
Vanuit de eerste opzet van de werkgroep is
destijds contact gezocht met de volgende missionarissen:
Pater Gerard van Rooijen Fortalesa – Brazilië
Pater Theo van Eijndthoven † Dhyan Ashran – India
Pater Bertus Kraaijkamp † Alilem Ilocos Sur Via Sudipen –
Fillipijnen
Pater Wiro van Vliet † Iporá Brazilië
Zuster Helena Verweij † Sintang – Indonesië
Zuster Willibrord Jeuken Bukoba - Tanzania
Zuster van de Ven Indonesië
Zuster Martha Sturkenboom Irian Yaya is in 1992 voorgoed
teruggekeerd naar Nederland
Zuster Anny Nijhuis Malawi is in 1992 voorgoed teruggekeerd naar
Nederland
Onze huidige Missionarissen
Pastoor Jan Derickx, Brazilië
Jan
Derickx werd in 1935 geboren in Dieren. Hij studeerde pedagogiek
in Nijmegen en werkte als groepsleider voor sport en spel op een
school voor moeilijk opvoedbare kinderen.
Na een studie filosofie en theologie werd hij in 1965 priester
gewijd bij de paters Van de Heilige Geest, en vertrok naar het
Amazonegebied in het noordwesten van Brazilië.
In het grootste tropisch regenwoud ter wereld werd Carauari zijn
standplaats gelegen aan de Juruá-rivier, diep in de binnenlanden
van de staat Amazonas.
Dit eerste werkgebied, waar geen wegen over land gaan, was
pater Jan aangewezen op vervoer per boot; hiermee bezocht hij de
bewoners aan de oevers van de Juruá, een afstand van 500 km.
De bewoners zijn onder andere werkzaam als visser, rubbertapper
of als kleine boer.
De levensomstandigheden zijn er slecht; 70% van de bevolking is
analfabeet.
In 1995 begon pater Jan aan een nieuwe uitdaging in de
sloppenwijk Bengui van de havenstad Belém in Noord- Brazilië.
Naast zijn pastorale taken zet hij zich vooral in voor het
welzijn van de (straat)jeugd d.m.v. het organiseren van allerlei
cursussen.
In de meer dan 40 jaar die hij nu werkt in Brazilië is hij gaan
houden van het volk, zowel in de sloppenwijk Bengui als van de
oeverbewoners langs de Juruá rivier en Brazilië is zijn thuis
geworden.
Sinds januari 2011 heeft Jan de parochie overgedragen aan de
lokale priesters. Jan werkt nu in het Landpastoraat
Zuster Melania Kraaijkamp, Malawi
De
Viaanse zuster Melania Kraaijkamp, van de congregatie van Onze
Lieve Vrouw van Amersfoort, is van 1959 tot en met 2006 in
Malawi geweest. Aanvankelijk werkte ze met een medezuster aan de
ontwikkeling van de vrouwen en de meisjes, en dat gebeurde door
het geven van handwerkles en huishoudelijke vakken. Inmiddels
zijn ter plekke een school en een ziekenhuis gebouwd,
kindertehuis Jacaranda waar vijftig weeskinderen onderwijs
krijgen, een middelbare school en een internaat. Er is hard
gewerkt om zusters uit Malawi een dusdanige opleiding te geven
dat ze het project zelfstandig kunnen leiden. Steun blijft
echter altijd welkom. Zr. Melania is enkele jaren geleden
voorgoed teruggekeerd naar Nederland en leeft nu in een klooster
in Bussum. Ze onderhoud nog altijd het contact met de lokale
zusters in Malawi.
Zuster Angela Meulendijks, Indonesië
Heeft het werk van zuster Helena Verweij overgenomen
Ik
werd in Asten op 19 september in 1933 geboren als het zesde kind
in een gezin dat uiteindelijk dertien kinderen telde. Vader
overleed na een ziekbed toen ik dertien jaar was. Voor moeder
brak er een zware tijd aan. Pas op ongeveer 18-jarige leeftijd
kwam het verlangen in me op om zuster te worden. Ik werkte toen
als kleuterleidster in Tilburg en kwam in het weekend naar huis.
Ik heb echt van mijn jonge tijd genoten, maar dit alles gaf me
geen voldoening. Op 23 jarige leeftijd trad ik in bij de
missiezusters van Asten. De missie trok me. Ik wilde iets doen
voor arme mensen. Na mijn noviciaat vond de overste het beter om
eerst de pedagogische academie te volgen. Na mijn eeuwige
geloften ben ik op 18 januari 1965 op 31-jarige leeftijd naar
Indonesië vertrokken. Het was een lange, maar een onvergetelijke
mooie en interessante reis. Ik kwam op 28 januari 1965 in
Sintang aan. Sintang is een klein stadje, gelegen in West
Kalimantan, ongeveer 400 km vanaf de kust Pontianak het
binnenland in.
Daar ontmoette ik zr. Helena Verwey, missionaris van Nieuwegein.
Zij werkte al sinds 1951 als verpleegster in het bisdom Sintang.
Onze Indonesische zusters hielden van haar en ook het gewone
volk had graag met zr. Helena te doen.
In Sintang runden we een huishoudschooltje en daarbij hadden we
een opvang van de jeugd. Onze leerlingen kwamen meestal uit het
binnenland, meisjes van arme boertjes, die hard moesten werken
om hun kinderen naar een stadje te sturen om te studeren. Wij
vingen die jeugd op. Wij hebben in Sintang van de “Werkgroep
Eigen Missionarissen Nieuwegein Zuid” veel steun en medeleven
ervaren. We ontvingen geregeld studiebijdrage voor de meisjes
van arme ouders, die de studie niet konden betalen. Ook
gehandicapte kinderen hebben we kunnen helpen via hulp van de
Werkgroep Nieuwegein. Wat vooral ook heel erg belangrijk was:
financiële steun voor watervoorzieningen voor onze jeugd. Niet
alleen in Sintang maar ook op andere staties, verder het
binnenland in. Mijn werkterrein heeft voornamelijk in Sintang
gelegen. Nu na 46 jaar ben ik sinds enkele maanden voorgoed in
asten. De overgang is groot, maar door ziekte was de terugkomst
onvermijdelijk. Ik hield van onze mensen. Intussen is de groep
Indonesische zusters een zelfstandige Indonesische congregatie
geworden . Ons werk gaat door op hun manier. We hebben ons
overbodig gemaakt en zo ons uiteindelijk doel bereikt. Ik hoop,
dat de Werkgroep Eigen Missionarissen Nieuwegein Zuid onze
Indonesische congregatie kan blijven steunen. Veel dank voor uw
inzet, meeleven en steun.
Zr. Angela Meulendijks
Pater Paul Pham Dinh Hiën, India
In de Barbarakerk tot priester gewijd
Mijn naam is Paul Hien en ik ben een Mill Hill missionaris.
Ik ben geboren op 22 mei 1958 in Bien Hoa, Viet Nam.
Ik ben in een heel klein dorp opgegroeid. Daar ging ik naar de
kleuterschool, basisschool en ook naar de middelbare school. Ik
ging naar de hogeschool in een ander dorp. Ik ben mijn hele
jeugd misdienaar geweest in onze parochie. Ik heb altijd
priester willen worden, maar het was toen erg moeilijk voor mij
vanwege de oorlog. Tijdens die oorlog is mijn vader gesneuveld.
Mijn moeder was erg arm. Ik moest heel hard werken om mijn
moeder te helpen.
‘s -morgens ging ik naar school en ‘s middags moest ik in de
tuin werken.
In 1980 ben ik met een vissersboot uit Vietnam gevlucht. Op
zee werden wij door een Nederlandse cargo schip opgepikt. Ik
mocht naar Nederland komen. Toen ik in Nederland kwam, wilde ik
in een seminarie treden. Ik wilde mijn leven met andere mensen
delen, vooral de minder gelukkigen, de armen en de zieken in de
arme landen. Toen ik in Nederland kwam realiseerde ik me dat
Nederland een heel rijk land was; een land van alle
mogelijkheden. Gelukkig kon ik in Nederland wonen en studeren.
Ik koos voor een missionair leven. Ik ging naar het Mill Hill
College in Roosendaal, waar ik filosofie studeerde. Daarna ging
ik naar London om theologie te studeren aan de Missionary
Institude of London. Na mijn studie ging ik naar Kenia zodat ik
mijn werk als missionaris kon doen. Ik ben daar 20 maanden
gebleven.
Ik ben op 23 december 1990 in onze College in Roosendaal tot
diaken gewijd en ik ben op
3 augustus 1991 in de Barbarakerk, in Nieuwegein tot priester
gewijd.
Na mijn priesterwijding werd ik naar Kenia gezonden waar ik tot
2007 werkte. Ik werkte in verschillende missies in Kenia en de
laatste drie jaar werkte ik in het Mill Hill Missionarissen
Vorming centrum, waar de Keniaanse en Ugandese jonge mannen
leren om Mill Hill Missionarissen te worden. Ik was betrokken
bij de vorming van onze studenten voor onze Mill Hill
Congregatie.
Daarna heb ik me een aantal laren bezig gehouden met het
vormen van studenten in India. Wij hebben hier twee MHM Vorming
centra; een voor jongens die in twee jaar voor A level (een
soort van VWO) afstuderen. En het andere is een huis voor twee
groepen; de grote groep zijn de filosofie studenten en de andere
kleinere groep zijn de beginners, die een jaar van missionair
vorming doen. Ik werk samen met twee niet- MHM priesters, die
zijn gevraagd om onze studenten te helpen en begeleiden en met
ander administratief -, en onderwijs en vorming werk. Wij hebben
op dit moment 52 studenten in beide centra.
Vanaf oktober 2007 heb ik in India gewerkt. Ik heb ook
verschillende projecten geholpen dankzij jullie hulp. Een van
die projecten was een nieuwe missie in een nieuw gebied onder de
stammen (Lambada) waar we een hostel hebben opgericht waar
jongeren kunnen logeren en studeren. Als deze jongeren thuis
zouden blijven zouden ze niet naar school kunnen gaan. De school
is te ver weg en de ouders van deze stam willen liever dat hun
kinderen thuis blijven. Volgens deze ouders is onderwijs heel
vreemd en is het niet noodzakelijk voor hen als rondtrekkende
mensen. Zij wonen vandaag hier en morgen ergens anders. Zij
trekken altijd rond en zijn altijd onderweg. Dat is hun manier
van het leven. Nu wordt het leven moeilijker. Zij kunnen niet
meer zo maar naar hier en daar verhuizen. Er is geen land voor
hen meer. De Indiaanse regering wil hen en hun beweging
beperken.
In het afgelopen jaar heb ik dankzij jullie hulp, enkele
zelf- hulpgroepen van vrouwen geholpen. Er zijn enkele
religieuze zusters die deze groepen van vrouwen vergezellen en
begeleiden. Ik vind het mooi om deze locale religieuze zusters
en de vrouwen te helpen. Ik wil hen nog zo lang mogelijk steunen
en dat kan ik dankzij jullie. De vrouwen in India en Kenia zijn
erg kwetsbaar en hun leven is ook heel onzeker. Ik geloof dat
als ik een aantal van hen kan helpen om op eigen benen te staan
mijn missie voltooid is.
|