Vertellen vind ik heerlijk (okt. 2000)
Ik ben dit keer op bezoek bij Marianne Poot en onder het
genot van een kopje thee beantwoordt zij mijn vraag hoe lang zij al
betrokken is bij de kindercatechese. Zij antwoordt dat ze net is gestopt,
maar dat ze dit bijna twintig jaar lang heeft gedaan.
"In november 1980 zijn we hier komen wonen. Op Kanaleneiland, waar
we eerst woonden, was ik al betrokken bij de gezinsvieringen. Ik was
van plan om voorlopig na de verhuizing even niets te gaan doen. Maar
dat heb ik nog geen half jaar vol kunnen houden.
Zuster Chrétienne deed toen een oproep om mensen te werven voor
de kinder-nevendienst. Ze wilde deze diensten gaan splitsen in een
woord- en een verteldienst en voor die verteldiensten had ze mensen
nodig. Toen heb ik me aangemeld, omdat het me heel leuk leek om dat
te gaan doen (ik was toen nog kleuterleidster, nu geef ik les aan
de bovenbouw). Aan het einde van afgelopen schooljaar heb ik afscheid
genomen van deze werkgroep."
Doe of deed je nog meer vrijwilligerswerk in de parochie?
"Op een gegeven moment wilde
pastor Joep Brosschot een tienerproject
op gaan zetten (n.a.v. zijn ervaringen daarmee in Apeldoorn). Ik heb
twee jaar geholpen om dat hele project op poten te zetten. Toen het
eenmaal goed liep ben ik daar weer uitgestapt. Daarna werden de gezinsvieringen
opgestart, daar ben ik ook weer voor gevraagd. Ik heb dat een paar
jaar gedaan, maar het vergde wel veel tijd.
Nu zit ik in de parochievergadering en in het CKC. Voorheen heb
ik ook in het kerkberaad gezeten, maar nu dat de commissie kerkcentra
is geworden, niet meer. Vroeger nam je vanuit het kerkbestuur als
vertegenwoordiger deel aan een bepaalde commissie, nu werkt dat andersom.
Ik heb nu geen bepaalde functie meer in het CKC, maar ben wel gebleven
als "vrouw met ervaring". In het bestuur zit ik als ‘parochiaan'.
Het CKC is een overkoepelend orgaan en is beleidsvormend bezig.
Hierin zitten vertegenwoordigers vanuit de commissies jongeren-, kinder-,
volwassen- en ouderencatechese. (Voor de laatste twee worden overigens
nog mensen gezocht). Ik ben zelf nu alleen nog maar theoretisch bezig.
Incidenteel help ik nog wel eens met bloemschikken, alleen op verzoek.
Vaak wordt je voor dit soort activiteiten gevraagd door kennissen.
Nu de kinderen groot zijn en deels al het huis uit heb ik geen zin
meer om elke zaterdag aan iets vast te zitten."
Terugkomend op de kinderverteldienst zegt ze: "vertellen vond ik
heerlijk om te doen, het kost ook minder voorbereiding dan een kinderwoorddienst,
waarbij je je toch meer moet verdiepen in de stof omdat oudere kinderen
met moeilijkere vragen en onderwerpen komen. Vanuit mijn achtergrond
als kleuterleidster had ik natuurlijk ook heel veel bagage en materiaal
beschikbaar. Mijn vriendin heeft het ook jaren gedaan, maar nu zijn
we er allebei uitgestapt. Op een gegeven moment ben je er niet meer
zo mee bezig; je eigen kinderen worden groter dus je staat er niet
meer zo middenin. Het enthousiasme ebt een beetje weg en ook op de
basisschool waar ik lesgeef was het heel druk. Op een keer werd ik
er door het logboek dat bij mij in de brievenbus viel op attent gemaakt
dat ik weer aan de beurt was voor de kinderverteldienst; het was mij
helemaal ontgaan (dit logboek wordt steeds doorgegeven zodat iedereen
op de hoogte is van wat er tijdens de verteldiensten gebeurt)."
Heb je een bepaalde ontwikkeling meegemaakt gedurende de lange
periode dat je bij de kinderverteldienst betrokken was?
"Ja, zuster Chrétienne gebruikte veel spiegelverhalen: verhalen
uit het leven die ze gebruikte als voorbeeld voor de kinderen en naar
aanleiding waarvan ze dan een gesprekje begon.
Zuster Ria van Loveren
gebruikte ook wel bijbelverhalen.
Thea Peereboom neemt bijbelverhalen en als het zo uitkomt ook een
verhaal uit een gewoon leesboek of prentenboek dat daarbij past, wat
dan weer als spiegelverhaal gebruikt wordt. Zij houdt daarbij wel
de lezingen van die zondag in de gaten. Dat deed zuster Chrétienne
niet. Een ander verschil is dat je in het begin de kinderen vrijwel
elke zondag terugzag, er zat toen een zekere voortgang in. Nu komen
er steeds andere kinderen en is dit veel moeilijker. Ook hebben we
wel op zaterdagavond kinderverteldiensten gehad, maar op een gegeven
moment kwamen er soms maar drie kinderen. Toen hebben we besloten
om het alleen nog op zondag te doen.
In het begin moesten de kinderen soms met zijn tweeën op één stoel
zitten, dan waren er wel zo'n 20 tot 30 kinderen. Maar dat hebben
we al in geen jaren meer meegemaakt. Nu mag je blij zijn als het er
zo'n 10 zijn. Vaak zijn er maar 4 of 5 en dan wordt de vertel- en
woorddienst samen gedaan. Er is nu een nieuwe structuur opgezet voor
de kindervertel_ en woorddiensten en het zal ook inhoudelijk gaan
veranderen.
Het kringetje ‘helpers' wordt ook steeds kleiner. Het is een heel
gezellige groep, waarvan sommige mensen al heel lang meedraaien. We
proberen wel steeds mensen te ‘ronselen' onder ouders van communicantjes
of mensen met jonge kinderen die nog betrokken zijn, maar het gaat
heel moeizaam. Iemand wilde vijf jaar geleden al stoppen, maar omdat
er niemand bijkwam is ze al die tijd gebleven."
Opeens schiet haar nog iets te binnen:
"O ja, wat ik ook nog heb gedaan: zo'n vijf jaar de crèche gecoördineerd.
Mijn dochter Sandra draaide mee in de crèche. Toen Cobie Wempe stopte
met de coördinatie, heeft mijn dochter me overgehaald om het samen
te gaan doen. Maar toen mijn dochter stage ging lopen en in de weekenden
dienst had, is ze gestopt. Daardoor was die link met de groep er niet
meer en werd het contact minder. Ik was ook alleen maar met de leidsters
bezig en niet met de kinderen. De groep bestond voornamelijk uit jonge
meisjes en twee jonge moeders. Eén van hen wilde het wel van me overnemen
en toen ben ik daar uit gestapt. Ook daar zag je dat de groep in het
begin uitpuilde zodat je soms wel drie leidsters in moest plannen;
nu is er soms maar één nodig of helemaal niemand."
Wat vond je nu het allerleukste aan de verteldiensten?
"De kinderen. Het leukste vind ik hun reacties, ze kunnen zo spontaan
zijn. Je ziet ze ook meegroeien: in het begin zeggen ze niets en na
een jaar praten ze mee en vertellen soms over het project op school."
Ineke Brouwer
|