‘Kruip niet weg als men u nodig heeft’ (juni 2008)

Deze
keer spreek ik met José en Wim Schults die allebei heel
vele uren aan vrijwilligerswerk besteden in de Taborparochie.
Teveel om op te noemen wat ze allemaal al gedaan hebben voor de
parochie, maar op dit moment zitten José en Wim in de
organisatie van Open Kerk, is José bestuurslid van de
Taborparochie met als aandachtsgebieden vrijwilligersbeleid en
oecumene en is Wim o.a. voorzitter van het liturgisch beraad van
de Nicolaaskerk en secretaris van de centrale liturgie
commissie.
José: Ja, het gevoel om me in te zetten voor de samenleving zit
heel diep. Het is met de paplepel ingegoten. In Rosmalen, waar
ik geboren ben, was mijn vader hoofd van de lagere school. Hij
zat in allerlei besturen en commissies en vergaderde ook heel
veel.
Vlak na de oorlog vroeg ik eens aan de onderwijzer van de lagere
school: “waar komt die oorlog toch vandaan?”. Ik zal zijn
antwoord nooit vergeten en de conclusie die ik daaruit trok:
“jullie moeten het later anders doen.” Dat is een bepalend
moment geweest in mijn leven.
Waarom heb je de kerk gekozen om een betere wereld na te
streven?
José: Nee, het gaat bij mij om de inzet voor de samenleving.
Ik heb van alles en nog wat gedaan op het gebied van
vrijwilligerswerk: EHBO , scouting. Toen ik pas onderwijzeres
was werd ik gevraagd om een aan de kerk verbonden bibliotheek op
te zetten (mensen uit het onderwijs werden overal voor
gevraagd…) Het waren allemaal boeken met het predicaat ‘Nihil
Obstat’, maar goed, er was tenminste een bibliotheek. ’s Zondags
na de hoofdmis was de bieb dan open.
Toen we in 1972 naar Nieuwegein kwamen zijn we bij het
kerkkoor gegaan en toen is van het één het ander gekomen.
Ook Wim heeft veel vrijwilligerswerk gedaan voor de
hockeyclub. Daarnaast was hij coördinator bejaardenwerk, zat hij
in het schoolbestuur en nog veel meer. Via het koor is hij bij
de Nicolaaskerk betrokken geraakt.
José: Ik vind het soms moeilijk om nee te zeggen als er een
beroep op me gedaan wordt. Mensen zeggen wel eens, “ja, maar je
doet het toch graag!”. Maar er zijn dagen dat ik me dat wel eens
afvraag. Maar ik voel me verantwoordelijk voor de gang van
zaken. Dingen gaan nu eenmaal niet vanzelf. Je moet dingen in
beweging zetten en gaande houden. Pasgeleden stond er op de
Gerarduskalender een spreuk die me erg aansprak: "kruip niet weg
als men u nodig heeft". Als er in de maatschappij en in de kerk
geen mensen opstaan om iets te ondernemen, dan gebeurt er niets.
"Geen tijd" of "ik kan het niet" zijn vaak geen goede
argumenten. Mensen onderschatten zichzelf vaak of ze hebben de
durf niet. Meestal kunnen ze veel meer dan ze zelf denken.
Wim: Met Pinksteren was in de Nicolaaskerk de traditionele
oecumenische viering. Ik ben als lid van de tekstgroep
voorgegaan samen met ds. Inge Hoek. Ik geloof dat we een goede
viering gemaakt hebben, goed in de zin van opbouw, taalgebruik
en sfeer. "Vruchten van de geest" was het thema.
Zowel protestanten als katholieken hadden grote waardering.
"Fijn dat het kan" is een veelgehoorde reactie. Eigenlijk zou
het beter zijn om elk jaar om en om in de Nicolaas- en de
Dorpskerk te vieren, maar de dorpskerk is daarvoor te klein.
“Met Pinksteren gaan we naar onze kathedraal” zeggen sommige
PKN-ers dan.
Open kerk
Het project "open kerk op dinsdag" heeft een sterk
oecumenisch karakter; het is bedoeld als voorloper van KIS (kerk
in de stad). Oorspronkelijk was het een "drieluik": koffie
drinken – gezamenlijke maaltijd – vesperviering. Het vindt elke
week plaats in de Dorpskerk aan de Nedereindseweg en het
naastgelegen Geinlicht. Wim verzucht dat de vespervieringen, die
7½ jaar lang hebben plaatsgevonden en door velen werden
gewaardeerd toch moest stoppen omdat er te weinig deelnemers
waren. ‘Voor mij was het een moment in de week waar ik erg naar
uitkeek.’
Het koffiedrinken en gezamenlijk eten is daarentegen een
groot succes. ’s Morgens en ’s middags is het Geinlicht open en
kunnen de mensen binnenlopen voor een kop koffie, een praatje en
een luisterend oor. De groep gastheren/-vrouwen is aardig
verdeeld over katholiek en protestant. Het is vaak lachen
geblazen, maar het kan ook serieus zijn. Als gastvrouw vang je
soms in een eenvoudige vraag op dat er meer achter zit. We
hebben dan de gelegenheid om met zo iemand even apart te praten.
Dat lucht vaak erg op. Er is ook de gelegenheid om een kaarsje
te branden. Het is fijn dat we die aandacht aan mensen kunnen
schenken.
Eens in de veertien dagen is er de gezamenlijke maaltijd. Het
is begonnen in De Boog in Galecop en nu is het ook in het
Geinlicht. Dat rijst echt ‘de pan uit’. We doen dat nu zo’n 5½
jaar. We hebben een grote groep koks en "bedienende
vrijwilligers", zo’n 20 personen. Ook die zijn gelijkelijk
verdeeld over de kerken. Daar hebben we niet speciaal ons best
voor gedaan, maar het blijkt zo te zijn. We zijn eraan toe om
het drie keer in de maand te gaan doen, maar daar hebben we nog
niet voldoende vrijwilligers voor. We kunnen per avond 30
bezoekers ontvangen: er zijn nu ca. 60 personen, die één keer
per maand kunnen eten. We maken eenvoudige maaltijden , vaak
gewone ‘Hollandse pot’.
De maaltijd kost € 3,-. De koks maken er een sport van om zo
goedkoop mogelijk in te kopen. Ze ‘stralen’ helemaal als ze het
weer voor elkaar hebben. Het fijne is dat het allemaal in zo’n
ontspannen sfeer gebeurt. Het loopt allemaal lekker vlot.
De gasten zijn altijd erg enthousiast: "gezellig en lekker
gegeten !"
Wim vertelt dat er veel werk zit in de Centrale Liturgie
Commissie. De CLC adviseert het parochiebestuur over de vorm en
inhoud van vieren. Het liturgierooster in onze parochie wordt
opgesteld door José de Vries. Maria Zeldenthuis maakt het
pastoresrooster voor het parochieverband 3Rivierenland. De CLC
is er dus vooral voor de inhoudelijke kant. Dat is een van de
redenen waarom ik destijds theologie ben gaan studeren. Ik heb
het theoretische gedeelte afgerond, maar ik heb geen stage
gelopen. Ik was toen inmiddels 66 jaar. Ik had van tevoren nooit
gedacht dat ik studeren zo leuk zou vinden. Nu zit in iedere
tekstgroep iemand met een theologische achtergrond: Hans van der
Horst in de Barbara, Gerard Rouwhorst in de Emmaus en ik in de
Nicolaas. Ik verzorg ook de suggesties voor de weekendvieringen
van de Taborparochie.
Voor elk weekend wordt een mapje gemaakt met suggesties voor de
liturgie aan de hand van de lezingen van het rooster. Het bevat
tafelgebeden, liederen, teksten en plaatjes. De verschillende
liturgiegroepen gaan hier weer mee aan de slag.
Ik merk dat je emotioneel betrokken bent bij liturgie?
Wim: Ja, in mijn eentje kan ik niet geloven. Daar heb ik
voeding voor nodig; voeding uit de gemeenschap. Dat kan wel door
met andere mensen over het geloof te praten, maar ik vind het
belangrijker om het gezamenlijk te beléven. De sfeer is daarom
belangrijk. Met elkaar naar de lezingen luisteren, bidden en het
mét elkaar zingen. Met name het slotlied moet uit volle borst
kunnen worden meegezongen. Dat drukt uit: we geloven samen.
Zijn jullie wel eens samen thuis?
Als de kinderen uit Frankrijk bellen en we zijn er niet, dan
zeggen ze "opa en oma zitten weer in de kerk". José is veel
avonden weg voor het parochiebestuur, commissies en de Raad van
Kerken. We hebben samen bijna een "volledige baan" bij de kerk,
maar het is niet zo dat we elkaar niet meer zien; we zitten soms
ook samen in een commissie.
Bij het afscheid vertellen Wim en José dat ze in verband met het
klimmen der jaren het wat rustiger aan willen gaan doen. Met hun
‘staat van dienst’ is ze dat van harte gegund. Maar of ze kunnen
‘wegkruipen wanneer men hen nodig heeft’, is nog de vraag.
Paul Nieuwenhuis
Wim Schults is op 24 juni 2010 overleden. |