Missie speelt zich af in 6 continenten (jan.
2006)

Pater Martien van Dijk SVD gaat Nieuwegein, na 25 jaar, op korte
termijn verlaten. Hij is nu de nestor van de Missionaire Leefgemeenschap
aan de Landauerdrift. Hij vertrekt, zoals hij zegt, met spijt in het
hart, naar Teteringen, de thuisbasis van de Nederlandse en Belgische
provincie van de orde SVD.
Hoe bent u in Nieuwegein terecht gekomen?
Ik heb destijds heel bewust gekozen voor de orde Societas Verbi
Divini (SVD) omdat ik missionaris wilde worden om uitgezonden te worden
in de wereld. Tijdens onze opleiding werd al duidelijk dat we moesten
gaan waarheen we gezonden werden. Toen ik klaar was met mijn studie,
in 1962, hadden ze mensen nodig die hier ingezet konden worden. Ik
heb vele jaren als groepsleider gewerkt in Deurne in het missiehuis,
seminarie en internaat. Dat heb ik gedaan tot het internaat in 1981
werd gesloten.
Binnen de SVD zijn we gaan nadenken over wat missie betekent in Nederland.
Want missie is niet alleen iets voor de derde wereld, maar speelt
zich af in 6 continenten.
We wilden ons vestigen in de oude stad van Utrecht. Maar uit gesprekken
bleek dat daar al diverse religieuze groeperingen actief zijn. Men
raadde ons aan om naar de nieuwe stad Nieuwegein te gaan. We gingen
op zoek naar een huis in het hart van de stad waar we met z’n vieren
en onze gasten sober konden leven. Zo’n huis was moeilijk te vinden,
want we wilden zeker niet een of andere villa aan de rand van de stad.
We hebben toen gekozen voor twee huizen naast elkaar aan de Landauerdrift.
In 1981 zijn wij, Jan Tersteeg, Kees Maas, Wim de Leeuw en ik hier
ingetrokken.
Wat is missionair zijn in de westerse wereld?
Met een groepje hebben we zitten nadenken wat “missie” in de moderne
tijd in de Nederlands samenleving betekent. Wij hadden daar geen uitgekristalliseerde
ideeën over. Nu is “missionair zijn” een beetje een mode-kreet geworden
in de kerk, maar wij moesten dat nog uitvinden. We hebben besloten
te kijken wat er op ons pad kwam en als het bij ons paste dan deden
we het. We hebben ons altijd gericht op mensen die in de knel zitten
en die niet bereikt kunnen worden door de parochie. Daarbij is te
denken aan vreemdelingen en eenzamen en we verlenen tijdelijk onderdak
aan noodgevallen. In het begin hadden we ook een WAO begeleidingsgroep,
deden begeleiding van echtparen en levensverdieping (zen-meditatie).
We hielpen ook als vrijwilligers bij lessen aan Turkse en Marokkaanse
arbeiders. We waren ook gastgezin voor Vietnamese vluchtelingen die
naar Nieuwegein kwamen. Eind jaren tachtig kwamen er steeds meer vluchtelingen
naar ons land. Volgens de “wet vluchtelingen” van 1988 moest elke
stad en dorp 2 promille vluchtelingen per jaar opvangen. Voor Nieuwegein
zijn dat er zo’n 120. Door Vluchtelingenwerk Nederland zijn we toen
benaderd om dat te organiseren, samen met een groot aantal groeperingen
in Nieuwegein. We hebben steeds geprobeerd het samen met anderen te
doen en niet te vervallen in hokjesdenken.
Na een artikel in de Molenkruier hebben we een groep verzameld
van ongeveer 20 vrijwilligers. Ik ben zelf ook altijd vrijwilliger
gebleven. Ik heb er altijd voor gekozen om niet in een bestuur te
gaan zitten, want op die manier kon ik het beste contact houden met
de mensen waar het eigenlijk om gaat. Dat zie ik als mijn missionaire
taak: mensen, christenen of niet-christenen, bij te staan in hun noden.
Ik heb ook in de zigeunerwerkgroep meegedraaid. Er is destijds een
familie het huis uitgezet in verband met overlast. We hebben toen
heel wat massagewerk gedaan voor een tijdelijke en definitieve oplossing.
Alles is nu weer redelijk op zijn pootjes terecht gekomen.
We hebben ook altijd gasten in huis. In de eerste jaren waren dat
vaak gescheiden mannen, van wie de vrouw met kinderen het huis toegewezen
krijgt. In latere jaren werden dat veelal uitgeprocedeerde vluchtelingen.
De sociale dienst stuurt regelmatig mensen op ons af.
Komen er ook weer nieuwe medebroeders in de missionaire leefgemeenschap?
Ja, er zijn nu een aantal nieuwe medebroeders in de leefgemeenschap
gekomen, uit India, Indonesië en de Filippijnen. Zij richten zich
vooral op het pastorale werk onder hun landgenoten in Nederland. Zij
willen het missionair zijn van de Nederlandse Kerk op een nieuwe manier
gestalte geven. Het valt overigens tegenwoordig niet zo mee om de
buitenlandse medebroeders naar Nederland te halen. Onze Indiase medebroeder
is ongeveer 2 jaar bezig geweest met zijn papieren. En dan volgen
zij nog een verkorte procedure omdat zij op de titel van geestelijk
voorganger of godsdienstleraar Nederland kunnen binnenkomen.
Hoe is de relatie van de missionaire leefgemeenschap met de Taborparochie?
Wij zijn gewoon lid van de Taborparochie en gaan ook hier naar
de kerk. Tijdens de feestdagen, als veel mensen eucharistie willen
vieren, gaan wij mede voor in de vieringen met Hans Oldenhof en Dorothea
Brylak. Onder ons gezegd, vind ik het onzin dat deze prima mensen
niet tot priester gewijd kunnen worden, maar ja, daar hebben wij niets
over te zeggen. Ook de afgelopen Kerst ben ik met Hans Oldenhof voorgegaan
in 3 Kerstnachtvieringen en de Kerstmorgen viering in de Emmauskerk.
Ik heb ook contacten met de centrale diaconie commissie, maar verder
willen we onafhankelijk werken van de parochie. We hebben daarover
afspraken gemaakt met het pastoresteam en de deken. Wij willen missionarissen
zijn. De parochie kan een beroep op ons doen als ze hulp nodig hebben,
maar we willen niet opgaan in het basispastoraat.
En nu een plotseling vertrek?
Ja, dat gaat met pijn in het hart. Maar eerlijk gezegd gaat mijn
gezondheid wel wat achteruit. Ik word een beetje “kadukelijk”: het
lopen wordt moeilijker en het lezen gaat niet meer zo goed. En daarbij
komt dat ik van de oude garde ben en ik ben bang dat ik nieuwe ontwikkelingen
in de weg sta en de jongere broeders in hun ontplooiing in de weg
sta. Op een bepaald punt gekomen moet een beslissing genomen worden.
Loslaten is moeilijk en pijnlijk en dat moet dan maar niet te lang
duren. Ik word dit jaar 72. Ik ga in Teteringen wonen in een communiteit
van vitale medebroeders en ga weer nieuwe taken op mij nemen, die
beter passen bij mijn leeftijd. Want stilzitten kan ik niet.
Paul Nieuwenhuis
|