Hier plukken we de vruchten van (maart 2004)
Aanleiding voor dit interview was het feit dat kort geleden het
Restauratiefonds van de Nicolaaskerk zijn taak heeft afgerond. Op
25 januari is er een viering geweest om alle vrijwilligers die bij
de restauratie betrokken waren, te bedanken.
Een interview met de (oud)voorzitter van het bestuur van het restauratiefonds:
Piet Daalhuizen.
Hoe lang heeft het restauratiefonds bestaan? En bent u er al die
tijd bij betrokken geweest?
Het fonds heeft 12½ jaar bestaan en van het begin af aan ben ik daar
voorzitter van geweest.
Ik was uitgenodigd door Jan Versteeg om mee te denken over eventuele
restauratie van de Nicolaaskerk. Toentertijd waren er zelfs nog plannen
voor afbraak. Er moest nagedacht worden over mogelijkheden om actie
te voeren om het benodigde geld bij elkaar te krijgen.
Men heeft mij gevraagd omdat ik goed ben in organiseren. Ik heb altijd
administratief werk gedaan en ben minder sterk in handenarbeid.
Ik ben ook vrijwilliger geweest op allerlei gebied en bij verschillende
verenigingen.
Zo was ik bijvoorbeeld actief in de Historische Kring Nieuwegein.
Vanaf 1965 schreef ik een historische rubriek voor het Utrechts Nieuwsblad
en de Molenkruier. Het Historisch museum Warsenhoeck heb ik mede opgericht
en ook geld geworven daarvoor. Vandaar dat ze mij waarschijnlijk ook
vroegen voor de restauratie van de Nicolaaskerk.
Als bestuur van het restauratiefonds hebben wij ons nooit bemoeid
met de restauratie van de kerk zelf; wij zorgden alleen voor de financiering
van de restauratie van het monument, los van het kerkgebeuren. Dat
was ook nodig om voldoende geld binnen te krijgen.
Veel fondsen willen wel geld beschikbaar stellen voor monumenten,
maar niet voor religieuze doeleinden. Zouden wij wel bemoeienis met
de kerk gehad hebben dan zouden wij heel veel inkomsten misgelopen
zijn.
Er is wel overleg geweest met het kerkbestuur en het bisdom, maar
wij wilden om bovenstaande reden niet onder bisschoppelijke voorwaarden
en toezicht werken.
We wilden als onafhankelijke stichting werken voor behoud van de kerk
als monument. We hebben ook systematisch geweigerd om deel te nemen
aan gesprekken over beheer en bestuur van het gebouw.
Het is ons gelukt om op die manier voldoende geld binnen te halen
voor de restauratie. Er was zelfs nog ongeveer 160.000 gulden over,
dat is bestemd voor het opknappen van het orgel.
Al dat geld is bij elkaar verdiend door ruim 140! vrijwilligers.
Uit hoeveel mensen bestond het bestuur en wat waren de taken
van het bestuur?
Het bestuur bestond uit 9 mensen (waaronder vertegenwoordigers
van het kerkbestuur, kerkberaad en uit grote activiteitengroepen).
Daarnaast was er een commissie van aanbeveling, met grote namen daarin
(zoals kardinaal Simonis, de burgemeester e.a.) wat nuttig was bij
het werven van fondsen.
De taak van het bestuur was vooral coördineren zodat er geen activiteiten
tegelijkertijd plaatsvonden die elkaar niet verdroegen. Het bestuur
gaf de vrijwilligers de vrijheid om zelf initiatieven voor activiteiten
te ontwikkelen.
Daarnaast was het vergaderen, fondsen aanschrijven, begrotingen maken
en overleg voeren met de gemeente en de Rijksdienst voor monumentenzorg,
waar we een direct lijntje naar toe hadden, wat weer goed van pas
kwam als het met de gemeente niet helemaal liep zoals het moest.
Verder hadden wij representatieve taken: als voorzitter heb ik ook
heel wat lintjes doorgeknipt, bijv. bij een feestelijke opening van
een bedrijf dat ons geld schonk.
Hoe kwamen jullie aan zoveel vrijwilligers?
Dat ging eigenlijk vanzelf. Er ontstonden spontaan groepjes die
activiteiten ontwikkelden en dat groeide vanzelf uit. Enkele bekende
voorbeelden van activiteiten: het maken van kaarten, de kerstbomenactie,
verkoop van wijn, aanwezigheid op markten en braderieën, het maken
van een boekje over de kerk enz. enz.
Als bestuursleden deden wij ook wel met verschillende activiteiten
mee (bijv. bij de verkoop van artikelen). Maar vooral binnen de groepen
was de onderlinge band heel sterk. Dat merkte je aan het feit dat
er heel veel werk werd verricht, alles bij mensen thuis werd gedaan
en alles werd geregeld zonder dat er ooit iets gedeclareerd werd.
Alles was voor het fonds, niets bleef aan de strijkstok hangen.
Ook reizen die het bestuur maakte i.v.m. de restauratie deden zij
voor eigen rekening.
Er was geen geld om iets voor de vrijwilligers te doen, hooguit een
borreltje op een bijeenkomst waar de opbrengst van een activiteit
bekend werd gemaakt, en aan het einde, toen de restauratie klaar was.
Als voorzitter heb ik nog een koninklijke onderscheiding gekregen,
ze kunnen nu eenmaal niet alle vrijwilligers die zich ingezet hebben
een lintje geven.
Toen uw taak bij het restauratiefonds was afgelopen, ontstond
er toen niet een leegte?
Nee, ik heb nog zat hobby's. Tegelijkertijd ging ik ook met pensioen
van mijn werk. Ik heb me toen aangemeld voor administratief werk op
het parochiecentrum, en heb vaste afspraken gemaakt voor wat betreft
mijn taken bij het museum. Daarnaast vul ik nog voor een aantal mensen
de belastingaangiften in.
Wat gaf nou het meeste voldoening?
Voldoening haalde ik uit het feit dat zoveel vrijwilligers zoveel
resultaat hebben behaald en dat er nu een mooi gebouw staat.
Het was niet altijd gemakkelijk; soms zonk de moed je wel eens in
de schoenen bij tegenvallers, maar er zijn nog nooit mensen weggelopen
en dat zegt toch wel wat.
Ineke Brouwer
|