Ik vind het belangrijk dat mensen kunnen meezingen
(dec. 2005)

Onze parochie telt veel trouwe vrijwilligers, maar iemand die al
60 jaar vrijwilliger is komt maar zelden voor. Reden dus om eens te
gaan praten met Ries Pouw, die op het feest van de H. Caecilia werd
gehuldigd en onderscheiden met de Willibrord medaille. Ries is zanger
en assistent-dirigent van het Herenkoor van de Barbarakerk.
Ries en zijn vrouw Riek zijn nog helemaal vol van de jubileumviering.
“Het was geweldig. De kerk was weer eens ouderwets vol. Je voelt de
warmte van de gemeenschap die als een mantel om je heen geslagen wordt.
En al die mensen die van zo ver komen zijn om je te
feliciteren …”
Ries, die pas 78 geworden is, vertelt hoe hij bij het koor kwam:
“Het was in die tijd gebruikelijk dat je als 16-jarige bij het koor
ging. Er was maar één koor, het mannenkoor. Je was dan eerst een jaar
aspirant-lid. Op het feest van H. Caecilia werd je dan tot lid gemaakt.
Dat was nog in de oorlog, voor in 1944 de bom in de Barbarakerk viel.
We hebben toen een paar jaar in de Sint Jan gezongen. Mijn oom, Dirk
Pauw, was toen dirigent van het koor. Die heeft het 38 jaar gedaan.
Ja, het zit echt in de familie.”
“Het herenkoor is een leuke enthousiaste club. We hebben nu 26
leden, waarvan er 22 actief zijn. De jongste is 34 en de oudste, dat
ben ik dus, is 78. Maar ik heb een vurige wens dat er nog wat mannen
bijkomen. Zo’n 30 tot 35 leden lijkt me ideaal. Mag ik meteen een
oproepje doen in de Hoeksteen?”
Wat is het verschil met vroeger?
“Vroeger zongen we ’s zaterdagavonds het lof en op zondag de hoogmis
en ’s zondagsavonds weer het lof. Met Kerstmis zongen we zelfs elf
keer. Ja, nu zijn er veel meer koren en veel minder vieringen. En
vroeger zongen de mensen veel harder mee. Toen had je als koor soms
moeite om er bovenuit te komen.”
“Soms vragen ze me wanneer we een uitvoering hebben. Maar we geven
geen uitvoeringen. We zingen met de mensen van de gemeenschap. Zij
moeten er aan mee kunnen doen. Behalve in de kerk zingen we ook in
vieringen in het Antonius Ziekenhuis, Huize Vreeswijk en de Geinsche
hof.
Juist in de Geinsche hof genieten de mensen heel erg van de liederen
van vroeger.”
Waaruit bestaat jullie repertoire?
“Wij zingen veel Gregoriaans, maar daarnaast hebben we zo’n 70 meerstemmige
missen op het repertoire, onder andere van Cuypers, Gruber, Stehler,
Vrancken, Perosi, en Nieland. Het is het wat meer traditionele repertoire
dat door erg veel mensen op prijs wordt gesteld. Soms komen de mensen
uit andere plaatsen naar een viering bij ons. Ik vind het mooie dat
je aan de kerkmuziek kunt horen in welke tijd van het jaar je bent.
Adventsmuziek heeft een hele verwachtingsvolle stemming.

Jullie doen ook rouwdiensten?
“Ja de meeste mensen op het kerkhof zijn onder mij (de zangzolder
boven de ingang) doorgegaan. Bij een rouwdienst moet je vaak op korte
termijn wat improviseren. Soms komt de familie met bepaalde liederen
die ik niet ken. Dan ga ik op mijn kamer zoeken of ik wat kan vinden
en dan, in overleg met de organist, zing ik het soms alleen.
Hoe ben je assistent-dirigent geworden?
“Zo’n 20 jaar geleden was Peter Scholcz dirigent. Hij was een fantastisch
musicus. Met hem hebben we grote werken uitgevoerd, zoals de mis van
Bruckner. Maar op een goed moment hadden we voor Witte Donderdag de
mis van Schubert ingestudeerd en toen moest hij optreden met het Filharmonisch
orkest. Toen moest ik dirigeren en dat was wel even schrikken. Maar
het is goed gegaan en daarna is het zo gebleven. Ik verving bij ziekte.
Dat waren soms langdurige perioden.” Ries laat trots een map zien
met dankbetuigingen van het bestuur. Voorin de map zit nu de oorkonde
van de Willibrordmedaille. “Ja, het kerkbestuur is altijd heel attent
voor me geweest.”
Nu is het bijna Kerstmis. Wat voor herinneringen heb je daaraan?
Vroeger zat ik ook bij KNA (Kunst Na Arbeid). Op een keer hebben
we op de kerktoren Kerstliederen gespeeld en een ander jaar hebben
we onder elke lantaarnpaal een kerstlied gespeeld. Dat was erg leuk,
maar ook wel vreselijk koud. Maar nu heb je kaarsjesavond en dat is
ook erg leuk. Aan die Volkskerstzang daar erger ik soms wel aan. Het
is een VOLKSkerstzang en dat betekent dat de mensen moeten kunnen
meezingen. Maar nu zien we steeds meer franse en engelse liedjes verschijnen
en dat vind ik jammer. Samen zingen vind ik zo vreselijk belangrijk.
Pastor Jan Albers had helemaal geen waardering voor mensen die alléén
maar op kerstavond naar de kerk kwamen. Maar ik was dat nooit met
hem eens. Als de mensen op Kerstavond iets van waarde vinden, dan
vind ik het de moeite waard geweest.”
Kost het werk voor het koor veel tijd?
Ries haalt zijn schouders op maar Riek geeft antwoord: “Ja, hij steekt
er erg veel tijd in. Het is een belangrijk deel van zijn leven. Maar
ik kan er voor 200% achter staan. Wij zijn erg blij met alle waardering
die we hiervoor gekregen hebben.”
Paul Nieuwenhuis
|