Het koperslagerswerk is een fantastisch staaltje vakmanschap
(mei 2003)
In de goede week verdwijnt alle koperwerk uit de kerk en met de
kandelaars dus ook de kaarsen. De kerk krijgt een wat kille sfeer.
Op Goede Vrijdag is dat nog het best te merken.
Maar als tijdens de Paaswake het licht weer is binnengebracht,
dan fonkelt en glimt het koperwerk weer in volle glorie. Het getuigt
op zijn manier van de Levende.
Ik spreek deze keer met de heer Leo Vrijdag, een van de
mensen die in de Barbarakerk het koper onder zijn hoede heeft. Hij
vertelt me dat hij dit werk al bijna 14 jaar doet.
Pastoor Jan Albers
had destijds de zorg voor het jongerenpastoraat binnen de parochie.
Leo's zoon Huub was voorzitter van de KPJ (Kath. Plattelands Jongeren)
en daarom kwam pastoor Albers vaak bij hem over de vloer. Riet, de
echtgenote van Leo (al 52 jaar!) maakte voor Jan Albers een schitterend
Sinterklaaspak met een mooi paars onderkleed. "Pastoor Albers kon
geweldig goed voor bisschop spelen. Er kwamen dan allerlei opmerkingen
over bisschoppen in het algemeen en in het bijzonder, die je anders
nooit van hem hoorde.
Pastoor Albers heeft mij daarna gevraagd voor de koperpoetsploeg.
We zijn met 12 man begonnen. Daarvan zijn er inmiddels 9 overleden
en 2 verhuisd. Ik ben daar nu als enige van overgebleven. Daarom is
er pas geleden een advertentie in de Hoeksteen gezet. Daarop zijn
twee mensen afgekomen: Gerda en Henk. We vormen nu een leuke ploeg
met z'n drieën.
Ik vind het wel vreemd trouwens dat er helemaal geen Vreeswijkers
bij zitten, maar dat terzijde.
Mijn
moeder poetste al veel toen ik klein was. Ik heb leren koperpoetsen
in militaire dienst. We moesten ooit voor straf, onderweg naar Indië,
alle koperen patrijspoorten poetsen van het schip "De Grote Beer".
Pastor Heuver (ik moet Wim zeggen, maar zo ben ik eigenlijk niet
opgevoed) staat altijd te glimmen als hij het gepoetste koperwerk
bekijkt en zegt dan "kijk toch eens Leo, jongen, hoe mooi het er allemaal
weer uit ziet".
Ik leef me helemaal uit in het koperpoetsen en bovendien is het reuze
gezellig, zeker nu met z'n drieën. De gastheer of -vrouw zet vaak
een potje thee wat suiker en een koekje voor me klaar op het altaar.
Ze weten dat ik een theeleut ben. Zo af en toe komt er iemand langs
voor een praatje. Ik heb er graag muziek bij. Daar zorgt Willem Zuurhout
(de koster) dan voor. Die weet wat ik mooi vind."
Wat
valt er allemaal te poetsen in de kerk?
"De grote stukken zijn de preekstoel, het doopvont, en Maria van Altijddurende
Bijstand. Dan zijn er natuurlijk nog veel kandelaars, de lamp boven
bij het orgel, het wijwatervat en kwast, het wierookvat, de bel, het
kruis op het altaar en nog veel meer. Er is ook zilverwerk, zoals
de Godslamp en zilveren kandelaars. Maar ik moet ook nog even iets
rechtzetten. In de advertentie werden ook de cibories en kelken genoemd.
Maar die poets ik nooit, want dan krijg je de smaak van koperpoets
er nooit meer uit. Ze zijn verguld en hoeven dus alleen maar opgewreven
te worden".
Hoe vaak wordt alles gepoetst?
"Voor Kerstmis, Pasen en Barbaradag wordt alles compleet gepoetst.
Voor uitvaarten poets ik ook altijd de kandelaars en het kruis dat
mee gaat naar het kerkhof. Bij bruiloften zorg ik ook dat alles er
schitterend bij staat.
Laatst is er iemand getrouwd wiens overgrootvader de koperslager was
die veel van het koperwerk gemaakt heeft. Hij wilde daarom speciaal
in de Barbarakerk trouwen. Ik hoorde dat hij er versteld van had gestaan
hoe goed alles onderhouden was.
Dat koperwerk is ook echt vakmanschap. Zoals die slang in de preekstoel,
die is zo geweldig mooi gemaakt.
Met
al het koperwerk in de kerk zijn we ongeveer een week bezig. We werken
rustig, maar het zijn wel lange dagen".
Zijn vrouw vult aan: "Hij komt dan alleen thuis om te eten".
Hij: "Ik kan nu een keer niet stil zitten; vroeger kon ik nog wel
eens rustig zitten vissen, maar nu vind ik het fijn om wat om handen
te hebben".
Vertel…
"Nou, ik doe nog van alles voor de Rijnhuyzenschool. Ik help in de
Barbarakerk ook vaak met vegen, dweilen en houtwerk in de was zetten.
Ik neem regelmatig 4 geestelijk gehandicapten mee naar de kerk en
ik zing in het Herenkoor. Ja, ik voel me echt thuis in de kerk.
Soms vragen anderen om ook koperpoetswerk voor ze te doen. Ik poets
bijvoorbeeld wel eens spulletjes voor het restauratiefonds, voordat
ze er mee in de kraam op de markt gaan staan. Andere kerken hebben
me ook wel eens gevraagd, maar dat wordt me te veel."
Hoe gaat dat poetsen in z'n werk?
"Je moet het eerst insmeren met een lap, en daarna snel uitpoetsen
met een uitwrijfdoek, voordat de koperpoets opdroogt. Na een paar
dagen moet je alles nog eens opwrijven, zodat er geen enkele vlek
meer achterblijft.
Soms gebruiken we ook tandenborstel voor hoekjes en gaatjes of
de kettingen van het wierookvat. Met die preekstoel moet je altijd
opletten dat het er aan de binnenkant niet inloopt, want dan krijg
je allemaal vlekken aan de binnenkant. Je moet ook goed uitkijken
dat je je handen niet openhaalt.
Het Tabernakel is ook mooi en geweldig om te doen. Je voelt je dan
zo dicht bij Onze Heer. Vroeger mocht je daar nooit komen, maar ik
ben er trots op dat ik dat werk mag doen.
We werken niet met van die kleine busjes koperpoets, maar we gebruiken
literblikken. Daar gaan er per jaar toch wel een stuk of 6 van op.
Ik ben een trouwe kerkganger. Als ik dan tijdens de mis zo zit te
kijken dan geeft het veel voldoening dat het er weer zo mooi bij staat."
Krijg je veel reacties op het glimmende koperwerk?
"Vooral in de Kersttijd krijg ik veel reacties. Tijdens 'Vreeswijk
Bij Kaarslicht' en de Kerstdagen komen er veel mensen naar de kerk.
Het zijn mensen van overal vandaan en die praten er dan vol bewondering
over. Je begrijpt dat ik dan reuze trots ben."
Paul Nieuwenhuis
|