Kameel kreeg steeds meer poten (dec. 2004)
Met het oog op Kerstmis wilden we wel eens wat meer weten over
de kerststalgroep van de Nicolaaskerk. We hadden ze graag in actie
gezien en gefotografeerd, maar vanwege de deadline van de Hoeksteen
was dit helaas niet mogelijk. Daarom zijn op ons verzoek zeven leden
van de werkgroep op een middag bij elkaar gekomen om ons hun verhaal
te vertellen.
De huidige groep bestaat uit 17 personen, variërend in leeftijd van
26 tot 80 jaar, waaronder ook kleinkinderen van leden van het eerste
uur.
Een stukje geschiedenis
De kerststalgroep is de oudste werkgroep van de parochie en bestaat
al ruim 40 jaar. De groep is voortgekomen uit de toneelvereniging
de "Dorpsspelers". Van oorsprong was die toneelgroep weer een parochiegroep
van mensen die bij elkaar 'geraapt' waren om een kerststuk op te voeren.
Pastoor Jansen, die in 1957 in Jutphaas kwam, was de grote inspirator
om meer met de kerststal te gaan doen. Hij bouwde het ieder jaar iets
uit. In het begin waren er alleen Jozef en Maria met het kind, de
os en een ezelkop. Neogotische beelden die nog stammen uit de tijd
van pastoor van Heukelum, die medeoprichter was van het aartsbisschoppelijk
museum en zo wel eens wat wist te ritselen.
Pastoor Jansen heeft ook Jan Spronk, de decorman van de toneelgroep,
er bijgehaald. Samen hebben zij de beeldengroep van zijn oorspronkelijke
plaats in de zij-ingang gehaald en zijn bij het Maria-altaar begonnen
met wat grijze lappen die rotsen moesten verbeelden. De eerste aankleding
van de beelden gebeurde door Riet Kemp uit Vreeswijk.
Ook Henny van Dijk werd erbij betrokken; hij is de enige die nu nog
van de oorspronkelijke werkgroep is overgebleven.
Van lieverlee werden niet alleen de beelden maar ook de werkgroep
uitgebreid. Jan van Oostveen werd gevraagd om de ogen van de poppen
wat sprekender te maken. Weer anderen zorgden voor het (onbrandbare)
schors dat als achtergrond diende en vastgespijkerd moest worden.
Via Pastoor Jansen werd broeder Harry, van de Slangenburg, erbij
betrokken. Hij was beeldhouwer en maakte er ieder jaar iets bij. Hij
maakte de houten koppen en de dames zorgden voor de aankleding. Een
tijdlang werd er ook een levend kerstspel opgevoerd, en was er het
'kindje wiegen'.
Pastoor Jansen verkleedde zich dan altijd en stond als herder op de
preekstoel.
Verhuizen
In de loop der tijd is ook de plaats van de stal veranderd. De
Kerststal reisde de hele kerk door: begonnen bij de zij-ingang, daarna
op de plek waar nu het koor staat en toen voor het hoofdaltaar. De
stal werd steeds groter en dat leidde in 1973 zelfs tot een conflict
met de dirigent omdat er onvoldoende plaats overbleef voor het koor!
Na de restauratie kwam de stal links van het altaar te staan.
Ook de opbergplaats van de spullen is vele keren verhuisd, van de
ene zolder naar de andere. Nu staan de meeste spullen op de zolder
van de sacristie en de zware stal in het knekelhuis.
Het opbouwen
In de tijd van pastoor Jansen duurde het opbouwen wel drie dagen
en hij zorgde dan ook altijd voor erwtensoep en kroketten. Hij maakte
er een feest van! Soms, als het 's avonds laat werd, was er ook een
borreltje en een sigaar.
Nu wordt de klus in één zaterdagochtend geklaard. De heren bouwen
en de dames strijken en kleden de beelden aan. Soms moet er wel eens
wat gerepareerd worden, dat gebeurt dan van tevoren. Iedereen weet
wat hij doen moet, dat loopt eigenlijk vanzelf. Wel maken we de opstelling
van de stal elk jaar wat anders.
Eef en Kees Maton hebben de huidige stal gemaakt, de dames Delpeut
het blauwe kleed voor de achtergrond. Eerst waren dat zwarte rouwkleden
maar dat vond men toch te naargeestig.
Herman Delpeut heeft de stangen gemaakt om de achtergrond op vast
te zetten en zorgt voor de elektriciteit. Jan van Oostveen heeft de
gebrandschilderde ruitjes gemaakt, compleet met spinnenweb!
De vroegere stal had een dik rieten dak, gemaakt door Sander van Mourik,
een rietdekker. Een echt stukje vakwerk, maar niet te versjouwen!
De zaterdag voor Kerstmis wordt de kerststal opgezet, en de zaterdag
na Driekoningen weer afgebroken.
De beelden
In de loop der jaren zijn er nieuwe figuren bijgekomen, zoals de
oude herder die schijnt te lijken op de opa van Piet Daalhuizen. Het
volk bestaat uit een boerin en een jongetje. De boerin was vroeger
een Utrechtse dame, maar is later door Co Delpeut omgebouwd tot een
eenvoudige boerenvrouw. Er kwamen ook een kameeldrijver en een herder
met fluit bij, en schaapjes.
De kameel groeide steeds: door de jaren heen kreeg hij meer poten.
De ezel en de os zijn maar half, de ezel kijkt toe vanachter een deur.
Het kindje Jezus heeft geen beentjes, daarom ligt het altijd in doeken.
Er is ook nog een stenen kindje van vroeger.
De frames waren op een gegeven moment gammel en zijn helemaal uit
elkaar geweest. De koppen die broeder Harry maakte zijn van hout en
werden aangevreten door de wormen. Ze zijn toen allemaal in een emmer
vergif gegaan en de uitdrukkingen op de gezichten zijn weer bijgewerkt.
Van de oorspronkelijke kleding is alleen de mantel van Maria nog over
en de mantel van de knielende koning met het wierookvat. De rest van
de kleding is opgevreten door de motten. De beelden hebben nu voor
de tweede keer nieuwe kleding gekregen.
De engel, die eerst geen vleugels had, is door Miny Weerdesteijn voorzien
van vleugels en een nieuw gewaad dat is gemaakt van een oude trouwjurk.
Sommige kleding is gemaakt van oude kazuifels (wat eigenlijk niet
had gemogen).
Het aankleden van de beelden is best lastig want alles zit vast. De
voeten zitten op een plank vastgetimmerd, dus je kunt niet gewoon
een broek aantrekken. Mouwen zitten ook los, dat gaat vast met drukkertjes.
Na Driekoningen worden de beelden weer uitgekleed en de kleding wordt
opgeborgen in dozen tussen mottenpapier tot de volgende Kerst.
Dat de werkgroep er duidelijk plezier aan beleeft, blijkt wel uit
het enthousiasme waarmee er allerlei herinneringen opgehaald werden
deze middag!
Ineke Brouwer en Paul Nieuwenhuis
| ONZE PRACHTIGE NEOGOTISCHE
KERSTSTAL
Vijftien jaar geleden was er alleen een
Maria (staande) Joseph (Knielend) en een kindje; alleen hoofd
en handen waren van hout, opgevuld en aangekleed met jute dat
zeker een vijftal keren beschilderd was. Het kindje in de kribbe
was van was, Dit alles dateerde uit de tijd van Mgr. van Heukelum
(1870-1910) Dit was voor ons aanleiding, om in dezelfde stijl
deze kerststal eens helemaal verder op te bouwen en uit te breiden.
Het was moeilijk iemand te vinden, die nog de kunst als beeldhouwer
verstond om in neogotische trant de beelden koppen en handjes
te maken. We kwamen tenslotte terecht bij Br. Harry Boelaerts
van de Slangenburg (Willibrord abdij) bij Doetinchem, een kunstenaar,
die zich specialiseerde vooral op oudere kunst. Elk jaar kwamen
vanaf 1960 een of meerdere beelden van zijn hand (alleen de
koppen en handen). Buitengewoon handig wist hij met ijzerdraad
en plank de houding aan te geven, zoals hij zich dit voorstelde.
Het is een prachtig en kunstzinnig geheel geworden. Gedurende
een aantal jaren is Br. Harry gedurende twee dagen voor Kerstmis
hier geweest om de kerststal zo kunstzinnig mogelijk mee op
te bouwen, geholpen door enige leden van de Dorpsspelers (olv.
de heer H. van Dijk) die tevens de verlichting verzorgden. Mej.
Riet Kemp uit Vreeswijk heeft de beelden op fraaie kunstzinnige
wijze aangekleed en we! zo dat Br. Harry telkens verbaasd was,
dat zij zo precies zijn bedoelingen had begrepen. Bij Heyman
op Plettenburg lag nog een mammoethboom. We mochten gratis de
schors hebben, welke dik, licht en onbrandbaar is, een boom
die 2000-4000 jaar oud kan worden, Zo is deze kerststal ontstaan
als een blijvend monument, opgebouwd op kunstzinnige wijze in
eendrachtige samenwerking van kunstenaars, dorpsspelers en bejaarde
bouwers, tot een echte stichting van onze parochiegemeenschap.
Uit de Schakel - 1972
|
|