Blij dat we het konden en mochten doen (nov.
2004)
Op de feestavond ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de
Hoeksteen, kregen Coba en Steef van Reenen de Willibrordpenning uitgereikt,
een bisschoppelijke onderscheiding voor hun jarenlange inzet als vrijwilliger
in de Taborparochie. Reden voor een interview met onze voorzitter
en zijn vrouw.
Hoe was het om een bisschoppelijke onderscheiding te krijgen?
Coba: we merkten al dat er iets aan de hand was toen onze dochter
Janny er persé op stond om ons naar het feest te brengen. We keken
ook raar op toen we daar een aantal van onze kinderen aantroffen.
Toen hadden we wel door dat er iets stond te gebeuren…..
Ik was met name voor Steef erg gelukkig met de onderscheiding.
Steef: en ik voor haar…!
C: ik heb nooit zo aan de weg getimmerd, dat hoefde niet voor mij,
ik ben meer een stille werker. We hebben trouwens leuke reacties gekregen.
We hebben eigenlijk ons hele leven al vrijwilligerswerk gedaan,
hebben dat van huis uit meegekregen. Toen we nog in Utrecht woonden
deden we al vrijwilligerswerk voor de kerk, en het hele gezin deed
mee: helpen schoonmaken, boekjes nieten enz. We hebben allebei ook
op het zangkoor gezeten van de Aloysiuskerk.
Ruim 29 jaar geleden zijn we in Nieuwegein komen wonen. Eerst hadden
we zoiets van: we beginnen nergens meer aan. Maar na drie weken kwam
er iemand van de welkomstgroep en toen begon het…
C: ik ben toen begonnen met 'Schoon Schip' en de wasgroep.
Bij de KBO ben ik kerstkaarten gaan maken, en later heb ik ook voor
het restauratiefonds kaarten zitten borduren. Ook zorgde ik voor de
misgewaden als die hersteld moesten worden (dat was ook mijn vak).
S: velen denken dat we echte Jutphanezen zijn omdat ik zoveel mensen
ken, maar we zijn toch 'import'. Via school en het vrijwilligerswerk
zijn we er in gerold.
Op een gegeven moment werd ik door mensen die hier geboren en getogen
zijn, meegevraagd voor de Stille Omgang. Toen zei pastor Tiedink tegen
mij: nu hoor je erbij!
Vanaf het allereerste begin ben ik lid geweest van de redactie van
de Hoeksteen. Daarvoor zat ik al in het beheer van de Stichting de
Lantaern. Nadat ik met de vut gegaan ben, ben ik toegetreden tot de
tuingroep.
Is er in het vrijwilligerswerk veel veranderd in al die jaren?
C: ja, alles ging vroeger toch wel veel makkelijker, tegenwoordig
wil iedereen overal wat over te zeggen hebben en dat geeft nog wel
eens trubbels (zelfs bij het schoonmaken).
S: we begonnen als redactie zonder geestelijke erbij. Het was altijd
een gezellige bijeenkomst, met drankjes en hapjes bij de redactieleden
thuis. Het had tegelijkertijd ook een sociale functie.
Het tuinonderhoud werd vroeger door één man gedaan; toen deze in '87
stopte, werd er een oproep gedaan om een tuingroep te vormen. De 1e
keer reageerden er wel 20 mensen, maar uiteindelijk zijn er nu nog
5 actieve leden, waarbij de leeftijd tussen de 70 en 80 jaar ligt.
Het merendeel is hier ook geboren en getogen.
Hetzelfde gold voor de administratie, die werd eerst door één persoon
gedaan; later heb ik samen met Tom Vermeulen een hele administratie
opgezet en die is nu heel erg uitgegroeid.
In de loop der jaren veranderde ook de sfeer, alles werd zo gestructureerd,
zo kantoorachtig.
Gaandeweg kwam er meer een vergadercultuur. Geen redactievergaderingen
meer thuis, maar op het parochiecentrum. Het werd allemaal veel zakelijker.
C: en als je iets gevraagd werd, werd er verwacht dat het direct zou
gebeuren, en moest het liefst gisteren al klaar zijn.
Het is ook een probleem geworden om vrijwilligers te krijgen. Mensen
hebben veel andere bezigheden en willen het liefst overal geld voor
hebben.
Sommigen vinden ook dat de kerk best voor het werk kan betalen, de
kerk heeft toch geld genoeg? Maar je moet bedenken: je helpt er de
gemeenschap mee!
Het vrijwilligerswerk heeft zo te horen een heel groot deel
uitgemaakt van jullie leven?
S: Zeker, ik was altijd bezig, ik had ook heel veel moeite met aanpassen
toen ik stopte met werken. Ik werkte liever. Ook nu ik door ziekte
niks kan doen, val ik in een enorm gat.
C: hij is nu veel te veel met zichzelf bezig!
S:
doordat ik heel veel mensen ken, was het ook heel gewoon dat er geregeld
werd gevraagd wil je dit of dat doen. Ook voor de restauratie hebben
we veel gedaan; ikzelf ben nogal actief geweest bij de kerstbomenverkoop.
Verder heb ik collectes bijgehouden en hebben we samen thuis enveloppen
voor de kerkbalans klaar gemaakt. Daarnaast ben ik jaren 'gastheer'
geweest op het parochiecentrum. En één van mijn taken was ook het
regelen van uitvaarten, vooral in de weekenden.
M'n vrouw zei wel eens: "hebben ze daar ook 'n bed voor je?" Maar
dat komt ook doordat ik denk: als ik er niet ben, gaat het dan wel
goed? Doordat je iedereen kent, gebeurt het ook wel eens dat je bij
een ruzie tussen beide partijen zit, je moet dan zorgen dat je neutraal
blijft. Maar het vrijwilligerswerk blijft leuk werk, al is er wel
eens een botsing.
Jullie hebben bergen werk verzet, werd dat altijd gewaardeerd?
C: dat hoefde voor ons niet, we zijn blij dat we het konden en mochten
doen.
Het hoefde voor mij ook niet bekend te zijn wat ik allemaal deed.
S: De Willibrordpenning is voor ons een blijk van waardering en we
zijn blij voor elkaar. We vinden het fijn de manier waarop het gegaan
is, iemand heeft daar toch moeite voor gedaan.
En we zijn er trots op dat de oorkonde door de bisschop zelf ondertekend
is.
S: Belangrijk is dat je alleen een goede vrijwilliger kunt zijn
als je vrouw het er helemaal mee eens is. Soms gebeurde het wel dat
er ineens onder etenstijd iets moest gebeuren wat niet kon wachten.
Het scheelt natuurlijk ook dat wij zo dicht bij de kerk wonen.
Mijn laatste klus was op 30 december 2003: het regelen van een uitvaart
om een uur of zeven.
Ik liep naar huis en viel op straat. Ik belandde in het medisch circuit
met als gevolg: een nier eruit en een 'nieuwe broek'. Toen dacht ik
wel: dit is een teken van boven dat het wel genoeg geweest is en het
tijd wordt om te stoppen.
Er wordt ook nu weer een dringende oproep gedaan voor nieuwe
vrijwilligers. Willen jullie de mensen nog iets meegeven?
Het is heel moeilijk om mensen te krijgen want de instelling van de
mensen is tegenwoordig anders. De dienstbaarheid is weg. Vroeger was
het heel gewoon dat je elkaar hielp.
Je bent toch onderdeel van de gemeenschap. Laten we dat in stand houden!
Tot slot willen Coba en Steef graag hun dank uitspreken voor de
onderscheiding en voor alle belangstelling die vele parochianen tijdens
hun ziek zijn hebben getoond.
Ineke Brouwer
Steef van Reenen is op 16 september 2007
overleden
|