arbo-wet daar voorschriften
voor heeft? Drie klokken luiden gebeurt alleen op hoogtijdagen en
bij huwelijken en huwelijksjubilea.
Hoe weet je nu wanneer er geluid moet worden?
De weekenden liggen vast. Dan krijg ik van de administratie de
zogenaamde huwelijkslijst. In geval van overlijden word ik gebeld
door de Pastor of de administratie. Het is al een zeer oude gewoonte
om ieder overledene te overluiden. Dat gebeurde vroeger om zes uur,
maar nu is dat om half zeven. Dat is altijd onverwacht. Na het overluiden
zorg ik er voor dat de dodenlantaarn op het kerkhof brandt. Tien minuten
voor de aanvang van de Uitvaartdienst wordt er weer geluid en dan
gaat het licht in de doden-lantaarn weer uit. Het spreekt vanzelf
dat ik andere voornemens nog wel eens naar een later tijdstip moet
verzetten. Maar dit geldt ook voor de Pastor, het koor en de koster.
Kan je wat meer over de klokken vertellen?
Dat
staat heel duidelijk beschreven in het door Pastor Overbeek geschreven
boekje "Refrein van de toekomst". De eerste klokken werden in de Tweede
Wereldoorlog door de bezetters geroofd. Ze waren zwaarder dan de huidige
klokken uit 1948.
De grootste is de Nicolaasklok (Toon D – doorsnee 140 cm). Deze
weegt 1759 kg; de klepel 51 kg. Als tekst is gegraveerd: Sante Nicolae
ora pro nobis.
De middelste Mariaklok (Toon E – doorsnee 125 cm). 1263 kg; klepel
37 kg. Tekst: Maria is mijn naam. Mijn geluid is Gode beqwaem. De
dode beschrije ick. De levende verblije ick.
De kleinste St. Willibrordklok is 110 cm doorsnee, 922 kg + 22
kg klepel. Toon Fis. Tekst: Sanctus Willibrordus sit protector noster
(wees onze beschermer).
In de weekenden roept de St. Willibrord de gelovigen op naar de
kerk te komen. Voor de overledenen vraagt de Nicolaasklok te bidden
voor de overledene en voor hen die haar/hem betreuren.
Hoe ging het toen de toren gerestaureerd werd?
Stoffig. Zolang het maar enigszins kon zijn wij blijven luiden.
Wij hebben het wel meegemaakt dat nog een touw tussen de steigers
zo hing dat er toch nog geluid kon worden. Er is een tijd geweest
dat er absoluut niet geluid kon worden. In die tijd was een oom van
mij vijftig jaar getrouwd, maar wij konden niet luiden. Gelukkig nu,
tien jaar verder viert hij binnenkort zijn zestigjarig huwelijk en
zullen alle drie klokken beieren. Overigens de trappen en de luizolder
zijn keurig opgeknapt. Wel vinden wij het jammer dat de inscripties
(namen en jaartallen van onze voorgangers) verdwenen zijn achter het
nieuwe stucwerk. Maar wie weet gaat over honderd jaar een nieuwsgierige
restaurateur het pleisterwerk voorzichtig verwijderen en gaat dan
een studie maken van de inscripties. Wat gebleven is de grote houten
kast waar het uurwerk van de wijzerplaten in opgeborgen zit. Wat gekomen
is na de restauratie zijn honderden vliegen. Een van mijn zonen dacht
op een gegeven moment dat er een mistbank de luizolder was binnen
komen drijven, maar het waren vliegen. Soms liggen er honderden dood
op de grond. Waar ze vandaag komen?
Jouw werk is echt handwerk. Kan dat niet elektrisch?
Absoluut niet. Het geluid is dan lang zo mooi niet. Mensen van
het Klokkenluidersgilde hebben mij verteld dat wij het mooiste klokkengelui
uit de omgeving van Nieuwegein hebben, mede dank zij het handmatig
luiden. Als het aan ons ligt blijven wij gewoon aan de touwen trekken.
Na afloop van de afscheidsdienst van pastor Overbeek hoorde ik
de klokken luiden.
Ja, het was geen overluiden, maar uitluiden. Er was steeds in die
twaalf jaar een prettige samenwerking. En dan: Al die jaren luidden
pastor Overbeek en Zonen het nieuwe jaar in en konden wij thuisblijven.
En dan het jaarlijkse borreltje op Paaszaterdag, nadat wij de Paas-klokken
hadden laten weten dat de Vastentijd voorbij was.
Aan het eind ons gesprek constateerden wij dat wij bijna de kleinste
klok, n.l. het Angelusklokje vergeten waren. En het is toch al zo
eenzaam in zijn eigen kleine toren. Wanneer zullen wij die weer horen?
Vroeger was dit een taak voor de koster of de misdienaar. Je hoorde
het bij de Consecratie, bij een doop en het Angelus.
Toen ik van Co afscheid nam vroeg hij mij om de kerkgangers erop
te wijzen, dat de twee plaatsen op de achterste bank die voor de klokkenluiders
bestemd zijn vrij te laten. Zij komen altijd "te laat", maar willen
na gedane arbeid toch nog wel een plaatsje hebben.
Co, Nel, Arno, Remco en Martijn bedankt voor jullie inzet voor
dit vrijwilligerswerk naast de vele andere werkzaamheden voor jullie
allemaal, vaak ongezien, de parochie een grote dienst mee bewijzen.
Steef van Reenen
|