Het is goed als mensen hun verdriet kunnen delen
(okt. 2001)
Met het oog op Allerzielen deze keer een interview met Hille
van Veenendaal die jarenlang actief is geweest op het gebied van
ziekenbezoek en rouwverwerking. Zo'n dertig jaar geleden is
zij via het 'welkom nieuwe bewoners' bij de kerk betrokken geraakt.
In die begintijd ontstonden er verschillende praatgroepen (allen bestaande
uit vrouwen) waar zij aan deelnam.
Hille: het was een hele goeie tijd, ook héél katholiek!
Jan Albers
(oud pastor) kon op een gegeven moment de vele bezoeken in het oude
Antoniusziekenhuis niet meer alleen aan en toen ben ik met hem op
stap gegaan, ook al had ik zoiets nog nooit gedaan. Maar
Zr. Chrétienne
had mij aanbevolen als "geknipt" voor dit werk. Het was best moeilijk,
maar ik heb heel veel van Jan geleerd. Toen ben ik de opleiding sociale
dienstverlening gaan doen op MBO-niveau om de practische kant te leren;
daar heb ik veel aan gehad. Ik moest ook 20 uur stage gaan lopen en
dat deed ik in de parochie Nieuwegein, pastor Tiedink was daarbij
mijn mentor. Alle werkgroepen van Nieuwegein moesten worden doorgelicht
(het waren er toen 55). Bijna zakte ik nog omdat de scriptie die ik
moest schrijven te veel in de katholieke hoek zat! Daarnaast heb ik
nog allerlei cursussen gevolgd vanuit de kerk.
Toen het nieuwe Antoniusziekenhuis er kwam, heeft Jan Albers een
groepje geformeerd voor het bezoeken van zieken. Maar op een gegeven
moment wilden ze meer in de parochie gaan doen en niet alleen ziekenhuisbezoek.
Dat was de tijd van pastor
Joep Brosschot en
Frans Overbeek. Toen
is de huidige structuur gegroeid: een pastorale bezoekgroep bij elk
kerkcentrum. Pastor Brosschot ging twee jaar lang cursus bezoekwerk
geven. Hij had er zelf veel ervaring mee, en kon het goed overbrengen.
Het werk werd inhoudelijk verdiept en we gingen nu ook naar de mensen
thuis toe. Later verplaatste het zich helemaal naar huis doordat mensen
korter in het ziekenhuis verbleven.
Vind je het bezoekwerk zwaar?
Je krijgt wel te maken met moeilijke onderwerpen. Het vraagt veel
van jezelf. Iedere zes weken kwamen we met onze groep bij elkaar,
met onze vragen en ervaringen, om daarna weer met nieuwe adressen
op weg te gaan. In onze groep is er echt een vertrouwensband onderling;
we overleggen met elkaar en zien wat de ander doet. Het mag niet te
persoonlijk worden, want het gaat tenslotte niet om ons maar om de
mensen voor wie we het doen. Ieder doet ook wat het beste bij hem
of haar past: bijv. als iemand een kind verloren heeft, gaat daar
niet iemand heen die zelf niets met kinderen heeft.
Krijg je ook wel eens te maken met stervensbegeleiding?
In principe niet; in die fase is de pastor daar meestal zelf bij
betrokken. Maar af en toe kom je er wel mee in aanraking, als iemand
bijvoorbeeld helemaal alleen staat en graag met je wil praten.
Iedere zes weken kwam onze groep bij elkaar met onze vragen en ervaringen,
en gingen we weer met nieuwe adressen op weg.
Rouwverwerking
Tijdens de stage van Judith Goeman werd het initiatief genomen
om groepsrouwverwerking op te zetten. Die groepen worden geleid door
een van de pastores, samen met iemand van de bezoekgroep. Diens taak
is het om goed te luisteren en goed op iedereen te letten, te kijken
of ieder aan bod komt of iemand het misschien te kwaad krijgt.
Het is goed als mensen hun verdriet kunnen delen, elkaar steunen en
elkaar weer op weg kunnen helpen. Uiteindelijk moeten mensen het toch
zélf doen, maar soms is een extra bezoek dan wel nodig. De eerste
die er in onze groep mee begon was Netty v.d. Horst die zelf man en
kind verloren had en daardoor uit eigen ervaring kon spreken. Helaas
is Netty vorig jaar overleden. Ik heb later samen met pastor Frans
Overbeek ook enkele groepen begeleid.
Wat gebeurt er in zo'n rouwverwerkingsgroep?
Er zijn acht sessies met verschillende onderwerpen, verdeeld over
een jaar. In principe zijn er vastgestelde vragen, maar er is ook
ruimte om onderwerpen in te brengen. Deelname aan een rouwverwerkingsgroep
start in principe na een jaar. Maar soms ook eerder, afhankelijk van
de situatie, dat beoordelen de pastores. Het is een kwestie van aanvoelen.
De eerste twee sessies zijn meestal heel moeilijk. Mensen willen dan
nog wel eens afhaken en je moet ze dan soms over de streep halen om
toch te komen. Tijdens of na de bijeenkomsten bezoeken we soms ook
mensen thuis die daar behoefte aan hebben, maar de vraag komt dan
wel altijd van hen-zelf. De bedoeling is dat je ervoor zorgt dat mensen
kunnen praten. Voor veel mensen is het een bevrijding dat ze met lotgenoten
kunnen praten.
Allerzielen
Voor Allerzielen kregen de mensen die in dat afgelopen jaar iemand
verloren hadden, een uitnodiging om naar de kerk te komen en na afloop
een kopje koffie te komen drinken om met elkaar na te praten. Wij
zijn daar dan ook aanwezig als ‘praatmensen' – anderen zorgen voor
de praktische organisatie. Het is altijd een sfeervolle viering, en
na afloop ervaar je ook hoe fijn mensen het vinden, dat er zoveel
aandacht is voor hun verdriet.
De steentjes die in de kerk liggen voor de overledenen worden na
een jaar door ons bij de mensen thuisgebracht. Je hebt dan meteen
een aanleiding om te kijken hoe het met ze gaat.
De naam van de overledene staat op een gedachtenissteentje en ligt
bij het altaar voorin de Nicolaaskerk. (in de Barabara en Emmauskerk
hangen gedachteniskruisjes)
Kan iedereen dit werk doen?
Om dit werk te kunnen doen moet je wel de nodige kennis hebben
en goed kunnen omgaan met mensen. Er zijn ook regelmatig bijeenkomsten
met je eigen en andere groepen waar je je ervaringen kwijt kunt (zonder
overigens namen te noemen).
Het werk is heel intensief en het grijpt je soms heel erg aan, vooral
gevallen met kinderen. Ik heb wel geleerd hoe ik er mee om moet gaan
en om het van me af te zetten, maar je leeftijd gaat ook meespelen.
Vorig jaar ben ik ziek geworden en dat is voor mij helaas de aanleiding
geweest om afscheid te nemen.
Ineke Brouwer
|