Er zit
toekomst in... (maart 2009)
Eind maart zit de stage van Nico Hollander in onze
parochie er op. Benieuwd naar zijn ervaringen, legde ik hem een
aantal vragen voor.
Kun
je in het kort iets vertellen over je achtergrond? Wat is
bepalend geweest voor je keuze om theologie te gaan studeren?
Voorheen was ik werkzaam als transporteconoom bij een groot
zeetransportbedrijf in de haven van Rotterdam. Daarnaast was ik
in mijn vrije tijd als vrijwilliger actief binnen de parochie
van Spijkenisse, waar ik toen woonde. Ik was lid van de
pastoraatsgroep, een van de eersten die toen werden opgericht.
Daarnaast gaf ik vorm aan een gespreksgroep rond de Bijbel en
was pastoraal actief in de Antilliaanse gemeenschap van
Spijkenisse en Hoogvliet. Het was wel een bijzondere combinatie,
aan de ene kant reisde ik voor mijn werk naar alle hoeken van de
wereld en aan de andere kant was ik in mijn vrije tijd betrokken
bij de kansarmen en de liturgie. Als kind was ik misdienaar en
jongenssopraan. Daarna kwam er een tijd dat de kerk min of meer
op de achtergrond raakte. Studie en carričre vroegen al mijn
aandacht. De haven van Rotterdam is nog steeds een plek waar een
stuk van mijn hart is blijven liggen. De geur van koffie uit
Afrika uit de loodsen in de Merwehaven en het rode stof op je
auto van het ijzererts op de Maasvlakte zijn toch wel dingen die
ik soms nog mis, naast het reizen naar soms onherbergzame
gebieden, waar nieuwe transportstromen moesten worden
ontwikkeld. Toch kwam in de loop van de jaren tachtig de kerk
weer meer in zicht en eigenlijk realiseerde ik me toen pas goed,
dat daar toch ook wel een groot deel van mijn hart nog steeds
lag. Pas in 2000, toen ik mijn oude werk definitief de rug toe
mocht keren, kreeg ik de gelegenheid om theologie te gaan
studeren. De route die ik daarbij volgde was via het HBO, en
daarna naar de universiteit. Totaal 8 jaar in deeltijd, 20 uur
per week. Een jaar heb ik de studieboeken aan de kant gedaan, om
me meer bezig te houden met de mystieke kant van het geloven en
werd ik geassocieerd (zelfstandig wonend) lid van de 1e orde van
de Nederlandse Karmelieten. Daar ligt ook mijn toekomst.
Waarom heb je gekozen voor een stage in het
jongerenpastoraat, en wat was je stageopdracht?
Leuk dat je dat vraagt, maar ik moest nog een maandje of acht
werken als afsluiting van het praktijkdeel van mijn opleiding en
de Taborparochie zocht een vlotte jonge studente om het
jongerenwerk beleidsmatig te gaan ondersteunen en de
universiteit vond dat ik daar als 58 jarige man maar eens op af
moest gaan. Ha, ha…
Wonder boven wonder wilde de parochie ook nog met mij in zee. Ik
heb het als een grote uitdaging gezien. Samen met een
fantastische ploeg vrijwilligers kon ik aan de slag gaan om in
feite dat wat er al was in een beleidsmatig jasje te steken en
aanbevelingen te doen voor verdere uitbreiding van het
jongerenpastoraat. Tot mijn grote vreugde trof ik daar zeer
levensvatbare 10ergroepen aan, die op een fantastische wijze
werden geleid door een enthousiast team jongeren. Ongehoord
goed!
Er ligt nu een beleidsplan voor het jongerenpastoraat. Wat
was jouw aandeel hierin en wat zijn in grote lijnen de plannen?
Mijn aandeel was feitelijk niet zo groot. Ik was de
coördinerende factor, het waren de vrijwilligers zelf die stukje
bij beetje bouwden aan het beleidsplan. De praktische kant is in
feite helemaal door hen geschreven, mijn bijdrage bestond uit
het theologisch fundament van het geheel.
De grote lijnen van het beleid zijn vooral doorgaan met wat er
is en zo snel mogelijk een pastor voor het jongerenwerk gaan
aanstellen, om de toekomst van deze parochie veilig te stellen,
samen met de jongeren. Op een manier die bij de generatie van nu
en straks aansluit.
Hoe zie jij de toekomst van het jongerenpastoraat? Welke
mogelijkheden zie je om jongeren betrokken te houden bij de
kerk?
Tja, de jongeren zullen een eigen en ook heel zichtbare plek
moeten krijgen binnen de parochie. Daarnaast natuurlijk ook
specifieke pastorale en vooral vakkundige steun.
Ik zie bijvoorbeeld behoorlijk wat jongeren meedoen met de
Taizé-vieringen in Nieuwegein. Ze vragen in feite om een eigen
stukje kerk, dat past bij hun taal en cultuur. Ze willen
betrokken zijn bij wat er gebeurt, ze willen meedoen. Ik denk
dat de huidige stijl van vieren, waarbij in feite de liturgie
vooral op het priesterkoor wordt voltrokken, onvoldoende bij hen
aansluit. Hoe mooi ik zelf bijvoorbeeld het Gregoriaans ook mag
vinden, het spreekt de huidige generatie jongeren niet meer aan.
Ik denk wel dat het oude en het nieuwe naast elkaar moeten
kunnen blijven bestaan en men steeds opnieuw moet proberen om
aansluiting naar elkaar te vinden. Dat wil dus niet zeggen dat
de jongeren de rug toe willen keren naar de huidige kerk. Bij
het voorbereiden van de slotviering van dit project bijvoorbeeld
stelde een zeventienjarige voor om de preek van de paus op de
jongerendagen in Sidney van 2008 te draaien, want "die was zo
ontiegelijk gaaf joh..." Prima toch, ze zorgen zelf voor een
beamer en een laptop. "No problem". De paus zal preken op mijn
slotfeestje! Wat wil je dan nog meer?
Daar waar de gangbare parochiaan graag op zondagmorgen naar de
kerk gaat, zal de jongere eerder kiezen voor de zondagavond. Het
zal geen gemakkelijke klus zijn, om de jongeren binnenboord te
halen en te houden. De afgelopen twee jaar was er voor hen geen
pastor beschikbaar. De zondagse vieringen gaan buiten hen om.
Dat ze nog steeds in behoorlijke mate actief zijn geeft al aan
dat er toekomst in zit en vooral groeikracht!
De stageperiode eindigt eind maart. Hoe heb je deze
periode ervaren, en wat neem je er zelf van mee?
Het werken met zo’n enthousiaste ploeg vrijwilligers is
geweldig. Voor mij was het een heel plezierige, en ook geslaagde
periode, die ik met pijn in het hart nu af moet gaan sluiten.
Wat ik er van meeneem is een fantastische ervaring. Op een
vergadering van de beleidsgroep begon er iemand voorzichtig een
acclamatie van Huub Oosterhuis te zingen, het is ook het thema
van het beleidsstuk geworden:
“Blijf niet staren naar wat vroeger was.
Sta niet stil bij het verleden
Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen
Het is al begonnen, merk je het niet?”
Die tekst laat ik achter en neem ik ook weer met me mee. Hij
is ook niet van mij, hij is van Jesaja en eeuwenoud. Jesaja
schreef die tekst voor ons allemaal!
Aan het begin van het interview gaf je aan dat je toekomst
bij de Karmelieten ligt. Kun je daar iets meer over vertellen?
Ik ben gehoorzaamheid verschuldigd aan de prior provinciaal van
de orde van de Karmelieten, want ik heb gelofte gedaan op de
kloosterregel van de Karmel. Hij zal dus bepalen hoe en waar ik
aan de slag mag gaan. Dat kan dus van alles zijn. Hij zal kijken
naar wat ik kan bieden en mijn werk in de Taborparochie zal
daarbij zeker een rol gaan spelen.
Het meest voor de hand liggend zou een benoeming als pastor met
een specifieke aandacht voor jongeren in een aan de Karmel
toevertrouwde parochie zijn.
Het kan ook een interne taak worden zoals het meewerken in
centra voor spiritualiteit bij een van de kloosters.
Maar wat het ook wordt, het wordt vast leuk, bij de Karmelieten
is altijd wel wat te beleven.
Nico, bedankt voor jouw bijdrage in onze parochie, en we
wensen je het allerbeste voor de toekomst!
Ineke Brouwer |