welkom
Parochie H. Drie-eenheid

Miny en Frans Weerdesteijn

Welkom
Waar staan we voor
Het Tabor-verhaal
De Parochianen
Overwegingen
Actueel
Pastoresteam
3 Kerken
Tabor Nieuwegein
Catechese
Diaconie
Pastoraat
Liturgie
Sacramenten
Omgeving
Familieberichten
Reageren..
Login webmail

 
 Google Custom Search

Een ander moet de fakkel maar eens overnemen
(nov. 2000)

Vorige Volgende

Miny en Frans Weerdesteijn

Het leek de redactie een leuke afwisseling in deze rubriek om deze keer een vrijwilligersechtpaar te interviewen. Terwijl de herfstregen op het dak van de serre tikt beginnen Miny en Frans Weerdesteijn te vertellen.

Miny: met zo’n interview is het net of ons vrijwilligerswerk iets bijzonders is. Maar het is eigenlijk heel leuk om te doen en daarom is het helemaal geen opoffering.

Frans: Miny en ik kennen elkaar van de verkennerij (heet nu scouting) van de opleiding voor leiders en leidsters. We zijn altijd veel met kinderen bezig geweest.

Miny: in 1954 werd ik hoofdleidster op de Rijnhuizenschool, nadat de zusters weg gegaan waren. In die tijd had ik veel contacten met de Nicolaaskerk. Toen ik na 25 jaar afscheid nam van de school ging het vrijwilligerswerk op het gebied van gezinsvieringen en kinderwoorddiensten gewoon door. Frans Overbeek kwam vaak met allerlei ideeën over dingen die we bij de gezinsvieringen konden gebruiken. Ik riep dan al gauw: "Dat kan mijn Frans wel maken!" In de loop der tijden hebben we hier op zolder best een hoop dingen zitten knutselen, zoals de enorme ster die tijdens het kerstverhaal gebruikt wordt. Zo hebben we ook een enorme duif gemaakt en een enorme "steen" van papiermarché die met Pasen door de kinderen weggerold moet worden.

Frans vult aan: voor een eerste communie project hebben we een keer een grote bus gemaakt. Wat ook mooi was, was die enorme verhuiswagen met aanhangwagen in een viering voor verstandelijk gehandicapten die gingen verhuizen. Het is maar goed dat Frans Overbeek een enorme zolder heeft om die grote dingen op te slaan!

Miny: we hebben dat altijd kunnen doen omdat we zelf geen kinderen hebben. Vooral met Kerstmis en Pasen waren we soms hele dagen in touw. Maar dit voorjaar is al dat werk met toch opgebroken en ben ik gestopt met het werken met kinderen.

Ik vraag of ze wat meer kan vertellen over de oorzaken van het "opbreken". Miny denkt even na en zegt: Het is allemaal erg veel werk, maar het is verdrietig dat je de laatste tijd er zo weinig van terug ziet. Een aantal jaren geleden bleven er van de eerste communie groepjes altijd een heel stel in het koor en bleef een aantal ouders ook betrokken bij het werk met de kinderen. Maar tegenwoordig zie je de kinderen na het feest meestal niet meer terug. Dan zeggen ze tegen me: "Je doet goed werk, je bent aan het zaaien". Maar op mijn beurt zeg ik dan: "Je moet het zaaigoed wel water blijven geven, anders ben je voor niets aan het zaaien". Daarom heb ik gezegd: "Ik heb nu 20 jaar kinder woord- en verteldiensten gedaan. Een ander moet de fakkel maar eens overnemen". Ik blijf nog wel bezig met bloemschikken en koffie schenken. Maar ik wil geen vergaderingen meer.

Frans vertelt dat hij al jaren misdienaars en acolieten organiseert. Ook daar voor wordt steeds moeilijker om kinderen te vinden die dat willen doen.

Ik vraag of ze een idee hebben wat de oorzaak is van deze tendensen. Miny: De kinderen willen vaak wel als je ze het vraagt, maar voor de ouders is het vaak een hele verbintenis. De zondag is vaak de enige dag dat nog eens uitgeslapen kan worden en er tijd besteed kan worden aan een gezamenlijk ontbijt. En ik kan me ook heel goed voorstellen dat ouders dat belangrijk vinden.

Een nog moeilijker vraag: wat zouden we doen om een nieuwe generatie actief bij de kerk te betrekken? Miny: We zouden meer moeten doen om de saamhorigheid binnen de parochie te vergroten. Tja, een familiedag organiseren met een puzzeltocht of zo. Frans: Maar een kerk is geen scouting. Maar saamhorigheid is volgens mij wel belangrijk om de kerk gaande te houden.

Frans zit nog steeds in het liturgisch beraad en in het bestuur van het restauratiefonds. Miny: Dat was helemaal Frans’ z’n zaak, daar bemoeide ik me niet mee.

Frans: Het leuke was dat ik vanuit het liturgisch overleg bepaalde dingen kon inbrengen in de restauratie. Zoals het priesterkoor dat nu veel groter is en de koren die nu in de zijbeuk zingen. Maar ook het elektrisch verrijdbare altaar is zo’n voorbeeld. Door de restauratie zijn er veel meer mogelijkheden voor het gebruik van de kerk gekomen. De ideeën kwamen van Frans Overbeek. Mede door mijn toedoen konden die ideeën vaak praktisch uitvoerbaar gemaakt worden. Dat was niet altijd makkelijk, maar we zijn er altijd leuk uitgekomen.

Maar nu gaat de vorm van overleg veranderen. Vroeger zat iedereen namens een bepaalde groep in het liturgisch overleg. Daardoor werd in de vergaderingen vaak heel lang doorgepraat over bepaalde incidenten. Inhoudelijk werd meestal niet diep op liturgische problemen ingegaan. In de nieuwe opzet zullen er mensen in het beraad komen vanwege hun deskundigheid. Dat lijkt me een goede zaak. Maar na zoveel jaar vind ik het ook mooi om er een punt achter te zetten. We willen samen nu alleen nog dingen doen waar niet zoveel organisatie aan vast zit.

Miny: Wat me opvalt is dat ik vroeger in de viering altijd zat op te letten of alles wel ging zoals afgesproken hadden. Ik vind het heerlijk om nu weer eens gewoon naar de kerk te gaan en gewoon deel te nemen aan de viering. De laatste tijd ben ik getroffen door een paar bijzonder goede preken. Maar zo af en toe zal ik zelf ook nog wel eens verhalen vertellen aan kinderen, want dat vind ik heerlijk werk.

Paul Nieuwenhuis

Copyright © 2011 R.-K. geloofsgemeenschap Tabor, Nieuwegein
Voor vragen betreffende de website verzoeken we u contact op te nemen met onze webmaster. Voor het laatst bijgewerkt op: 09.01.2012.

Wij hebben grote moeite gedaan om alle informatie op deze website te verifiëren. Desondanks zijn fouten niet uit te sluiten en daarom kunnen geen rechten worden ontleend aan de informatie op deze website.

** Teneinde spam in te vermijden hebben de vermelde e-mailadressen zodanig genoteerd dat ze voor spammers moeilijker te vinden zijn. Schrijft u in plaats van # het @-teken en voor (punt) gewoon .
In het e-mailadres komen geen spaties voor. We vragen u om begrip voor deze maatregelen.